Vrouw uit Vijfhuizen krijgt geen WIA-uitkering

Rechtbank Noord-Holland oordeelt over afgewezen WIA-uitkering van vrouw uit Vijfhuizen

HAARLEM, 10 maart 2026 – Een vrouw uit Vijfhuizen krijgt geen WIA-uitkering. De rechtbank Noord-Holland heeft geoordeeld dat het UWV haar aanvraag terecht heeft afgewezen, omdat zij volgens de medische en arbeidskundige beoordeling nog voldoende inkomen zou kunnen verdienen.

De vrouw werkte tien uur per week als schoonmaakster en meldde zich in februari 2021 ziek. Daarna ontving zij een Ziektewetuitkering. Toen zij later een WIA-uitkering aanvroeg, wees het UWV die aanvraag af. Na bezwaar moest haar situatie opnieuw worden beoordeeld, maar ook daarna bleef de conclusie dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering.

Medische beperkingen wel erkend

In de procedure stelde de vrouw dat haar lichamelijke en psychische klachten ernstiger waren dan het UWV had aangenomen. Volgens haar werd te weinig rekening gehouden met onder meer pijnklachten, slaapproblemen en een beperkte belastbaarheid. Ook vond zij dat een urenbeperking had moeten worden opgenomen.

De rechtbank ging daar niet in mee. Volgens de rechter heeft het UWV het medisch onderzoek zorgvuldig uitgevoerd. Verzekeringsartsen onderzochten haar dossier, zagen haar op spreekuur en betrokken informatie van de huisarts bij hun oordeel. Daarbij werden wel degelijk beperkingen vastgesteld, onder meer voor lopen, staan, tillen, traplopen, buigen en werk met veel deadlines of productiepieken.

Volgens de rechtbank ontbrak objectieve medische informatie waaruit bleek dat de beperkingen nog zwaarder moesten zijn dan al was aangenomen. Ook voor een urenbeperking zag de rechter onvoldoende onderbouwing.

Taalpunt over functie deels gevolgd

De vrouw had daarnaast bezwaar tegen enkele functies die het UWV had gebruikt om te berekenen wat zij nog zou kunnen verdienen. Een van die functies viel volgens de rechtbank inderdaad af, omdat daarvoor Engelse taalvaardigheid nodig was en niet bleek dat de vrouw daarover beschikte.

Toch veranderde dat de uitkomst niet. Het UWV kon in beroep een andere passende functie aanwijzen, waardoor het arbeidsongeschiktheidspercentage op nul procent bleef staan. Daardoor bleef de afwijzing van de WIA-uitkering in stand.

Wel vergoeding van kosten

Hoewel het beroep ongegrond is verklaard, moet het UWV wel het griffierecht vergoeden en een proceskostenvergoeding betalen. Dat komt doordat de motivering van het besluit pas later volledig werd aangevuld.

Tegen de uitspraak kan nog hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie