Zes jaar cel voor cocaïne-invoer en wapenhandel

Rechtbank Noord-Holland veroordeelt verdachte tot zes jaar cel voor cocaïne-invoer via Schiphol en wapenhandel

HAARLEM, 10 maart 2026 – De Rechtbank in Haarlem heeft een verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar voor zijn rol bij de invoer van in totaal ongeveer 705 kilo cocaïne via Schiphol en voor grootschalige handel in vuurwapens en munitie. Volgens de rechtbank had de man bij de drugstransporten telkens een organiserende rol en werd bij de smokkel gebruikgemaakt van corrupte medewerkers op de luchthaven. Daarnaast handelde hij maandenlang in onder meer pistolen, revolvers, automatische vuurwapens en scherpe munitie.

De rechtbank spreekt in het vonnis van ernstige criminaliteit met een grote maatschappelijke impact. Tegelijk merkt de rechtbank op dat de afgesproken straf van zes jaar cel de absolute ondergrens is van wat in deze zaak nog aanvaardbaar werd geacht.

Drie cocaïnetransporten via Schiphol

De verdachte is veroordeeld voor drie afzonderlijke transporten van cocaïne die Nederland via Schiphol binnenkwamen. Het ging volgens de bewezenverklaring om ongeveer 105 kilo op 25 juni 2020, 300 kilo op 3 augustus 2020 en nog eens 300 kilo op 17 augustus 2020. Daarmee komt de totale hoeveelheid uit op ongeveer 705 kilo cocaïne. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte deze feiten samen met anderen heeft gepleegd.

In het vonnis staat dat de cocaïne vanuit Ecuador naar Nederland werd gebracht. De rechtbank benadrukt dat de verdachte niet slechts een kleine of ondergeschikte rol had, maar juist een organiserende rol vervulde. Dat maakt de zaak volgens de rechters extra zwaar. Het ging niet om een eenmalig incident, maar om meerdere invoermomenten binnen een relatief korte periode, telkens met zeer grote hoeveelheden harddrugs.

De rechtbank rekent de verdachte zwaar aan dat zijn handelen bijdroeg aan het in stand houden van het internationale drugscircuit. In het vonnis staat dat harddrugs schadelijk zijn voor de gezondheid en dat de handel erin ontwrichtend werkt voor de samenleving. De rechters wijzen er ook op dat de verspreiding van cocaïne vaak samenhangt met andere ernstige vormen van criminaliteit, waaronder geweldsdelicten.

Maandenlange handel in wapens en munitie

Naast de drugshandel is de verdachte ook veroordeeld voor grootschalige handel in wapens en munitie in de periode van 28 juni 2020 tot en met 17 februari 2021. Volgens de rechtbank stelde hij zonder erkenning wapens en munitie ter beschikking, verhandelde hij die en onderhandelde hij over transacties voor aankoop en levering. Daarbij ging het onder meer om pistolen, revolvers, scherpe patronen en automatische vuurwapens zoals een Scorpion en een AR15.

De rechtbank concludeert dat de verdachte van die handel een beroep of gewoonte heeft gemaakt. Daarmee was volgens de rechters sprake van structurele en ernstige betrokkenheid bij illegale wapenhandel. Ook dat feit weegt zwaar, omdat vuurwapens in het criminele circuit direct bijdragen aan geweld, intimidatie en gevoelens van onveiligheid in de maatschappij.

In het vonnis wordt benadrukt dat illegale handel in vuurwapens streng moet worden bestraft. De rechtbank verwijst naar het gevaar dat uitgaat van het ongecontroleerd verspreiden van vuurwapens en munitie. Zeker wanneer het gaat om automatische wapens, acht de rechtbank de risico’s voor de samenleving bijzonder groot.

Procesafspraken speelden grote rol in strafzaak

Opvallend in deze strafzaak is dat het Openbaar Ministerie en de verdediging procesafspraken hadden gemaakt. Zulke afspraken gaan over de wijze waarop een zaak wordt afgedaan en kunnen onder meer zien op de bewezenverklaring, de strafeis en het afzien van bepaalde onderzoekswensen of verweren. In deze zaak lag er een raamovereenkomst waarin onder meer was afgesproken dat het OM een celstraf van zes jaar zou eisen en dat de verdediging geen bewijsverweren zou voeren. Ook zouden beide partijen geen hoger beroep instellen als de rechtbank het voorstel zou volgen.

Verder was afgesproken dat de verdachte voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling 50.000 euro zou betalen aan het OM/CJIB en afstand zou doen van drie mobiele telefoons. Volgens het vonnis is die eerste termijnbetaling vrijwel volledig voldaan en heeft de verdachte inderdaad afstand gedaan van de telefoons. De rechtbank heeft op zitting besproken of de verdachte de gevolgen van deze afspraken goed begreep en vrijwillig had ingestemd. Volgens de rechters was dat het geval.

De rechtbank maakt in het vonnis duidelijk dat zij niet gebonden is aan procesafspraken tussen OM en verdediging. Rechters moeten zelfstandig beoordelen of de strafzaak eerlijk verloopt en of de voorgestelde afdoening juridisch houdbaar is. In dit geval oordeelde de rechtbank dat zij acht kon slaan op de gemaakte afspraken, omdat de verdachte vrijwillig en goed geïnformeerd tot die keuze was gekomen.

Waarom toch ‘slechts’ zes jaar cel?

De rechtbank stelt nadrukkelijk vast dat de aard en ernst van de feiten in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur rechtvaardigen. Met andere woorden: zonder de procesafspraken had een hogere straf voor de hand gelegen. Toch kwam de rechtbank uiteindelijk uit op de afgesproken celstraf van zes jaar. Dat heeft volgens het vonnis te maken met het belang van een efficiënte rechtspleging.

Doordat de verdachte afzag van bewijsverweren en onderzoekswensen, kon de zaak sneller en eenvoudiger worden behandeld. Ook wordt door naleving van de overeenkomst een hoger beroep voorkomen, wat opnieuw tijd en zittingscapaciteit bespaart. De rechtbank ziet daarin een legitiem belang. Zulke procesafspraken kunnen er volgens de rechters bovendien voor zorgen dat zaken sneller onherroepelijk worden en straffen eerder ten uitvoer kunnen worden gelegd.

Toch is het oordeel van de rechtbank op dat punt scherp geformuleerd. De rechters schrijven letterlijk dat de overeengekomen vrijheidsstraf “nog net” in redelijke verhouding staat tot de ernst en omvang van de feiten en tot de rol van de verdachte. Daar voegen zij aan toe dat sprake is van “de absolute ondergrens” van wat in dit geval acceptabel is. Daarmee laat de rechtbank weinig twijfel bestaan over de zwaarte van de bewezen feiten.

Eerder veroordeeld, maar feiten dateren van vóór die uitspraak

Bij het bepalen van de straf keek de rechtbank ook naar het strafblad van de verdachte. Daaruit bleek dat hij op 17 februari 2025 door het Gerechtshof Den Haag al was veroordeeld tot gevangenisstraffen van 15 en 18 maanden en een geldboete van 20.000 euro wegens witwassen en overtredingen van de Opiumwet. Die eerdere veroordeling dateert echter van ná het plegen van de feiten in deze zaak, die zich afspeelden in 2020 en begin 2021. Daarom hield de rechtbank daar in het voordeel van de verdachte rekening mee via artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Ook het tijdsverloop in de zaak werkte enigszins in zijn voordeel. De cocaïnetransporten vonden plaats in 2020 en de wapenhandel liep door tot februari 2021, terwijl de uitspraak pas volgde op 5 maart 2026. De rechtbank noemt dat tijdsverloop expliciet bij de strafmotivering. Dat neemt volgens de rechters echter niet weg dat de feiten op zichzelf uiterst ernstig zijn.

Wat de rechtbank precies bewezen verklaarde

De rechtbank verklaarde bewezen dat de verdachte samen met anderen op drie momenten cocaïne Nederland heeft binnengebracht via Schiphol. Daarnaast achtte de rechtbank bewezen dat hij gedurende maanden zonder erkenning wapens en munitie heeft verhandeld, daarover heeft onderhandeld en transacties heeft geregeld, waarbij sprake was van zowel vuurwapens van categorie III als automatische vuurwapens van categorie II. Ook stond vast dat hij hiervan een beroep of gewoonte had gemaakt.

Voor het overige werd de verdachte vrijgesproken van wat meer of anders was ten laste gelegd. Dat veranderde volgens de rechtbank niets wezenlijks aan de beoordeling van de zaak of aan de uiteindelijke straf. De rechters zagen daarom geen reden om het onderzoek te heropenen.

Signaal over zware criminaliteit rond Schiphol

Met deze uitspraak geeft de rechtbank een duidelijk signaal af over de ernst van georganiseerde drugsinvoer via Schiphol en de combinatie met illegale wapenhandel. Zeker de vermelding dat corrupte luchthavenmedewerkers zijn ingezet, onderstreept volgens de rechtbank hoe georganiseerd en ondermijnend deze criminaliteit is. De zaak laat zien dat smokkel van grote hoeveelheden cocaïne en handel in zware vuurwapens nauw kunnen samenhangen binnen hetzelfde criminele netwerk.

De verdachte kreeg uiteindelijk zes jaar cel, met aftrek van het voorarrest. Daarmee volgt de rechtbank de procesafspraken, maar niet zonder duidelijk te maken dat de opgelegde straf zich aan de uiterste ondergrens bevindt. Juist die formulering maakt deze uitspraak opvallend: de rechtbank accepteert de efficiënte afdoening, maar laat tegelijk ondubbelzinnig vastleggen hoe zwaar zij de feiten aanrekent.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie