DEN HAAG – Forum voor Democratie wil dat minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie opheldering geeft over zijn weigering om informatie over gesprekken met de Europese Commissie over het nieuwe kinderopvangstelsel openbaar te maken. Tweede Kamerlid Pepijn van Houwelingen heeft hierover op maandag 19 oktober schriftelijke vragen ingediend. Volgens de partij kan de Tweede Kamer haar controlerende taak onvoldoende uitvoeren wanneer het kabinet informatie achterhoudt door contacten met Brussel als informeel te bestempelen.

De vragen volgen op een stevig debat in de Tweede Kamer op 7 oktober. Tijdens dat debat ontstond een confrontatie tussen Van Houwelingen en minister Aartsen over de Europese staatssteunregels en de manier waarop het kabinet de kinderopvang vanaf 2029 wil financieren.

Minister weigert informatie te verstrekken

Van Houwelingen wilde tijdens het debat weten welke informatie de Nederlandse overheid met de Europese Commissie heeft uitgewisseld. Ook vroeg hij welke conclusies Brussel heeft getrokken over de voorgenomen financiering van de kinderopvang.

Aartsen maakte duidelijk dat het kabinet de informele contacten met de Europese Commissie niet openbaar wil maken. Volgens de minister is het ongebruikelijk dergelijke gesprekken te delen en gebeurt dat ook bij andere beleidsterreinen niet.

Van Houwelingen reageerde verontwaardigd. Hij stelde dat de Kamer recht heeft op informatie die noodzakelijk is om de regering te controleren.

De minister bleef echter bij zijn standpunt. Volgens Aartsen moet de Kamer hem beoordelen op het beleid dat hij voert en niet op de inhoud van informele gesprekken met Europese instellingen.

Wanneer is overleg informeel?

In zijn nieuwe Kamervragen richt Van Houwelingen zich nadrukkelijk op het onderscheid tussen formele en informele communicatie.

Hij vraagt de minister of het kabinet informatie mag weigeren zodra contacten met de Europese Commissie als informeel worden aangemerkt.

Ook wil hij weten aan welke voorwaarden communicatie moet voldoen om als formeel of informeel te worden beschouwd. De minister wordt gevraagd concrete voorbeelden van beide vormen van overleg te geven.

Daarmee raakt de discussie aan een bredere kwestie: welke informatie moet een minister beschikbaar stellen wanneer de Tweede Kamer daarom vraagt?

Het Kamerlid wil voorkomen dat de kwalificatie informeel voldoende is om correspondentie en gespreksverslagen buiten het bereik van de volksvertegenwoordiging te houden.

Miljarden voor nieuw kinderopvangstelsel

De discussie speelt tegen de achtergrond van een ingrijpende hervorming van de kinderopvang.

Het kabinet wil vanaf 2029 de kinderopvangtoeslag vervangen door rechtstreekse financiering van kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus. Werkende ouders betalen dan nog een beperkte eigen bijdrage.

Volgens de kabinetsplannen wordt 95,6 procent van de maximum uurprijs vergoed. Met het nieuwe stelsel is vanaf 2029 ongeveer 9 miljard euro per jaar gemoeid.

Om te voorkomen dat de overheidsbijdragen in strijd komen met Europese staatssteunregels, wil het kabinet kinderopvang aanwijzen als een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB).

Die constructie maakt het mogelijk publieke middelen onder bepaalde voorwaarden aan ondernemingen te verstrekken. Daartegenover staan regels over onder meer vergoedingen, winst en het voorkomen van overcompensatie.

Binnen de kinderopvangsector bestaan zorgen over de mogelijke gevolgen voor ondernemers, investeringen en administratieve lasten.

FVD betwijfelt noodzaak Europese constructie

Van Houwelingen wil weten of de Europese Commissie daadwerkelijk heeft vastgesteld dat het nieuwe financieringsstelsel zonder DAEB in strijd zou komen met de staatssteunregels.

Tijdens het debat wees hij erop dat verschillende juridische beoordelingen bestaan over de vraag of de voorgenomen financiering als staatssteun moet worden beschouwd.

De FVD'er vindt dat het kabinet onvoldoende duidelijk maakt welke alternatieven zijn onderzocht en wat de Europese Commissie daarover heeft gezegd.

Volgens Aartsen biedt de DAEB-constructie juist een eenvoudiger en juridisch beter beheersbare route om overheidsgeld aan kinderopvangorganisaties te verstrekken.

Het kabinet wil daarmee voorkomen dat organisaties later subsidie moeten terugbetalen omdat Europese staatssteunregels zijn overtreden.

Eerdere motie door Tweede Kamer verworpen

Op 7 oktober diende Van Houwelingen al een motie in waarin hij het kabinet opriep alle relevante correspondentie en gespreksverslagen over de DAEB-constructie beschikbaar te stellen, eventueel vertrouwelijk.

Minister Aartsen ontraadde die motie. Bij de stemming op 13 oktober werd het voorstel door de Tweede Kamer verworpen.

Met de schriftelijke vragen van 19 oktober probeert Van Houwelingen alsnog duidelijkheid te krijgen.

Hij vraagt onder meer of de weigering om informele communicatie te verstrekken betekent dat er helemaal geen formeel contact met de Europese Commissie heeft plaatsgevonden.

Als dat wel is gebeurd, wil FVD dat de formele correspondentie over de DAEB-constructie en mogelijke alternatieven alsnog zo snel mogelijk aan de Kamer wordt gestuurd.

Minister opnieuw aan zet

De minister moet nu antwoord geven op de vraag waar volgens het kabinet de grens ligt tussen vertrouwelijk diplomatiek overleg en de informatieplicht tegenover de Tweede Kamer.

De antwoorden kunnen van belang zijn voor de verdere parlementaire behandeling van het nieuwe kinderopvangstelsel.

Het wetsvoorstel is inmiddels voor advies naar de Raad van State gestuurd. Het kabinet blijft streven naar invoering op 1 januari 2029.

Of de nieuwe Kamervragen alsnog leiden tot openbaarmaking van documenten over de Europese contacten, moet blijken uit de beantwoording door minister Aartsen.