NEDERLAND – Foutieve werkwoordspelling, gebrekkige zinsbouw, verkeerd gebruikte woorden en teksten zonder duidelijke samenhang. De beheersing van het geschreven Nederlands staat onder druk. Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie blijkt dat grote groepen leerlingen het vereiste schrijfniveau niet halen. Ook studenten die worden opgeleid tot basisschoolleerkracht blijken moeite te hebben met de taal die zij later zelf moeten onderwijzen. Hoe ernstig is het probleem en wat moet er veranderen?

Bijna één op de vijf leerlingen onder basisniveau

De Onderwijsinspectie publiceerde in november 2025 een landelijk onderzoek naar de schrijfvaardigheid van leerlingen in het tweede leerjaar van het voortgezet onderwijs.

Daaruit blijkt dat 17 procent het fundamentele niveau 1F nog niet beheerst. Dit niveau zouden de meeste leerlingen al aan het einde van de basisschool moeten bereiken.

Bij leerlingen in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo loopt dit percentage op tot 40 procent.

Een eerdere peiling uit 2018-2019 liet zien dat slechts 73 procent van de reguliere basisschoolleerlingen het fundamentele schrijfniveau bereikte. Volgens de inspectie waren de prestaties sinds 2009 redelijk stabiel, maar onvoldoende om de onderwijsambities te halen.

Zelfs toekomstige leerkrachten maken ernstige taalfouten

Opvallend zijn de problemen bij toekomstige leerkrachten. Onderzoekers van NHL Stenden Hogeschool publiceerden in maart 2026 een onderzoek naar de taalvaardigheid van pabostudenten.

Zij analyseerden 27 schrijfproducten van studenten uit verschillende studiejaren en opleidingslocaties. Het grootste deel van de onderzochte teksten voldeed niet aan taalniveau 3F, het verwachte instapniveau voor het hoger beroepsonderwijs.

De onderzoekers constateerden onder meer foutieve werkwoordspelling, grammaticale fouten, gebrekkige zinsbouw, verkeerd woordgebruik en problemen met het logisch opbouwen van teksten.

Opvallend is het verschil tussen zelfbeeld en werkelijkheid. Ruim 84 procent van de ondervraagde eerstejaarsstudenten en bijna 90 procent van de derdejaarsstudenten dacht minimaal op hbo-niveau te kunnen schrijven.

Het onderzoek betrof één hogeschool en een beperkte selectie teksten. De resultaten bewijzen daarom niet dat de meerderheid van alle Nederlandse leerkrachten onvoldoende kan schrijven. Ze tonen wel aan dat ook binnen de lerarenopleiding aanzienlijke problemen bestaan.

Ook docenten Nederlands twijfelen aan eigen deskundigheid

De problemen beperken zich niet tot de basisschool.

Volgens de Onderwijsinspectie vindt slechts de helft van de onderzochte docenten Nederlands dat zij voldoende kennis en vaardigheden hebben om goed schrijfonderwijs te geven.

Meer dan de helft wil aanvullende scholing volgen, maar tijdgebrek vormt daarbij een belangrijke belemmering.

Dit betekent niet automatisch dat deze docenten zelf onvoldoende Nederlands schrijven. Het laat wel zien dat zelfs vakspecialisten onzeker zijn over hun deskundigheid om leerlingen goed te leren schrijven.

Waarom gaat het mis?

De oorzaken zijn divers. Onderzoek wijst onder meer op onvoldoende structurele aandacht voor schrijfonderwijs, beperkte oefening en een tekort aan gerichte feedback.

Volgens de inspectie wordt ongeveer een kwart van de lestijd Nederlands aan schrijfvaardigheid besteed. In minder dan de helft van de onderzochte lessen schrijven leerlingen daadwerkelijk fictieve of zakelijke teksten.

Bovendien ontbreekt vaak samenwerking tussen vakdocenten. Slechts bij ongeveer een kwart van de scholen overleggen docenten regelmatig over de invulling van het schrijfonderwijs.

Ook veranderend mediagebruik speelt mogelijk een rol. Jongeren schrijven veel korte berichten op sociale media, terwijl het opbouwen van langere, samenhangende teksten andere vaardigheden vereist.

Automatische spellingcorrectie en kunstmatige intelligentie kunnen fouten herstellen en teksten produceren. Daarmee ontstaat het risico dat leerlingen minder zelfstandig oefenen. Hoe groot hun daadwerkelijke invloed op de schrijfvaardigheid is, staat echter nog niet vast.

Miljoenen volwassenen hebben lage basisvaardigheden

Het probleem reikt verder dan het onderwijs.

Volgens het internationale PIAAC-onderzoek beschikt 15,9 procent van de Nederlandse volwassenen tussen 16 en 65 jaar over lage taalvaardigheden.

Zij hebben bijvoorbeeld moeite met langere teksten en het vergelijken van informatie.

Dat cijfer gaat vooral over leesvaardigheid en mag niet worden uitgelegd als het percentage volwassenen dat slecht schrijft.

Nederland behoort internationaal bovendien nog altijd tot de beter presterende landen. De gemiddelde taalvaardigheid van volwassenen is in tien jaar niet aantoonbaar verslechterd.

De bewering dat vrijwel alle Nederlanders de schrijftaal steeds minder beheersen, wordt daarmee niet door de beschikbare cijfers ondersteund.

Wat moet er veranderen?

Onderwijsdeskundigen pleiten voor structureel schrijfonderwijs, vanaf de basisschool tot en met het beroepsonderwijs.

Effectieve methoden combineren duidelijke schrijfdoelen, uitleg over tekststructuur, regelmatig oefenen, feedback en het herschrijven van teksten.

Ook bij geschiedenis, aardrijkskunde en andere vakken zouden leerlingen vaker zelfstandig samenhangende teksten moeten schrijven.

De Onderwijsraad adviseert daarnaast om de eigen taalvaardigheid én de didactische bekwaamheid van toekomstige leraren aan het einde van hun opleiding centraal te toetsen.

Sinds augustus 2026 gelden nieuwe kerndoelen Nederlands, met meer aandacht voor samenhang tussen lezen, schrijven en spreken. Scholen krijgen tot 2031 de tijd voor de overgang.

Schrijven moet opnieuw een basisvaardigheid worden

De onderzoeksresultaten laten een structureel probleem zien: een aanzienlijke groep leerlingen beheerst de schrijftaal onvoldoende en ook de opleiding van toekomstige leraren verdient aandacht.

Alleen strengere spellingtoetsen bieden geen volledige oplossing. Goed schrijven vereist eveneens woordenschat, grammatica, tekstbegrip en het vermogen gedachten helder te formuleren.

De grootste uitdaging ligt daarom bij het onderwijs zelf: leerlingen voldoende laten lezen, zelfstandig laten schrijven en hun teksten daadwerkelijk leren verbeteren.

Want wie een tekst niet helder kan formuleren, kan ook moeite krijgen om ingewikkelde informatie te begrijpen, kennis over te dragen en zelfstandig deel te nemen aan de samenleving.