AMSTERDAM, 19 augustus 2026 – De Rechtbank Amsterdam heeft een beslissing over de overlevering van een Bulgaarse vrouw aan Griekenland voorlopig uitgesteld. Het gaat om een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat in november 2025 werd uitgevaardigd door het Openbaar Ministerie bij het Hof van Beroep in Thessaloniki. De Griekse autoriteiten verdenken de vrouw van betrokkenheid bij een strafbaar feit dat volgens de rechtbank onder de categorie hulp aan illegale binnenkomst en illegaal verblijf valt.
De zaak werd begin augustus behandeld door de Internationale Rechtshulpkamer van de Amsterdamse rechtbank. Tijdens die zitting kwam onder meer de vraag aan de orde of de opgeรซiste persoon voldoende effectieve rechtsbescherming geniet onder het Europese rechtssysteem.
Twijfels over rechterlijke toetsing
De verdediging stelde dat het Nederlandse Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard omdat het Europese aanhoudingsbevel niet door een onafhankelijke rechter, maar door een Griekse officier van justitie is uitgevaardigd. Volgens de advocaat van de vrouw zou daardoor onvoldoende effectieve rechterlijke bescherming bestaan.
Het Openbaar Ministerie wees daarentegen op recente jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Volgens de officier van justitie kunnen de Griekse beslissingen ook na een eventuele overlevering nog door een rechter worden getoetst, waardoor de rechten van de verdachte volgens het OM voldoende zijn gewaarborgd.
Rechtbank wacht andere uitspraak af
De Amsterdamse rechtbank constateert dat vergelijkbare juridische vragen al eerder zijn opgeworpen in andere Griekse overleveringszaken. Daarover zijn eerder prejudiciรซle vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Inmiddels heeft het Europese hof in de zaak Blerens een beschikking afgegeven, maar de praktische gevolgen daarvan zijn nog onderwerp van beoordeling in een andere Amsterdamse zaak.
Omdat de situatie sterk overeenkomt met die lopende procedure, heeft de rechtbank besloten haar oordeel aan te houden totdat in die andere zaak een uitspraak is gedaan. Daarmee wil de rechtbank duidelijkheid verkrijgen over de eisen die gelden voor effectieve rechterlijke bescherming bij door Griekse aanklagers uitgevaardigde Europese aanhoudingsbevelen.
Vragen over detentieomstandigheden
Naast de discussie over rechtsbescherming speelt ook de vraag waar de vrouw na een eventuele overlevering zou worden gedetineerd. De rechtbank heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat in verschillende Griekse gevangenissen sprake kan zijn van omstandigheden die een risico vormen op onmenselijke of vernederende behandeling.
Uit recente informatie blijkt volgens de rechtbank niet duidelijk in welke inrichting de opgeรซiste persoon terecht zou komen. Daarom heeft de rechtbank het Openbaar Ministerie opdracht gegeven aanvullende vragen te stellen aan de Griekse autoriteiten. Daarbij moet onder meer worden vastgesteld welke vrouwengevangenis naar verwachting verantwoordelijk zal zijn voor de detentie van de verdachte.
Onderzoek voorlopig geschorst
Vanwege de openstaande juridische vragen heeft de rechtbank het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst. Tegelijkertijd is de wettelijke beslistermijn met dertig dagen verlengd tot eind september 2026. Ook de eerder opgelegde, maar geschorste overleveringsdetentie is met dezelfde periode verlengd.
De zaak wordt uiterlijk half september opnieuw op een zitting ingepland. Pas daarna zal duidelijk worden of de vrouw daadwerkelijk aan Griekenland wordt overgeleverd of dat verdere juridische beoordeling noodzakelijk is.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



