20 maanden cel voor cocaïnesmokkel Schiphol

Rechtbank Noord-Holland in Haarlem waar vonnis is uitgesproken in cocaïnezaak.

HAARLEM, 2 maart 2026 – De meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland heeft maandag een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig maanden wegens de invoer van cocaïne via Schiphol en het medeplegen van een eerdere drugssmokkel. De uitspraak werd gedaan op 2 maart 2026 in de zittingsplaats Haarlemmermeer.

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 17 november 2025 op Schiphol opzettelijk cocaïne Nederland heeft binnengebracht. Daarnaast speelde hij volgens de rechters een organiserende rol bij de invoer van bijna één kilo cocaïne door een medeverdachte op 9 november 2025.

Aanhouding met slikkersbollen

Op 17 november 2025 werd de verdachte zelf aangehouden op Schiphol. Hij bleek cocaïne in zijn lichaam te hebben verstopt in zogenoemde slikkersbollen. Uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut bleek dat het ging om een hoeveelheid van circa 970 gram cocaïne.

De verdachte bekende dit feit ter terechtzitting van 16 februari 2026. De rechtbank volstond daarom met een opsomming van de bewijsmiddelen voor dit onderdeel van de zaak ECLI_NL_RBNHO_2026_2009.

Enkele dagen eerder, op 9 november 2025, werd een Poolse man op Schiphol aangehouden met 103 slikkersbollen in zijn lichaam, goed voor netto 991,40 gram cocaïne. De rechtbank concludeert dat de verdachte bij die smokkel nauw betrokken was

Cruciale rol als tussenpersoon

De kern van de zaak draaide om de vraag of sprake was van medeplegen. Volgens vaste jurisprudentie is daarvoor vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking, waarbij de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is.

Uit chatberichten op de in beslag genomen telefoon bleek dat de verdachte intensief contact onderhield met zowel de koerier als andere betrokkenen. Hij gaf instructies door, informeerde naar de landing en probeerde contact te leggen op het moment dat de koerier aankwam in Nederland. Ook werd duidelijk dat hij een Poolse man had “gevonden” voor de smokkel en hierover communiceerde met derden

De rechtbank oordeelt dat de verdachte daarmee een substantiële en organiserende rol vervulde. Hij fungeerde niet slechts als doorgeefluik, maar als cruciale schakel in het transport. Daarmee is volgens de rechters sprake van medeplegen van de invoer van cocaïne op 9 november 2025

Ernst van de feiten

Bij de strafoplegging weegt de rechtbank zwaar mee dat het om aanzienlijke hoeveelheden harddrugs gaat, bestemd voor verdere verspreiding. Cocaïne is opgenomen op lijst I van de Opiumwet. Handel en verspreiding gaan volgens de rechtbank gepaard met andere vormen van zware criminaliteit, waaronder geweld en witwassen

Dat de verdachte niet alleen als koerier optrad, maar ook betrokken was bij de organisatie van een ander transport, werkt strafverzwarend. De rechtbank week daarom af van de gebruikelijke uitgangspunten voor standaard drugskoeriers.

Straf: twintig maanden cel

De officier van justitie had 24 maanden gevangenisstraf geëist. De verdediging stelde dat de rol van de verdachte bij het tweede feit beperkt was.

De rechtbank komt uiteindelijk tot een lagere straf: twintig maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van het voorarrest. De detentie zal volledig worden uitgezeten in een penitentiaire inrichting, tot het moment van eventuele voorwaardelijke invrijheidstelling

De rechters benadrukken dat streng wordt opgetreden tegen de invoer van harddrugs via Schiphol. De zaak onderstreept volgens hen het ontwrichtende karakter van de internationale cocaïnehandel en de rol die tussenpersonen daarin spelen.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie