HOOFDDORP – Een hotel in Hoofddorp dreigt definitief de deuren te moeten sluiten omdat het zonder de vereiste exploitatievergunning wordt geëxploiteerd. De voorzieningenrechter in Haarlem heeft een verzoek van exploitant Hotelux Airport B.V. afgewezen om de gedwongen sluiting tegen te houden. De gemeente Haarlemmermeer mag daardoor haar handhavingsbesluit uitvoeren. Volgens de exploitant heeft een sluiting grote gevolgen voor twaalf werknemers en meer dan duizend gasten die de komende maanden een verblijf hebben geboekt.

De burgemeester van Haarlemmermeer besloot op 23 juli 2026 dat het hotel binnen zes weken de exploitatie zonder vergunning moest beëindigen. Wanneer het bedrijf hieraan geen gehoor geeft, mag de gemeente het hotel op kosten van de exploitant sluiten en verzegelen.

Hotelux Airport B.V. maakte bezwaar tegen het besluit en stapte naar de rechter om sluiting voorlopig te voorkomen. Tijdens een zitting op 24 september werden de bezwaren behandeld. Op 8 oktober volgde de uitspraak.

Exploitatievergunning eerder geweigerd

Het hotel wordt geëxploiteerd zonder de vergunning die volgens artikel 2:28A van de Algemene plaatselijke verordening van Haarlemmermeer verplicht is.

De exploitant betwist niet dat deze vergunning ontbreekt. Volgens het bedrijf bestaat echter nog altijd de mogelijkheid dat de exploitatie alsnog wordt toegestaan.

De burgemeester had een aanvraag voor de exploitatievergunning op 2 februari 2026 afgewezen. Hotelux stelde dat deze weigering nog niet definitief was en dat daarom rekening moest worden gehouden met legalisatie van de bedrijfsactiviteiten.

De rechter ging daar niet in mee. Volgens de uitspraak bestaat alleen concreet zicht op legalisatie wanneer voldoende aannemelijk is dat de noodzakelijke vergunning daadwerkelijk wordt verleend.

Omdat de vergunning al was geweigerd en deze weigering inmiddels ook in bezwaar in stand was gebleven, zag de rechter geen reden om de handhaving op te schorten.

Gemeente zou jarenlang toestemming hebben gegeven

De exploitant voerde aan dat de gemeente jarenlang op de hoogte was van de bedrijfsactiviteiten en deze zelfs zou hebben gestimuleerd.

Zo kreeg de erfpachter eerder toestemming om het hotel te laten proefdraaien. Daarnaast zou de gemeente contractuele boetes hebben opgelegd wanneer het hotel niet volledig operationeel was.

Ook gaf het college van burgemeester en wethouders op 26 augustus 2025 privaatrechtelijke toestemming aan erfpachter CCHW Holding B.V. om het hotel aan Hotelux Airport B.V. te verhuren.

Volgens de exploitant mocht uit deze omstandigheden worden afgeleid dat de gemeente instemde met de hotelactiviteiten.

Daarbij wees het bedrijf erop dat de gemeente op dat moment bekend was met een lopend onderzoek op grond van de Wet Bibob.

Geen toezegging van burgemeester

De voorzieningenrechter oordeelt echter dat geen sprake is van een concrete toezegging dat het hotel zonder exploitatievergunning mocht worden geëxploiteerd.

De eerdere toestemming om proef te draaien, die bovendien aan de erfpachter was gegeven, betekende volgens de rechter niet dat het hotel daarna onbeperkt zonder vergunning geopend mocht blijven.

Ook de toestemming voor de verhuur van het pand kan niet worden gezien als een toezegging dat een exploitatievergunning zou worden verleend.

Volgens de rechter heeft de exploitant onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de burgemeester verwachtingen heeft gewekt waarop het bedrijf juridisch mocht vertrouwen.

Het beroep op het vertrouwensbeginsel heeft daarom naar voorlopig oordeel geen redelijke kans van slagen.

Twaalf werknemers en duizend hotelgasten getroffen

Hotelux Airport B.V. wees tijdens de procedure nadrukkelijk op de financiële en maatschappelijke gevolgen van een gedwongen sluiting.

Volgens het bedrijf werken er twaalf mensen in het hotel, van wie vijf een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben.

Daarnaast staan voor de komende maanden boekingen van meer dan duizend gasten open. Een gedwongen sluiting zou betekenen dat deze reserveringen moeten worden geannuleerd of dat gasten elders moeten worden ondergebracht.

De exploitant stelde verder dat sprake is van langdurige verplichtingen tegenover werknemers, leveranciers en financiers.

Ook lopende contracten voor onder meer energie en afvalverwerking zouden niet binnen de gestelde termijn kunnen worden beëindigd.

Volgens het bedrijf kan sluiting leiden tot onomkeerbare financiële schade, het vrijwel onmogelijk maken van een bedrijfsoverdracht en uiteindelijk zelfs een faillissement.

Financiële schade voor risico ondernemer

De rechter erkent dat sluiting ingrijpende financiële gevolgen kan hebben, maar vindt deze omstandigheden onvoldoende om handhaving tegen te houden.

Volgens de uitspraak is het exploiteren van een hotel zonder vergunning geen overtreding van geringe aard of ernst.

Daarbij speelt mee dat Hotelux Airport B.V. volgens de rechter in ieder geval sinds 2024 wist dat voor de bedrijfsactiviteiten een exploitatievergunning vereist was.

Ondanks de weigering van de vergunning in februari 2026 besloot de onderneming de exploitatie voort te zetten.

De rechter vindt daarom dat de financiële gevolgen van een eventuele sluiting tot het ondernemersrisico behoren.

Zes weken voldoende om hotel te sluiten

Ook het argument dat de gemeente een te korte termijn had gegeven, werd afgewezen.

Hotelux vond zes weken onvoldoende om bestaande verplichtingen af te wikkelen en gasten een alternatief te bieden.

De burgemeester stelde daartegenover dat de exploitant al geruime tijd wist dat de noodzakelijke vergunning ontbrak en eerder maatregelen had kunnen nemen.

Volgens de rechter is de termijn van zes weken in overeenstemming met de gemeentelijke beleidsregels voor bestuurlijke sancties uit 2026.

De gemeente had bovendien de maximale termijn gehanteerd die binnen dit beleid voor dergelijke overtredingen geldt.

Gemeente mag hotel sluiten en verzegelen

De voorzieningenrechter concludeert dat de burgemeester voldoende heeft onderbouwd waarom handhavend optreden noodzakelijk is.

Ook bij de afweging tussen de belangen van de ondernemer en het gemeentelijke belang bij handhaving ziet de rechter geen reden om de sluiting tegen te houden.

Het verzoek om een voorlopige voorziening is daarom afgewezen. De exploitant krijgt evenmin een vergoeding van het betaalde griffierecht of de gemaakte proceskosten.

Daarmee blijft het handhavingsbesluit van 23 juli van kracht. Wanneer het bedrijf de exploitatie zonder vergunning niet beëindigt, kan de gemeente het hotel sluiten en verzegelen. De kosten daarvan kunnen op de exploitant worden verhaald.

De uitspraak betekent niet dat de bezwaarprocedure tegen het oorspronkelijke handhavingsbesluit volledig is afgerond. Wel heeft de rechter voorlopig geoordeeld dat het bezwaar van Hotelux Airport B.V. geen redelijke kans van slagen heeft.

Of de gemeente inmiddels daadwerkelijk tot sluiting en verzegeling is overgegaan, blijkt niet uit de uitspraak.