DEN HAAG, 18 augustus 2026 โ De Hoge Raad heeft de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam in een grote economische strafzaak gedeeltelijk vernietigd. De zaak draait om het medeplegen van het voorhanden hebben van grote hoeveelheden professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, witwassen, alsmede het bezit van munitie en een jammer. Het hof moet de strafmaat opnieuw beoordelen omdat er een wettelijk niet toegestane combinatie van straffen is opgelegd.
Ongeoorloofde combinatie van straffen
Het gerechtshof Amsterdam legde de verdachte eerder een gevangenisstraf op van twintig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, gecombineerd met een taakstraf van 240 uur. Volgens artikel 9 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht mag een taakstraf echter alleen naast een gevangenisstraf worden opgelegd als het onvoorwaardelijke deel van de celstraf maximaal zes maanden bedraagt. Met een onvoorwaardelijk deel van tien maanden werd deze wettelijke grens overschreden.
Voorlopige hechtenis niet van invloed op grens
In het cassatieberoep is verduidelijkt dat de duur van de doorgebrachte voorlopige hechtenis geen rol speelt bij het bepalen van dit maximum. Het gaat puur om de door de rechter opgelegde onvoorwaardelijke straf. Dat deze tijd later in mindering wordt gebracht op de straf, verandert de wettelijke aard van de opgelegde strafcombinatie niet.
Terugverwijzing naar hof Amsterdam
De Hoge Raad heeft de uitspraak van het gerechtshof uitsluitend wat betreft de strafoplegging vernietigd en verwerpt het beroep voor het overige. De zaak is terugverwezen naar het gerechtshof Amsterdam, dat zich opnieuw zal moeten buigen over de op te leggen straf. In een gerelateerde ontnemingszaak rond dezelfde betrokkene werd het cassatieberoep over het wederrechtelijk verkregen voordeel door de Hoge Raad verworpen
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


