DEN HAAG – Minister-president Rob Jetten ontkent dat berichten op zijn officiële sociale media volledig door kunstmatige intelligentie zijn geschreven. Tegelijkertijd erkent hij dat AI mogelijk wel een rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van teksten die voor zijn berichten zijn gebruikt. Dat blijkt uit antwoorden op Kamervragen van Pepijn van Houwelingen (FVD), die maandag 26 oktober naar de Tweede Kamer zijn gestuurd. Aanleiding is een onderzoek van de Volkskrant waarin deskundigen vraagtekens plaatsen bij eerdere uitspraken van de premier over zijn AI-gebruik.

De discussie ontstond na een publicatie van de Volkskrant op 8 oktober. Daarin werd onderzocht of berichten op de sociale media van Jetten daadwerkelijk door mensen waren geschreven, zoals de premier eerder had aangegeven. Volgens de krant wijzen verschillende analyses op mogelijk gebruik van kunstmatige intelligentie.

Vijf berichten mogelijk volledig door AI geschreven

Volgens de Volkskrant heeft het AI-detectieprogramma Pangram minstens vijf berichten van Jetten uit het afgelopen halfjaar aangemerkt als vrijwel zeker door kunstmatige intelligentie gegenereerd. Het gaat om teksten die op zijn officiële sociale media zijn gepubliceerd.

Twee door de krant geraadpleegde AI-deskundigen noemden het ondenkbaar dat het detectieprogramma alle vijf de berichten ten onrechte als AI-teksten zou hebben aangemerkt. Daarmee ontstond twijfel over de eerdere verklaringen van Jetten over de totstandkoming van zijn berichten.

Een AI-detectieprogramma kan aanwijzingen geven over de herkomst van een tekst, maar levert op zichzelf geen sluitend bewijs dat deze daadwerkelijk door kunstmatige intelligentie is geschreven. De uitkomsten moeten daarom worden onderscheiden van onafhankelijk vastgestelde feiten.

Premier spreekt beschuldigingen tegen

In zijn beantwoording aan de Tweede Kamer blijft Jetten bij zijn standpunt dat geen enkel bericht op zijn officiële accounts volledig door kunstmatige intelligentie is gegenereerd. Volgens de premier zijn mensen bij het opstellen van alle berichten betrokken geweest.

"Bij het opstellen van de sociale mediaberichten, is in alle gevallen sprake geweest van mensenwerk", schrijft Jetten. Volgens hem is deze werkwijze in overeenstemming met de communicatierichtlijnen die binnen de rijksoverheid gelden.

De premier gaat in zijn antwoorden niet afzonderlijk in op de vijf berichten die door Pangram als mogelijk AI-gegenereerd werden aangemerkt. Ook geeft hij geen technische onderbouwing waarmee de conclusies van het detectieprogramma kunnen worden weerlegd.

Indirect gebruik van AI niet uitgesloten

Opvallend is dat Jetten tegelijkertijd erkent dat kunstmatige intelligentie mogelijk wel indirect bij zijn berichten betrokken is geweest. Volgens hem worden teksten voor sociale media regelmatig samengesteld uit verschillende documenten, waaronder beleidsdossiers, gespreksnotities en eerder gebruikte teksten.

Bij de totstandkoming van dergelijke documenten kan volgens de premier gebruik zijn gemaakt van AI. Wanneer passages vervolgens worden overgenomen voor sociale media, kunnen daarin volgens hem sporen van kunstmatige intelligentie aanwezig zijn.

Daarmee maakt Jetten onderscheid tussen berichten die volledig door AI zijn geschreven en berichten waarin mogelijk onderdelen voorkomen die eerder met behulp van AI tot stand zijn gekomen. De premier benadrukt dat het gebruik van AI als hulpmiddel binnen de rijksoverheid is toegestaan.

Discussie over privéaccounts en officiële communicatie

Van Houwelingen stelde ook vragen over het onderscheid dat Jetten maakt tussen persoonlijke en officiële sociale media. Volgens de door de Volkskrant geraadpleegde deskundigen is dat onderscheid niet altijd duidelijk wanneer berichten worden gepubliceerd vanuit de functie van minister-president.

Zij wijzen erop dat uitingen van een premier ook op persoonlijke accounts een ambtelijk karakter kunnen hebben. Daardoor ontstaat de vraag welke regels voor overheidscommunicatie op dergelijke berichten van toepassing zijn.

Jetten verwijst in zijn antwoord naar het Handboek voor bewindspersonen. Daarin staat dat officiële overheidscommunicatie niet mag worden vermengd met partijpolitieke belangen.

Volgens de premier vormt een zakelijk account voor bewindspersonen het uitgangspunt wanneer ministers en staatssecretarissen via sociale media communiceren.

Nieuwe richtlijnen voor AI bij de overheid

De discussie raakt ook aan de regels die de rijksoverheid zelf heeft opgesteld voor het gebruik van generatieve kunstmatige intelligentie. Begin 2026 ontwikkelde de Voorlichtingsraad een specifieke richtlijn voor veilige en verantwoorde toepassing van AI in overheidscommunicatie.

Van Houwelingen wilde weten waarom deze richtlijn volgens hem minder streng is dan de bestaande handreiking voor AI-gebruik door de overheid. Jetten bestrijdt dat er sprake is van tegenstrijdige voorschriften.

Volgens de premier is de nieuwe richtlijn gebaseerd op de bestaande adviezen en specifiek aangepast aan de praktijk van overheidscommunicatie. Ook stelt hij dat de regels in overeenstemming zijn met de Europese AI-verordening, de zogenoemde EU AI Act.

Transparantie blijft onderwerp van discussie

De beantwoording neemt niet alle vragen over het gebruik van kunstmatige intelligentie bij de communicatie van Jetten weg. De premier ontkent volledig automatisch gegenereerde berichten, maar erkent dat AI mogelijk eerder in het schrijfproces is gebruikt.

Daarbij blijft onduidelijk in hoeverre kunstmatige intelligentie betrokken is geweest bij de oorspronkelijke documenten waaruit passages zijn overgenomen. De antwoorden bevatten geen overzicht van de gebruikte hulpmiddelen of de afzonderlijke berichten waarover discussie is ontstaan.

Het verschil tussen volledig AI-gegenereerde teksten en menselijke teksten waarin AI als hulpmiddel is gebruikt, staat daarmee centraal in de kwestie.

Kamervragen afgesloten zonder nader onderzoek

Jetten heeft de vier vragen van Van Houwelingen beantwoord, maar kondigt geen aanvullend onderzoek aan naar de herkomst van de onderzochte berichten. Ook wordt geen nieuwe controleprocedure beschreven waarmee de Kamer kan vaststellen hoe de berichten precies tot stand zijn gekomen.

De premier houdt vast aan zijn verklaring dat mensen verantwoordelijk waren voor de inhoud van zijn officiële sociale media. Tegelijkertijd laat hij de mogelijkheid open dat kunstmatige intelligentie indirect onderdeel is geweest van het productieproces.

Daarmee blijft de belangrijkste vraag uit het onderzoek van de Volkskrant bestaan: hoeveel invloed heeft AI daadwerkelijk gehad op de publieke communicatie van de minister-president?