ZWOLLE, 25 februari 2026 – De Rechtbank in Zwolle heeft op 24 februari 2026 een 42-jarige man veroordeeld voor het medeplegen van valsheid in geschrift en het structureel witwassen van grote geldbedragen. De rechtbank legde een taakstraf van 200 uur op, een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een geldboete van 35.000 euro. De strafzaak werd behandeld door de meervoudige kamer in Zwolle en draaide om fraude die zich over een periode van bijna negen jaar uitstrekte
De veroordeelde man werkte als boekhouder en handelde volgens de rechtbank samen met zijn vader. Vanuit zijn professionele positie maakte hij gebruik van zijn kennis van financiële processen om geldstromen te verhullen en fictieve transacties te creëren. De rechtbank sprak van ernstige feiten die het vertrouwen in het financieel-economisch verkeer aantasten.
Jarenlange fraude met fictieve facturen
Uit het vonnis blijkt dat de verdachte tussen 1 januari 2014 en 1 februari 2023 meermalen valse facturen heeft opgesteld. Deze facturen waren afkomstig van een eenmanszaak en gericht aan verschillende bedrijven. Op de documenten werden werkzaamheden, data en kosten vermeld die in werkelijkheid nooit hadden plaatsgevonden. Het doel was volgens de rechtbank duidelijk: de facturen moesten worden gebruikt alsof zij echt en onvervalst waren.
De valse facturen vormden de basis voor het doorsluizen van grote geldbedragen. Daarmee werd niet alleen het zicht op de herkomst van het geld ontnomen, maar werd ook de administratie van meerdere ondernemingen bewust vervuild. De rechtbank oordeelde dat sprake was van medeplegen, omdat de verdachte samen met anderen handelde en een vaste werkwijze had ontwikkeld.
Witwassen als gewoonte binnen het beroep
Naast valsheid in geschrift achtte de rechtbank bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen. In totaal ging het om een bedrag van ruim 365.000 euro dat afkomstig was uit misdrijf. De gelden werden overgemaakt via verschillende bedrijven en rekeningen, waarbij telkens de werkelijke herkomst werd verhuld.
De rechtbank benadrukte dat het witwassen plaatsvond “in de uitoefening van zijn beroep en bedrijf”. Juist dat aspect woog zwaar mee in de beoordeling. Van een boekhouder mag worden verwacht dat hij bijdraagt aan transparantie en naleving van wet- en regelgeving. In plaats daarvan gebruikte de verdachte zijn positie om illegale geldstromen te faciliteren.
Procesafspraken met het Openbaar Ministerie
Opvallend in deze zaak is dat het vonnis tot stand kwam na procesafspraken tussen de verdachte en het Openbaar Ministerie. Op 21 januari 2026 sloten beide partijen een overeenkomst waarin afspraken werden gemaakt over de afdoening van de zaak. De verdachte erkende de feiten, deed afstand van bepaalde verdedigingsrechten en zag af van hoger beroep, mits de rechtbank de afgesproken straf zou volgen.
De rechtbank toetste deze afspraken uitgebreid. Daarbij werd gekeken of de verdachte vrijwillig had ingestemd, voldoende was geïnformeerd en werd bijgestaan door een advocaat. Volgens de rechtbank was aan alle voorwaarden voldaan en was er geen sprake van druk of misleiding. Ook werd geoordeeld dat de afspraken in lijn waren met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Beoordeling door de rechtbank
Hoewel de rechtbank niet gebonden is aan procesafspraken, besloot zij het voorstel in dit geval te volgen. Daarbij speelde mee dat de zaak door de afspraken efficiënter kon worden afgedaan. Er hoefden geen uitgebreide bewijsverweren te worden gevoerd en er was geen aanvullend onderzoek nodig. Dat bespaarde tijd en capaciteit binnen de rechtspraak.
De rechtbank merkte wel op dat zonder deze afspraken een zwaardere straf, mogelijk een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, in beeld zou zijn geweest. De ernst van de feiten rechtvaardigde dat volgens de rechters. De matiging van de straf werd uitsluitend gerechtvaardigd door de proceseconomische voordelen en de snelle afdoening van de zaak.
Opgelegde straffen en gevolgen
De uiteindelijke straf bestaat uit drie onderdelen. Allereerst kreeg de verdachte een taakstraf van 200 uur. Indien hij deze niet naar behoren uitvoert, kan vervangende hechtenis van 100 dagen worden toegepast. Daarnaast werd een gevangenisstraf van vier maanden opgelegd, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Tot slot moet de verdachte een geldboete van 35.000 euro betalen; bij wanbetaling kan 210 dagen hechtenis volgen.
De rechtbank hield bij het bepalen van de straf rekening met het feit dat de man niet eerder strafrechtelijk was veroordeeld. Ook werd meegewogen dat hij de zorg heeft voor een minderjarige dochter en dat hij binnen zijn bedrijf inmiddels maatregelen zegt te hebben genomen om herhaling te voorkomen.
Impact op vertrouwen in financieel verkeer
In het vonnis benadrukt de rechtbank de bredere maatschappelijke schade van witwassen en fraude. Door crimineel geld in het reguliere economische verkeer te brengen, wordt de integriteit van dat systeem ondermijnd. Daarnaast loopt de samenleving belastinginkomsten mis en wordt ander strafbaar handelen gefaciliteerd.
Het vervalsen van facturen tast bovendien het vertrouwen aan dat bedrijven, burgers en overheden moeten kunnen stellen in administratieve documenten. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij dit vertrouwen bewust heeft geschonden, juist vanuit een beroep dat draait om betrouwbaarheid en nauwkeurigheid.
Signaalfunctie van het vonnis
Deze uitspraak heeft ook een duidelijke signaalfunctie richting de financiële en administratieve sector. De rechtbank laat zien dat beroepsmatige betrokkenheid bij witwassen en fraude streng wordt beoordeeld, zelfs wanneer wordt gekozen voor procesafspraken. De combinatie van een forse taakstraf, een hoge boete en een voorwaardelijke gevangenisstraf onderstreept dat dergelijke delicten niet lichtvaardig worden opgevat.
Voor andere professionals in de financiële dienstverlening maakt het vonnis duidelijk dat misbruik van vakkennis en positie zwaar kan worden bestraft, ook wanneer feiten over een lange periode zijn gepleegd en pas later aan het licht komen.
Conclusie
Met dit vonnis heeft de rechtbank een einde gemaakt aan een strafzaak die bijna negen jaar aan strafbare feiten besloeg. De zaak illustreert hoe complexe financiële fraudezaken kunnen worden afgedaan via procesafspraken, zonder afbreuk te doen aan de ernst van de feiten. Tegelijkertijd onderstreept de uitspraak het belang van integriteit binnen financiële beroepen en de harde aanpak van witwassen en valsheid in geschrift door de Nederlandse rechterlijke macht
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.