WASHINGTON, 19 mei 2026 – De oorlog met Iran zet de Amerikaanse economie verder onder druk. Door de stijgende olieprijzen, onrust op de obligatiemarkt en oplopende inflatieverwachtingen neemt in de financiële wereld de roep toe dat de Federal Reserve de rente niet moet verlagen, maar juist langer hoog moet houden of zelfs opnieuw moet verhogen.
Die boodschap botst frontaal met de koers van president Donald Trump. Hij wil lagere rentes om lenen goedkoper te maken, de economie te stimuleren en de druk op huishoudens en bedrijven te verlichten. De Amerikaanse centrale bank weigert daar voorlopig in mee te gaan. De Fed ziet in de oorlog met Iran juist een risico dat energieprijzen langer hoog blijven en daardoor de inflatie opnieuw aanwakkeren.
De spanningen zijn de afgelopen weken zichtbaar geworden op de financiële markten. De olieprijs liep sterk op door zorgen over de aanvoer uit het Midden-Oosten en de situatie rond de Straat van Hormuz, een belangrijke route voor olietransport. Reuters meldde dat de Amerikaanse tien- en dertigjaarsrente naar het hoogste niveau sinds mei 2025 stegen, nadat olieprijzen en inflatiecijfers beleggers opnieuw nerveus maakten.
Fed houdt rente stabiel ondanks druk van Trump
De Federal Reserve heeft de rente de afgelopen maanden niet verlaagd. Volgens The National hield de Fed eind april de beleidsrente opnieuw onveranderd in een bandbreedte van 3,5 tot 3,75 procent. Dat was de derde opeenvolgende vergadering waarin de rente niet werd aangepast. De centrale bank wees daarbij op de onzekerheid rond olieprijzen en inflatie door de oorlog met Iran.
Voor Trump is dat een politiek probleem. Lagere rentes zouden hypotheken, bedrijfsleningen en staatsfinanciering goedkoper maken. Maar voor de Fed staat prijsstabiliteit voorop. Wanneer duurdere olie doorwerkt in transport, productie en consumentenprijzen, kan een renteverlaging de inflatiedruk juist vergroten.
Fed-voorzitter Jerome Powell heeft eerder vaker benadrukt dat de centrale bank onafhankelijk beslist. Die onafhankelijkheid ligt opnieuw onder vuur nu Trump openlijk lagere rentes verlangt, terwijl beleggers en economen juist waarschuwen voor een tweede inflatiegolf.
Financiële wereld rekent op strenger beleid
Binnen de financiële wereld groeit de overtuiging dat de Fed weinig ruimte heeft om Trump tegemoet te komen. De Financial Times meldde dat renteverlagingen in de huidige omstandigheden als “contraproductief” worden gezien en dat de centrale bank mogelijk zelfs opnieuw zou moeten verhogen wanneer de inflatiedruk aanhoudt.
Die redenering is eenvoudig: hogere olieprijzen werken door in benzine, vliegtickets, vrachtkosten en uiteindelijk in winkelprijzen. Wanneer consumenten en bedrijven verwachten dat prijzen blijven stijgen, wordt het moeilijker om inflatie terug te dringen. De Fed probeert juist te voorkomen dat zulke verwachtingen zich vastzetten.
Ook de obligatiemarkt geeft dat signaal af. Hogere rentes op Amerikaanse staatsleningen betekenen dat beleggers meer vergoeding eisen voor inflatie- en begrotingsrisico’s. The Guardian meldde dat de Amerikaanse tienjaarsrente maandag opliep tot 4,631 procent, terwijl ook andere grote obligatiemarkten onder druk stonden door inflatiezorgen rond de oorlog.
Olie blijft centrale risicofactor
De olieprijs is de kern van het probleem. Reuters meldde dat Brentolie begin mei boven de 100 dollar per vat bleef bewegen, mede door zorgen over de oorlog en een grotendeels gesloten Straat van Hormuz. Op 11 mei steeg Brent met bijna 3 procent naar 104,21 dollar per vat, nadat Trump had gezegd dat een staakt-het-vuren met Iran “aan de beademing” lag.
Een week later daalde de olieprijs tijdelijk nadat Trump een geplande aanval op Iran uitstelde en ruimte liet voor diplomatie. Brent zakte toen naar 109,84 dollar per vat, nog altijd een hoog niveau voor de wereldeconomie.
De Amerikaanse regering probeert de markt te kalmeren met olie uit de strategische reserve. Reuters meldde dat vorige week 9,9 miljoen vaten uit de Strategic Petroleum Reserve werden gehaald, waardoor de voorraad zakte naar ongeveer 374 miljoen vaten, het laagste niveau sinds juli 2024.
Inflatie loopt opnieuw op
De inflatie in de Verenigde Staten was na de piek van 2022 afgenomen, maar de oorlog met Iran heeft de prijsdruk opnieuw versterkt. The Guardian meldde dat de jaarlijkse inflatie in april opliep naar 3,8 procent, tegenover 2,4 procent in februari.
Voor de Fed is dat een alarmsignaal. Het inflatiedoel ligt op 2 procent. Zolang de inflatie daar duidelijk boven blijft, is een renteverlaging moeilijk te verdedigen. Een lagere rente stimuleert bestedingen en investeringen, maar kan ook de vraag verder aanjagen op een moment dat energieprijzen al druk zetten op de economie.
Daarmee zit de Fed klem tussen twee risico’s. Te snel verlagen kan de inflatie opnieuw uit de hand laten lopen. Te lang hoog houden kan de economie afremmen, investeringen drukken en de arbeidsmarkt verzwakken.
Politieke botsing wordt economisch risico
De botsing tussen Trump en de Fed is meer dan een beleidsverschil. Financiële markten hechten groot belang aan de onafhankelijkheid van de centrale bank. Wanneer beleggers vermoeden dat de Fed buigt voor politieke druk, kan dat de geloofwaardigheid van het Amerikaanse inflatiebeleid aantasten.
Dat risico komt op een gevoelig moment. De Amerikaanse overheid heeft hoge financieringsbehoeften, de rente op staatsleningen loopt op en energieprijzen blijven afhankelijk van geopolitieke ontwikkelingen. Een verdere escalatie met Iran kan de olieprijs opnieuw hoger zetten en daarmee ook de inflatieverwachtingen aanjagen.
Voor Trump is lagere rente politiek aantrekkelijk. Voor de Fed is het economisch riskant zolang olieprijzen, inflatie en obligatierentes onder spanning staan. Daardoor lijkt de centrale bank voorlopig niet bereid om de president zijn zin te geven.
Kern van het conflict
De oorlog met Iran heeft de Amerikaanse rente- en inflatiediscussie in korte tijd veranderd. Waar beleggers eerder rekenden op renteverlagingen, klinkt nu vaker de waarschuwing dat de Fed strenger moet blijven. Trump wil goedkopere kredieten en economische steun, maar de centrale bank ziet vooral het gevaar van nieuwe inflatie.
Zolang de oorlog voortduurt en olieprijzen hoog blijven, blijft de kans klein dat de Federal Reserve snel overgaat tot renteverlagingen. De strijd om de rente is daarmee uitgegroeid tot een tweede front in Trumps Irancrisis: niet op het slagveld, maar in de Amerikaanse economie.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.




