BRUSSEL – De Europese Commissie stelt een herziening voor van de richtlijn betreffende het Europees onderzoeksbevel (EOB) in strafzaken om grensoverschrijdende samenwerking te verbeteren en uniforme regels vast te stellen voor digitale procesvoering.
Verbetering van grensoverschrijdende bewijsvergaring
- Rechtszekerheid: Het voorstel adresseert onduidelijkheden in de huidige richtlijn uit 2014 om uiteenlopende nationale praktijken recht te trekken.
- Specialiteitsbeginsel: Er komen eenduidige voorwaarden voor het vervolggebruik en de verdere doorgifte van verkregen informatie of bewijs in andere zaken.
- Observatie en techniek: Het voorstel introduceert een kennisgevingsprocedure voor het gebruik van technische opnameapparatuur en peilbakens op voertuigen die zich naar een andere lidstaat begeven, zonder dat technische bijstand van die lidstaat vereist is.
- Definities: Begrippen zoals ’telecommunicatie’ en ‘uitvaardigende autoriteit’ worden verduidelijkt, en standaardformulieren worden gebruiksvriendelijker gemaakt.
Introductie van de European Remote Participation Order (ERPO)
- Een nieuwe titel in de richtlijn faciliteert verzoeken om verdachten, beschuldigden en slachtoffers vanuit een andere lidstaat op afstand aan strafzittingen te laten deelnemen via videoconferentie.
- Het ERPO bevat specifieke procedurele waarborgen, waaronder het recht op bijstand door een tolk en de vertrouwelijkheid van communicatie met een raadsman.
Nederlandse positie en uitvoeringsgevolgen
- Steun voor modernisering: Nederland steunt het voorstel in algemene zin, mede omdat het aansluit bij een gezamenlijk non-paper van Nederland, Duitsland en Frankrijk over het gebruik van peilbakens.
- Zorgen over uitvoeringslasten: Er is geen impact assessment uitgevoerd door de Commissie met betrekking tot de introductie van het ERPO. Dit leidt tot zorgen over de te verwachten ICT-technische, praktische en organisatorische impact op nationale autoriteiten.
- Implementatietermijn: De voorgestelde implementatietermijn van twee jaar wordt als kort beschouwd, aangezien aanpassingen in het Wetboek van Strafvordering en de systemen van het openbaar ministerie en de rechtspraak noodzakelijk zijn. Nederland zal zich daarom inzetten voor een langere termijn.
- Grondrechten: De inzet van videoconferentie vereist scherpe waarborgen omtrent het aanwezigheidsrecht en het recht op een eerlijk proces conform het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
- Regeldruk: De kosten komen volledig ten laste van de staat; er zijn geen financiรซle consequenties of regeldrukeffecten voor burgers en het bedrijfsleven.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



