DEN HAAG, 6 januari 2026 – Het aantal tbs-gestelden dat langdurig moet wachten op plaatsing in een kliniek blijft toenemen. Inmiddels verblijven ruim 260 mensen met een tbs-maatregel noodgedwongen in een gevangenis, terwijl zij recht hebben op behandeling in een forensisch psychiatrische instelling. Door deze wachttijden keert de overheid steeds vaker schadevergoedingen uit, wat leidt tot oplopende kosten en maatschappelijke onvrede.
Aanleiding voor nieuwe Kamervragen was een bericht van NOS, waarin werd gemeld dat tbs’ers soms maanden tot zelfs langer dan een jaar wachten op een plek. Het Kamerlid Schilder (PVV) uitte scherpe kritiek op het tbs-stelsel en sprak van een systeem dat “structureel is vastgelopen”.
Kabinet: tbs blijft noodzakelijk voor veiligheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid weerspreekt die kritiek nadrukkelijk. Volgens het kabinet is de tbs-maatregel juist een essentieel instrument om de samenleving te beschermen tegen daders met ernstige psychiatrische problematiek. Onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum laat zien dat het risico op zeer ernstige recidive na een tbs-behandeling relatief laag is: ongeveer 3 procent na twee jaar en 9 procent na tien jaar.
Het afschaffen van tbs zou volgens de staatssecretaris juist leiden tot meer risico’s. Zonder behandeling zouden veroordeelden na het uitzitten van hun gevangenisstraf onbehandeld terugkeren in de samenleving, met mogelijk nieuwe slachtoffers tot gevolg.
Schadevergoeding wettelijk verplicht
De schadevergoedingen aan zogenoemde tbs-passanten zorgen voor veel publieke discussie. Toch stelt het kabinet dat deze vergoedingen niet zomaar kunnen worden afgeschaft. Op basis van uitspraken van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geldt dat een verblijf van langer dan vier maanden in een gevangenis, in afwachting van plaatsing in een kliniek, onrechtmatig is.
Deze termijn is vastgelegd in de Wet Forensische Zorg. Wanneer plaatsing niet tijdig lukt, heeft een tbs-gestelde recht op een financiële compensatie. De hoogte daarvan wordt vastgesteld door de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
Capaciteitstekort grootste probleem
Volgens het kabinet is de kern van het probleem het structurele tekort aan beveiligde behandelplekken. De vraag naar tbs-zorg groeit, terwijl de capaciteit onvoldoende meegroeit. Om de druk te verlichten wordt de komende jaren ingezet op de uitbreiding van circa 200 extra tbs-plekken op het hoogste beveiligingsniveau.
Die uitbreiding is echter afhankelijk van vergunningen, maatschappelijk draagvlak en voldoende gespecialiseerd personeel. Ook wordt gewerkt aan een betere doorstroom, zodat tbs-gestelden niet langer dan noodzakelijk in zwaar beveiligde klinieken verblijven. Een snelle oplossing is echter niet in zicht.
Politieke discussie houdt aan
Hoewel het kabinet vasthoudt aan het huidige stelsel, blijft de politieke discussie over kosten, wachttijden en rechtvaardigheid voortduren. Voorlopig lijkt de inzet van de overheid vooral gericht op versterking en uitbreiding van het systeem, niet op afschaffing ervan.
De beantwoording van de Kamervragen onderstreept dat het tbs-probleem complex is: juridisch, financieel en maatschappelijk. Zolang de capaciteit achterblijft bij de vraag, zullen wachttijden en schadevergoedingen een terugkerend thema blijven.