DEN HAAG – Nederland telt ongeveer 3,3 miljoen mensen met een psychische aandoening. Van hen worden volgens brancheorganisatie de Nederlandse ggz ruim anderhalf miljoen volwassenen behandeld in de geestelijke gezondheidszorg. Kinderen en jongeren zijn bij dat laatste aantal niet meegerekend. Uit onderzoek naar de meest recente CBS-cijfers blijkt dat daarnaast in 2025 ruim 469.000 jongeren jeugdhulp ontvingen, onder meer vanwege psychische, psychosociale en gedragsproblemen
De cijfers onderstrepen hoe groot de vraag naar psychische hulpverlening in Nederland is. Tegelijkertijd laten ze zien dat verschillende vormen van ondersteuning niet zomaar bij elkaar kunnen worden opgeteld.
Een psychische aandoening betekent niet automatisch dat iemand onder behandeling is. Ook ontvangt niet iedere jongere met jeugdhulp daadwerkelijk een behandeling binnen de gespecialiseerde jeugd-ggz.
Ruim anderhalf miljoen volwassenen in behandeling
Ruth Peetoom, voorzitter van brancheorganisatie de Nederlandse ggz, maakte in september duidelijk hoe omvangrijk de psychische problematiek in Nederland is.
Volgens haar hebben ongeveer 3,3 miljoen Nederlanders een psychische aandoening. Ruim anderhalf miljoen volwassenen ontvangen daarvoor behandeling binnen de geestelijke gezondheidszorg.
Het verschil tussen beide aantallen is belangrijk. Sommige mensen hebben klachten waarvoor geen gespecialiseerde behandeling nodig is, terwijl anderen ondersteuning krijgen via de huisarts of op een andere manier met hun problemen omgaan.
Ook kan sprake zijn van een psychische aandoening die op het moment van onderzoek niet actief wordt behandeld.
Zorgverzekeraars registreren bijna miljoen patiënten
Zorgdatabedrijf Vektis komt in zijn registratie van de geneeskundige ggz tot een lager aantal patiënten.
Volgens Vektis ontvingen in 2024 ongeveer 978.000 mensen behandeling binnen de ggz die via de Zorgverzekeringswet wordt gefinancierd.
Daarvan werden ongeveer 48.600 patiënten gedurende minimaal één dag opgenomen.
De verschillende aantallen zijn niet rechtstreeks met elkaar te vergelijken. De registraties hebben niet dezelfde afbakening van zorgvormen en financiering.
Dat maakt het belangrijk om onderscheid te maken tussen alle vormen van psychische ondersteuning en de gespecialiseerde behandelingen die zorgverzekeraars registreren.
Bijna 470.000 jongeren ontvangen jeugdhulp
Ook onder kinderen en jongeren is de vraag naar professionele hulpverlening groot.
Volgens voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek ontvingen in 2025 in totaal 469.065 jongeren jeugdhulp.
Het betreft kinderen en jongeren tot 23 jaar. Jeugdhulp is normaal gesproken bedoeld voor minderjarigen, maar kan in bepaalde situaties na de achttiende verjaardag doorlopen.
De hulp kan betrekking hebben op psychische klachten, gedragsproblemen, psychosociale problemen, een verstandelijke beperking of opvoedingsproblemen.
Daarom kan het totale aantal jongeren met jeugdhulp niet gelijk worden gesteld aan het aantal patiënten van de jeugd-ggz.
Een op de zeven minderjarigen krijgt jeugdhulp
Van alle kinderen en jongeren onder de achttien jaar ontving in 2025 ongeveer 14 procent jeugdhulp in natura.
Dat betekent dat ongeveer één op de zeven minderjarigen gedurende het jaar gebruikmaakte van een vorm van professionele ondersteuning.
Opvallend is het relatief hoge gebruik in de basisschoolleeftijd.
Volgens het CBS kregen ongeveer 149.000 kinderen van acht tot twaalf jaar jeugdhulp. Dat is ruim twintig procent van alle kinderen in deze leeftijdscategorie.
Ook onder jongeren van twaalf tot achttien jaar is het gebruik aanzienlijk. In deze groep ontvingen bijna 194.000 jongeren jeugdhulp, bijna zeventien procent van de leeftijdsgroep.
Ook jonge kinderen ontvangen ondersteuning
De cijfers laten zien dat professionele hulp niet uitsluitend wordt ingezet bij pubers en jongvolwassenen.
In 2025 kregen ongeveer 28.000 kinderen jonger dan vier jaar jeugdhulp.
Bij kinderen van vier tot acht jaar ging het om ruim 79.000.
In deze leeftijdscategorieën kan hulp bijvoorbeeld gericht zijn op de ontwikkeling van het kind, gedragsproblemen of ondersteuning van ouders bij de opvoeding.
Dat betekent niet dat al deze jonge kinderen een psychiatrische diagnose hebben.
Meeste hulp zonder opname
Veruit de meeste jongeren met jeugdhulp blijven gewoon thuis wonen.
In 2025 ontvingen ongeveer 449.000 jongeren jeugdhulp zonder verblijf. Deze ondersteuning kan plaatsvinden bij een hulpverlener, binnen het eigen netwerk of via een wijkteam.
Bijna 39.200 jongeren kregen jeugdhulp waarbij sprake was van een vorm van verblijf.
Onder deze categorie vallen onder meer pleegzorg, gezinsgerichte opvang, behandelgroepen en gesloten jeugdhulp.
Sommige jongeren ontvingen gedurende het jaar zowel hulp met als zonder verblijf. Daardoor kunnen deze categorieën niet zonder meer worden opgeteld.
Jongens krijgen vaker jeugdhulp dan meisjes
Uit de cijfers blijkt dat jongens vaker jeugdhulp ontvangen dan meisjes.
In 2025 kregen ongeveer 248.000 jongens jeugdhulp, tegenover bijna 218.000 meisjes.
Het verschil kan onder meer samenhangen met de verschillende soorten problemen waarvoor kinderen worden aangemeld.
De cijfers zeggen op zichzelf echter niet dat jongens vaker psychische aandoeningen hebben dan meisjes.
Daarvoor is afzonderlijk onderzoek naar diagnoses en psychische gezondheid noodzakelijk.
Aantal jongeren met jeugdhulp licht gedaald
Opvallend is dat het aantal geregistreerde jongeren met jeugdhulp in 2025 iets lager lag dan een jaar eerder.
In 2024 ging het om ongeveer 483.000 jongeren. Een jaar later waren dat er voorlopig 469.000.
Het CBS waarschuwt wel dat de cijfers over 2025 nog kunnen worden bijgesteld.
Bij eerdere jaren bleken de definitieve aantallen hoger uit te vallen dan de voorlopige registraties.
Daarom is nog niet met zekerheid vast te stellen hoe groot de daadwerkelijke daling over 2025 is.
Behandelingen kosten miljarden euro's
De omvang van de psychische gezondheidszorg brengt aanzienlijke kosten met zich mee.
Volgens Vektis werd in 2024 ongeveer 5,5 miljard euro uitgegeven aan geneeskundige ggz binnen de Zorgverzekeringswet.
Een relatief kleine groep patiënten die opgenomen wordt, is verantwoordelijk voor een groot deel van de uitgaven.
Van de totale kosten ging ongeveer 2,2 miljard euro naar patiënten die tijdens hun behandeling ook in een instelling verbleven.
De gemiddelde kosten voor deze groep lagen aanzienlijk hoger dan voor patiënten die uitsluitend ambulante behandeling ontvingen.
De kosten van gemeentelijk gefinancierde jeugdhulp vallen buiten deze bedragen.
Grote druk op geestelijke gezondheidszorg
De omvang van de hulpvraag stelt de Nederlandse gezondheidszorg voor belangrijke uitdagingen.
Psychologen, psychiaters, huisartsen, jeugdhulpverleners en andere professionals krijgen te maken met mensen met uiteenlopende en soms ingewikkelde hulpvragen.
Brancheorganisatie de Nederlandse ggz pleit daarom voor veranderingen in de manier waarop psychische zorg en ondersteuning zijn georganiseerd.
Volgens de organisatie is niet iedere hulpvraag uitsluitend met medische behandeling op te lossen.
Ook problemen rond schulden, huisvesting, werk, eenzaamheid en maatschappelijke omstandigheden kunnen invloed hebben op de mentale gezondheid.
Een betere samenwerking tussen zorgverleners, gemeenten en maatschappelijke organisaties kan helpen om mensen passende ondersteuning te bieden.
Niet alle cijfers bij elkaar optellen
Hoewel de aantallen indrukwekkend zijn, is voorzichtigheid noodzakelijk bij het berekenen van het totale aantal mensen dat psychische hulp ontvangt.
De 3,3 miljoen Nederlanders met een psychische aandoening vormen geen aparte groep naast de volwassenen die ggz-behandeling krijgen.
Ook de 469.000 jongeren met jeugdhulp hebben niet allemaal een psychische aandoening of een behandeling binnen de jeugd-ggz.
Bovendien lopen sommige vormen van jeugdhulp door na de achttiende verjaardag, waardoor leeftijdsgroepen elkaar kunnen overlappen.
Een betrouwbaar landelijk totaal van alle volwassenen en kinderen die daadwerkelijk gespecialiseerde ggz-behandeling ontvangen, kan daarom niet eenvoudig uit deze registraties worden afgeleid.
Mentale gezondheid blijft grote maatschappelijke opgave
De landelijke cijfers maken duidelijk dat psychische problemen een belangrijk onderdeel van de Nederlandse gezondheidszorg vormen.
Miljoenen mensen hebben gedurende hun leven met een psychische aandoening te maken, terwijl een grote groep volwassenen en jongeren professionele hulp ontvangt.
Voor beleidsmakers ligt de uitdaging niet alleen bij het beschikbaar houden van voldoende behandelcapaciteit.
Ook vroegtijdige signalering, preventie, toegankelijke ondersteuning en samenwerking tussen verschillende hulpverleners spelen een belangrijke rol.
Vooral bij kinderen en jongeren kan passende hulp op het juiste moment voorkomen dat problemen verergeren.
De cijfers van het CBS en de Nederlandse ggz maken daarmee duidelijk dat mentale gezondheid een blijvend aandachtspunt is voor zowel de landelijke overheid als gemeenten.




