ZAANDAM – Een man is donderdag 15 oktober veroordeeld tot dertien jaar gevangenisstraf voor een poging tot moord op 10 juli 2025 in Zaandam. De verdachte schoot op klaarlichte dag met een pistool met geluiddemper op zijn slachtoffer, dat daarbij in zijn linker bovenbeen werd geraakt. De rechtbank oordeelt dat de aanslag zorgvuldig was voorbereid en dat de verdachte bewust het risico heeft genomen dat zijn slachtoffer zou overlijden. Het Openbaar Ministerie had achttien jaar gevangenisstraf geëist.

Schietpartij midden in woonwijk

De aanslag vond plaats in de buurt van de woning van het slachtoffer in Zaandam. De verdachte benaderde de man en schoot vanaf enkele meters afstand gericht op hem. De eerste kogel raakte het slachtoffer in zijn linker bovenbeen.

Direct daarna probeerde de schutter opnieuw te vuren, maar zijn wapen blokkeerde. Terwijl het slachtoffer zigzaggend wegrende, verwijderde de verdachte de vastgelopen patroon uit het pistool. Vervolgens rende hij achter de man aan en loste opnieuw een schot. Deze tweede kogel miste het slachtoffer.

De verdachte verklaarde tijdens de rechtszaak dat hij niet van plan was geweest de man te doden. Hij zou bewust op diens benen hebben gericht. Zijn advocaat voerde aan dat de verdachte als voormalig militair een ervaren schutter was en daardoor gericht kon schieten.

De rechtbank verwierp dat verweer. Volgens de rechters ontstond door het schieten tijdens een achtervolging een aanzienlijke kans dat de kogel vitale lichaamsdelen zou raken. Door desondanks opnieuw te schieten, heeft de verdachte bewust het risico op een dodelijke afloop aanvaard.

Moordaanslag dagenlang voorbereid

Uit het strafrechtelijk onderzoek blijkt dat de verdachte zijn actie gedurende meerdere dagen had voorbereid. Op 7 juli 2025 kocht hij in het Duitse Duisburg een mobiele telefoon. Vervolgens reisde hij met een vuurwapen, een geluiddemper en een fles zwavelzuur naar Nederland.

In Zaandam verbleef hij onder een valse naam in een hotel. Op 8 juli kocht hij in Nieuwegein twee GPS-trackers en twee kleine camera's. Een dag later verkende hij de omgeving van de woning van zijn slachtoffer. Ook plaatste hij een GPS-tracker onder diens auto.

Op de dag van de aanslag zette de verdachte een fiets en een auto klaar in de omgeving van de woning. Toen het slachtoffer arriveerde, controleerde hij eerst of hij de juiste persoon voor zich had. Vervolgens ging hij met het vuurwapen achter de man aan.

Volgens de rechtbank was sprake van een duidelijk vooropgezet plan. De verdachte had ruimschoots de gelegenheid gehad om na te denken over de gevolgen van zijn handelen. Zelfs toen zijn wapen blokkeerde en het slachtoffer wegrende, besloot hij zijn aanval voort te zetten.

Zwavelzuur bedoeld om slachtoffer te verminken

Bijzonder aan de zaak is dat de verdachte tijdens de aanslag ook een fles zwavelzuur bij zich had. Zelf verklaarde hij dat het zuur was bedoeld om achteraf sporen op zijn vuurwapen en fiets uit te wissen.

De rechtbank achtte die verklaring ongeloofwaardig. Het slachtoffer had op 10 april 2025 al een dreigbericht ontvangen waarin werd gesproken over het beschieten van zijn knieën en het overgieten met zuur.

Bovendien nam de verdachte het zwavelzuur mee naar de plaats van de schietpartij. Daar werden later een dop, een afdichtingsring en sporen van zwavelzuur aangetroffen.

De rechtbank concludeerde dat de verdachte het zuur bij zich had met de bedoeling dit over het slachtoffer te gooien. Niet kon worden vastgesteld dat hij daadwerkelijk had geprobeerd het zuur over de man heen te gieten. Van dat onderdeel van de beschuldiging werd hij daarom vrijgesproken.

Schutter handelde in opdracht van ander

Volgens de rechtbank kende de verdachte zijn slachtoffer niet persoonlijk. Uit het onderzoek bleek dat hij op verzoek van iemand anders handelde. De rechters spreken daarom van een afrekening.

Het Openbaar Ministerie beschouwde de verdachte als een professionele huurmoordenaar. Volgens de aanklager was sprake van een georganiseerde aanslag waarbij gebruik werd gemaakt van valse identiteiten, GPS-trackers, een vuurwapen met geluiddemper en zwavelzuur.

Op 5 augustus 2026 werd in Engeland een tweede verdachte aangehouden. Deze man had onder meer de fiets gekocht die de schutter tijdens de aanslag gebruikte. Ook waren er aanwijzingen dat een door hem gehuurde auto in de omgeving van de plaats delict was geweest.

Toch vond de rechtbank onvoldoende bewijs dat beide mannen nauw en bewust hadden samengewerkt bij de poging tot moord. Een gezamenlijk plan of duidelijke taakverdeling kon niet worden vastgesteld. De veroordeelde werd daarom vrijgesproken van het medeplegen van de aanslag.

Slachtoffer ondervindt nog altijd gevolgen

Het slachtoffer raakte bij de schietpartij ernstig gewond. De kogel moest operatief uit zijn linker bovenbeen worden verwijderd. Tijdens de rechtszaak vertelde hij dat de aanslag nog altijd grote lichamelijke en psychische gevolgen heeft.

Hoewel de schotwond inmiddels is genezen, zijn spieren beschadigd geraakt. Ook heeft de gebeurtenis ingrijpende gevolgen voor zijn gezin. Volgens het slachtoffer leven zijn vrouw en andere gezinsleden sinds de aanslag in angst.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij midden in een woonwijk een levensgevaarlijke aanval uitvoerde. Dergelijk geweld draagt volgens de rechters bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Geen schadevergoeding vastgesteld

Het Openbaar Ministerie had de rechtbank gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Bij de verdachte was eerder een bedrag van 22.000 euro in beslag genomen. Op dat geld rust conservatoir beslag ten behoeve van een mogelijke schadevergoeding aan het slachtoffer.

De rechtbank stelde vast dat de verdachte aansprakelijk is voor de schade die hij heeft veroorzaakt. Toch kon geen schadevergoeding worden vastgesteld, omdat onvoldoende gegevens beschikbaar waren over de omvang van de lichamelijke, psychische en financiële schade.

Het slachtoffer heeft aangegeven dat hij met hulp van een advocaat via een civiele procedure een schadevergoeding wil eisen.

Dertien jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf

Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met de ernst van de poging tot moord, de uitgebreide voorbereiding en de ingrijpende gevolgen voor het slachtoffer. Ook woog mee dat de verdachte eerder in België was veroordeeld voor ernstige geweldsmisdrijven.

Volgens de rechtbank rechtvaardigen de omstandigheden een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Alles afwegend acht zij dertien jaar gevangenisstraf passend.

De tijd die de verdachte al in Duitse overleveringsdetentie en Nederlands voorarrest heeft doorgebracht, wordt op de gevangenisstraf in mindering gebracht.

Daarnaast heeft de rechtbank bepaald dat onder meer de in beslag genomen GPS-trackers, camera's en vervalste identiteitsdocumenten aan het verkeer worden onttrokken.