DEN HAAG โ De minister van Buitenlandse Zaken hoefde het bezwaar van een in Gaza verblijvende student tegen de weigering van consulaire bijstand niet inhoudelijk te behandelen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft woensdag geoordeeld dat zo’n weigering geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De student kan de kwestie wel voorleggen aan de burgerlijke rechter.
Student toegelaten tot Nederlandse master
De zaak draait om een vrouw die in Gaza verblijft en in Nederland een masteropleiding wil volgen. Een Nederlandse universiteit heeft haar toegelaten. De minister van Asiel en Migratie had bovendien laten weten geen bezwaar te hebben tegen de afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf, een mvv, voor studie.
Om die mvv te verkrijgen moet zij naar de Nederlandse ambassade in Amman in Jordaniรซ. Volgens de student kan zij Gaza echter niet verlaten zonder hulp van de Nederlandse overheid. Daarom vroeg zij de minister van Buitenlandse Zaken om consulaire bijstand. Die hulp zou in dit geval bestaan uit diplomatieke inspanningen om haar de grens van Gaza te laten passeren.
Minister wees verzoek af
De minister wees het verzoek in november 2025 af. Volgens Buitenlandse Zaken behoorde de vrouw op dat moment niet tot de groepen die in aanmerking kwamen voor consulaire hulp bij vertrek uit Gaza.
Toen zij bezwaar maakte, verklaarde de minister dat bezwaar niet-ontvankelijk. Volgens de minister was de eerdere weigering geen formeel besluit waartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar kon worden gemaakt.
De rechtbank Den Haag ging in februari 2026 mee in die redenering. Volgens de rechtbank is het wel of niet bieden van consulaire bijstand feitelijk handelen of nalaten en ontstaat daardoor geen publiekrechtelijk rechtsgevolg.
Student wees op publieke taak
In hoger beroep stelde de vrouw dat Buitenlandse Zaken wel degelijk een publieke taak op zich had genomen. Zij verwees naar uitingen van de minister waaruit volgens haar bleek dat Nederland personen met een verblijfsrecht helpt Gaza te verlaten.
Volgens haar was de hulp bovendien niet beperkt gebleven tot een eenmalige humanitaire geste. Ook personen die een mvv mochten ophalen voor studie of onderzoek zouden consulaire bijstand hebben gekregen.
De student voerde daarnaast aan dat haar Nederlandse verblijfsrecht feitelijk weinig waarde heeft wanneer zij zonder diplomatieke hulp Gaza niet kan verlaten.
Raad van State wijst hoger beroep af
De Raad van State volgt die argumentatie niet. De hoogste bestuursrechter verwijst naar een andere uitspraak van dezelfde dag en concludeert dat de weigering van consulaire bijstand aan personen uit Gaza met een mvv geen besluit is volgens artikel 1:3 van de Awb.
De weigering wordt ook niet met een formeel besluit gelijkgesteld. Daardoor was het bezwaar van de vrouw volgens de Raad van State terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Burgerlijke rechter blijft mogelijkheid
Het hoger beroep is daarmee ongegrond en de eerdere uitspraak van de rechtbank blijft in stand. Dat betekent niet dat de vrouw helemaal geen juridische mogelijkheid meer heeft om de weigering aan te vechten.
Volgens de Raad van State kan zij zich tot de burgerlijke rechter wenden als zij het niet eens is met de beslissing van Buitenlandse Zaken. De minister hoeft in deze bestuursrechtelijke procedure geen proceskosten te vergoeden.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


