ROERMOND – Een man is door de rechtbank in Roermond veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, voor het medeplegen van dating-oplichting. Het slachtoffer werd via een datingsite naar Utrecht gelokt en raakte in drie dagen tijd โฌ10.000 kwijt. De rechtbank sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit van dwang.
Slachtoffer naar Utrecht gelokt voor vermeende date
De zaak speelde zich af tussen 23 en 25 juni 2025. Het slachtoffer had via een datingwebsite contact gekregen met een vrouw die zich voordeed als โ[naam 5]โ. Via WhatsApp werd aangedrongen op een ontmoeting in Utrecht. Na aankomst ontmoette de man de vrouw en twee mannen, waarna hij met hen in een auto stapte.
Volgens de rechtbank werd het slachtoffer vervolgens drie dagen door Nederland en Belgiรซ rondgereden. Tijdens die periode werd hij ertoe gebracht tweemaal โฌ5.000 te pinnen. Tegen hem werd verteld dat hij dagelijks โฌ5.000 moest betalen om bij een club te horen en dat het geld binnen een week zou worden verdubbeld.
Bewijs voor samenwerking bij de oplichting
De rechtbank achtte de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar. Die verklaring werd volgens het vonnis ondersteund door onder meer gegevens van Rabobank. De geldautomaatlimiet werd op 23 en 24 juni tijdelijk verhoogd naar โฌ5.000, waarna beide bedragen daadwerkelijk werden opgenomen.
Ook telecomgegevens speelden een belangrijke rol. Uit onderzoek bleek dat verschillende telefoonnummers en de Volkswagen Passat van betrokkenen zich rond het tijdstip van de ontmoeting vanuit Belgiรซ naar Utrecht verplaatsten. In de auto werden bovendien een simkaarthouder en een telefoondoosje aangetroffen die volgens de rechtbank konden worden gekoppeld aan het nummer dat door de vrouw uit de datingscam werd gebruikt.
De rechtbank verwierp het alternatieve scenario van de verdachte. Op diens telefoon was onder meer een video aangetroffen waarop de verdachte en de medeverdachte in de auto te zien waren. Ook vond de rechtbank een chatgesprek waarin werd gesproken over een mislukte pintransactie van het slachtoffer. Volgens de rechtbank pasten deze gegevens niet bij de verklaring dat de mannen alleen hadden geprobeerd het slachtoffer naar huis te brengen.
Geen veroordeling voor dwang
Hoewel het slachtoffer aangaf dat hij zich in de macht van de verdachten voelde, vond de rechtbank onvoldoende bewijs voor dwang. De pintransacties vonden plaats op 23 en 24 juni, terwijl de rekening van het slachtoffer pas op 25 juni werd geblokkeerd.
Volgens de rechtbank was tijdens de pintransacties bovendien sprake van een relatief gemoedelijke sfeer. Het slachtoffer werd daarom juridisch gezien niet door dwang tot afgifte van het geld gebracht, maar door misleiding. Voor het tweede ten laste gelegde feit volgde daarom vrijspraak.
Rechtbank noemt slachtoffer kwetsbaar
Bij het bepalen van de straf woog de rechtbank zwaar mee dat het slachtoffer destijds 71 jaar oud was, dementerend was en hersenletsel had. Volgens de rechtbank was sprake van een geraffineerd plan waarbij het slachtoffer uit zijn vertrouwde omgeving werd gelokt met als doel zoveel mogelijk geld afhandig te maken.
De rechtbank stelde vast dat de verdachten uiteindelijk โฌ10.000 van het slachtoffer hadden afgenomen. Er waren volgens het vonnis aanwijzingen dat zij hadden geprobeerd toegang te krijgen tot meer geld, onder meer via een nieuwe bankrekening en mislukte pintransacties.
Het slachtoffer liep volgens de rechtbank naast financiรซle schade ook aanzienlijke psychische schade op. In de schadeclaim werd melding gemaakt van PTSS-gerelateerde klachten en problemen in het dagelijks leven.
Tien maanden gevangenisstraf
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van tien maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. De proeftijd bedraagt twee jaar. Het reeds doorgebrachte voorarrest wordt op de straf in mindering gebracht. Een afzonderlijk contactverbod met het slachtoffer vond de rechtbank niet nodig.
Daarnaast moet de veroordeelde โฌ13.300 aan schadevergoeding betalen. Dat bedrag bestaat uit โฌ10.300 materiรซle schade en โฌ3.000 immateriรซle schade. Over het bedrag geldt wettelijke rente vanaf 24 juni 2025.
Een eerder voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 40 uur moet bovendien alsnog worden uitgevoerd. De rechtbank gelastte de tenuitvoerlegging omdat de verdachte tijdens de proeftijd opnieuw een strafbaar feit had gepleegd.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



