AMSTERDAM, 22 mei 2026 – Een 25-jarige man is door de rechtbank Amsterdam veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan één maand voorwaardelijk, voor een aanval met een mes op zijn vader. De rechtbank acht bewezen dat de man op 9 november 2025 in Amsterdam probeerde zijn vader zwaar te mishandelen. Van poging tot doodslag is hij vrijgesproken.
De zaak werd op 20 mei 2026 behandeld door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam. De uitspraak is op 22 mei gepubliceerd. Naast de geweldszaak werd ook een verkeerszaak behandeld, waarbij de man na een aanrijding was weggereden zonder zijn gegevens achter te laten.
Ruzie in woning loopt uit de hand
Volgens de rechtbank ontstond op 9 november 2025 in de woning van de familie een ruzie tussen de verdachte en zijn vader. De vader zou zijn zoon geen geld hebben willen geven en hem de woning hebben uitgezet. Daarna escaleerde de situatie.
De rechtbank stelt vast dat de man zijn vader aanviel terwijl hij een mes in zijn hand had. Tijdens een worsteling maakte hij stekende bewegingen in de richting van zijn vader. De vader liep daarbij een snede van zeven centimeter aan zijn rechteronderarm op en kreeg een schram in zijn hals. De wond aan de onderarm moest in het ziekenhuis worden gehecht.
De moeder van de verdachte was getuige van de worsteling en probeerde tussenbeide te komen. De rechtbank rekent het de man zwaar aan dat het geweld plaatsvond in de woning, een plek waar zijn ouders zich veilig hadden moeten voelen.
Geen poging doodslag bewezen
Het Openbaar Ministerie had vrijspraak gevraagd voor poging tot doodslag, maar wilde wel een veroordeling voor poging tot zware mishandeling. De rechtbank ging daarin mee.
Volgens de rechtbank kan niet worden vastgesteld dat de verdachte zo gericht en met kracht richting de nek van zijn vader heeft gestoken dat sprake was van een bewuste aanvaarding van de kans op de dood. Daarom volgde vrijspraak voor poging tot doodslag.
Wel oordeelt de rechtbank dat sprake was van poging tot zware mishandeling. Door tijdens een worsteling met een mes in de richting van zijn vader te steken en hem aan arm en hals te raken, aanvaardde de man volgens de rechtbank bewust de aanmerkelijke kans dat zijn vader veel ernstiger gewond zou raken.
Latere verklaringen ouders niet geloofwaardig
De verdediging stelde dat de verdachte moest worden vrijgesproken. Volgens de raadsvrouw was sprake van een wederzijdse worsteling en waren latere verklaringen van de ouders minder belastend voor de verdachte.
De rechtbank hechtte echter vooral waarde aan de eerste verklaringen van de vader en moeder kort na het incident. Die verklaringen waren volgens de rechtbank gedetailleerd en op belangrijke punten gelijkluidend. Latere verklaringen, waarin de ouders hun eerdere verklaringen nuanceerden, achtte de rechtbank minder geloofwaardig. Volgens de rechtbank leken die latere verklaringen mede ingegeven door de wens om hun zoon te behoeden voor verdere strafrechtelijke gevolgen.
Ook veroordeeld voor verlaten plaats ongeval
De man werd daarnaast veroordeeld voor het verlaten van de plaats van een verkeersongeval. Op 14 juni 2025 reed hij op de Kamperfoelieweg in Amsterdam tegen de auto van een ander. Daarbij ontstond schade aan de bumper. De verdachte reed daarna weg zonder zijn gegevens achter te laten.
De rechtbank vindt dat iedere verkeersdeelnemer verantwoordelijkheid moet nemen na een ongeval. Minimaal moet iemand zijn identiteit kenbaar maken zodat schade kan worden afgehandeld.
De benadeelde partij krijgt een schadevergoeding van 2.170,58 euro toegewezen. Dat bedrag bestaat uit reparatiekosten en kosten voor een schaderapport. De verdachte moet ook wettelijke rente betalen vanaf 14 juni 2025.
Voorwaarden tijdens proeftijd
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van zes maanden, waarvan één maand voorwaardelijk. De proeftijd is vastgesteld op twee jaar. Aan het voorwaardelijke deel zijn meerdere bijzondere voorwaarden verbonden.
De man moet zich melden bij de reclassering en meewerken aan ambulante behandeling bij Forensische Ambulante Zorg Inforsa of een vergelijkbare instelling. Die behandeling richt zich op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing en het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Ook moet de man meewerken aan controles op alcohol- en softdrugsgebruik. Verder moet hij zich inspannen voor werk, onbetaald werk of een andere vaste dagbesteding. De rechtbank bepaalde ook dat hij, als de reclassering dat nodig vindt, moet verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang.
Problematiek woog mee bij straf
Uit psychologisch onderzoek blijkt dat bij de verdachte sprake is van een licht verstandelijke beperking en een stoornis in het gebruik van alcohol en cannabis. Mogelijk was ook sprake van psychotische problematiek door middelengebruik. De rechtbank nam het advies over om het bewezenverklaarde in verminderde mate aan de man toe te rekenen.
Tegelijk benadrukt de rechtbank de ernst van het geweld. De aanval met een mes op de vader, in aanwezigheid van de moeder, wordt gezien als een ernstig feit binnen de huiselijke sfeer. Dat de vader uiteindelijk geen zwaar lichamelijk letsel opliep, leidde tot een lagere straf dan wanneer dat letsel wel was ontstaan.
Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis is opgeheven.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.




