DEN HAAG – De Tweede Kamerleden Stephan van Baarle (DENK) en Kati Piri (PRO) willen dat premier Rob Jetten en koning Willem-Alexander persoonlijk betrokken worden bij de pogingen om ASML-medewerker Omar Elshal uit een Egyptische gevangenis te krijgen. De Nederlandse ingenieur uit Eindhoven zit inmiddels ruim een jaar vast in Egypte. Meer dan duizend collega's van chipmachinefabrikant ASML hebben eerder met een petitie om hulp gevraagd. De Kamerleden hebben hierover op 21 oktober 2026 schriftelijke vragen gesteld aan minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken.
Omar Elshal werd op 19 oktober 2025 aangehouden op het vliegveld van Caïro. De ingenieur, die zowel de Nederlandse als de Egyptische nationaliteit bezit, was samen met zijn vrouw naar Egypte gereisd om een familiebruiloft bij te wonen. Bij aankomst werd hij gearresteerd op verdenking van het beschadigen van de reputatie van Egypte. Wat hem precies wordt verweten, is volgens zijn familie en vrienden nog altijd onduidelijk.
Duizend ASML-collega's vragen om hulp
De langdurige gevangenschap heeft tot grote bezorgdheid geleid onder collega's van Elshal bij ASML. Zijn vriend en collega Marouen Hamdi startte daarom een petitie waarin koning Willem-Alexander en premier Rob Jetten worden opgeroepen zich persoonlijk voor zijn vrijlating in te zetten.
De actie kreeg binnen enkele dagen steun van meer dan duizend medewerkers van het technologiebedrijf. Hamdi overhandigde de petitie in september aan een adviseur van premier Jetten en aan een vertegenwoordiger van het Koninklijk Huis. Ook minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen kreeg de petitie persoonlijk aangeboden.
Volgens Hamdi gaat het lichamelijk en geestelijk steeds slechter met Elshal. Zijn omgeving maakt zich grote zorgen over zijn gezondheid en zegt dat hij onvoldoende medische verzorging ontvangt. Daarnaast bestaat grote onzekerheid over het verloop van zijn strafzaak en de mogelijkheden om juridische bijstand te krijgen.
Kamer wil persoonlijk optreden van premier Jetten
Van Baarle en Piri willen van minister Berendsen weten of de Nederlandse regering bereid is premier Jetten persoonlijk bij de zaak te betrekken. Zij verwijzen daarbij naar een eerder aangenomen motie waarin het kabinet wordt opgeroepen de detentie van Elshal op het hoogste diplomatieke en politieke niveau aan te kaarten bij de Egyptische regering.
De motie werd op 5 oktober ingediend door Kati Piri, samen met Kamerleden van het CDA, D66 en DENK, en kreeg op 13 oktober steun van de Tweede Kamer.
De twee Kamerleden vragen nu op welke termijn premier Jetten de kwestie rechtstreeks met de Egyptische autoriteiten kan bespreken. Wanneer het kabinet daarvoor geen mogelijkheden ziet, moet de minister uitleggen waarom niet.
Ook willen Van Baarle en Piri weten of koning Willem-Alexander vanuit zijn diplomatieke positie een persoonlijke rol kan spelen. Het gaat daarbij om de vraag of de koning tijdens contacten met Egyptische vertegenwoordigers aandacht kan vragen voor de situatie van de gevangen Nederlander.
Nederland krijgt geen toegang tot gevangene
Een belangrijk probleem is dat Nederlandse diplomaten tot dusver geen consulaire toegang tot Elshal hebben gekregen. De Egyptische autoriteiten hebben herhaalde verzoeken vanuit Nederland om hem te bezoeken afgewezen.
In eerdere antwoorden op Kamervragen liet minister Berendsen weten dat Nederland zich blijft inzetten voor consulaire bijstand en een eerlijke rechtsgang. Daarbij benadrukte hij dat de Nederlandse regering zich niet rechtstreeks kan mengen in de rechtsgang van een ander land.
De zaak heeft echter ook internationaal aandacht gekregen. Van Baarle en Piri willen weten of de kwestie inmiddels binnen de Europese Unie is besproken en of de Europese vertegenwoordiging in Egypte eveneens druk uitoefent op de Egyptische autoriteiten.
Daarnaast vragen zij of minister Berendsen tijdens een gesprek op 12 oktober met zijn Egyptische ambtgenoot de detentie van Elshal heeft aangekaart. Als dat het geval is, willen zij weten wat daarbij precies is besproken.
Nieuwe rechtszitting op 26 oktober
De zorgen over de rechtspositie van Elshal zijn verder toegenomen doordat hij eerder niet bij zijn eigen rechtszitting aanwezig was. Op 27 juli zou hij samen met tientallen andere verdachten voor de rechtbank verschijnen, maar hij werd niet vanuit de gevangenis naar de rechtbank gebracht.
Volgens zijn omgeving was Elshal de enige van 71 verdachten die niet bij de behandeling aanwezig was. Waarom hij niet werd voorgeleid, is onduidelijk gebleven. Nederlandse diplomaten waren destijds wel bij de rechtbank aanwezig, maar kregen geen toegang tot de zitting.
Voor maandag 26 oktober staat opnieuw een rechtszitting gepland. Van Baarle en Piri willen weten of de regering alles in het werk stelt om te voorkomen dat Elshal opnieuw buiten zijn eigen rechtszaak wordt gehouden.
Ook vragen zij of Nederlandse ambassademedewerkers bij de zitting aanwezig zullen zijn en of zij vervolgens de mogelijkheid krijgen om persoonlijk contact met hem te leggen.
Grote zorgen over gezondheid en behandeling
De familie en vrienden van Elshal vrezen dat zijn langdurige detentie ernstige gevolgen heeft voor zijn gezondheid. Volgens zijn omgeving kampt hij met lichamelijke klachten en psychische problemen, terwijl de onzekerheid over zijn toekomst steeds groter wordt.
Zijn naasten vermoeden bovendien dat zijn arrestatie mogelijk verband houdt met uitingen op sociale media en zijn deelname aan pro-Palestijnse demonstraties in Nederland. Dat verband is niet onafhankelijk vastgesteld.
Van Baarle en Piri willen dat de Nederlandse regering de diplomatieke mogelijkheden volledig benut om duidelijkheid te krijgen over zijn detentie, zijn gezondheid en zijn rechtspositie.
Omdat de volgende rechtszitting al op 26 oktober gepland staat, hebben de Kamerleden minister Berendsen verzocht hun vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden. Of de premier of de koning daadwerkelijk persoonlijk bij de zaak betrokken zal worden, is vooralsnog niet bekend.




