HILVERSUM – Vierhonderd medewerkers van de Nederlandse publieke omroep eisen dat de NPO het besluit terugdraait om in 2027 deel te nemen aan het Eurovisie Songfestival. In een brandbrief met de titel #NietMijnSongfestival noemen zij de Nederlandse deelname onaanvaardbaar vanwege de aanwezigheid van Israël. De medewerkers vinden dat een entertainmentprogramma niet zwaarder mag wegen dan mensenlevens. Of zij bereid zijn hun baan op te zeggen wanneer de NPO bij het besluit blijft, is niet bekend.

De brief is gericht aan de directie en de raad van bestuur van de NPO. Onder de ondertekenaars bevinden zich medewerkers van verschillende publieke omroepen en werknemers van de NPO zelf. Zij vinden dat Nederland niet kan deelnemen aan een muziekevenement waaraan ook Israël meedoet, gezien het geweld in Gaza en de kritiek op de Israëlische regering.

Volgens de medewerkers heeft de NPO onvoldoende rekening gehouden met de principiële bezwaren die eerder door AVROTROS naar voren zijn gebracht. Die omroep besloot in augustus de verantwoordelijkheid voor de Nederlandse inzending terug te geven aan de NPO.

Mensenlevens tegenover entertainment

In de brandbrief stellen de medewerkers dat zij niet kunnen aanvaarden dat de wens om deel te nemen aan een entertainmentprogramma zwaarder weegt dan de levens van mensen die worden vermoord.

Daarmee leggen de ondertekenaars een rechtstreeks moreel verband tussen de Nederlandse deelname aan een muziekfestival en het geweld in het Midden-Oosten. Een concrete onderbouwing van de vraag hoe het sturen van een Nederlandse artiest naar Bulgarije invloed heeft op het voortduren of beëindigen van dat geweld, ontbreekt echter.

Het blijft daarmee vooral een principiële en politieke afweging. Tegenstanders beschouwen deelname als het accepteren van de aanwezigheid van Israël, terwijl voorstanders het Songfestival juist zien als een evenement dat landen en bevolkingsgroepen ondanks politieke tegenstellingen kan verbinden.

Kritiek op besluitvorming binnen NPO

Naast de bezwaren tegen Israël richten de medewerkers hun pijlen op de manier waarop de NPO het besluit heeft genomen. Volgens de ondertekenaars zijn de omroepdirecties onvoldoende betrokken bij de beslissing om opnieuw een Nederlandse inzending te organiseren.

De medewerkers vinden dat een publieke omroep die verbinding belangrijk zegt te vinden, ook moet luisteren naar mensen die zich door dergelijke besluiten geraakt voelen.

Daarbij speelt de vraag hoeveel invloed individuele werknemers op bestuurlijke besluiten moeten kunnen uitoefenen. Medewerkers kunnen bezwaar maken tegen het beleid van hun werkgever, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de Nederlandse deelname ligt bij de leiding van de publieke omroep.

De ondertekenaars eisen dat de deelname voor 2027 wordt ingetrokken en dat er zorgvuldig overleg komt over een eventuele terugkeer in 2028.

Zeven omroepen willen eveneens opheldering

De brandbrief volgt op eerdere kritiek van zeven publieke omroepen. AVROTROS, BNNVARA, EO, HUMAN, Omroep ZWART, VPRO en PowNed hebben gezamenlijk vragen gesteld aan NPO-bestuursvoorzitter Jet de Ranitz.

Deze omroepen willen vooral weten hoe het besluit tot stand is gekomen, waarom zij daar onvoldoende bij zijn betrokken en wie de financiële verantwoordelijkheid draagt.

Ook vragen zij of Nederland zich nog zonder financiële gevolgen kan terugtrekken bij de European Broadcasting Union (EBU), de organisator van het Songfestival.

De financiële vragen zijn opvallend omdat de publieke omroep tegelijkertijd te maken heeft met omvangrijke bezuinigingen. Verschillende programma's verdwijnen en redacties moeten hun uitgaven beperken, terwijl voor de Nederlandse deelname aan het Songfestival opnieuw geld beschikbaar moet worden gesteld.

AVROTROS trok zich terug vanwege Israël

Nederland deed in 2026 niet mee aan het Eurovisie Songfestival in Wenen. AVROTROS vond deelname niet te verenigen met de eigen publieke waarden zolang Israël aan het evenement mocht deelnemen.

De omroep uitte onder meer kritiek op het geweld in Gaza, de positie van journalisten en de politieke beïnvloeding van het Songfestival.

Ook voor 2027 besloot AVROTROS zich terug te trekken. De EBU kwam weliswaar met aanpassingen aan de regels, maar die waren voor de omroep onvoldoende om weer verantwoordelijkheid te nemen voor een Nederlandse inzending.

De EBU bleef bij het uitgangspunt dat Israël kon deelnemen. Daarmee kreeg AVROTROS niet de uitsluiting waarop de kritiek vanuit Nederland was gericht.

Op 23 september maakte de NPO vervolgens bekend dat Nederland in 2027 toch weer meedoet. Het festival wordt gehouden in de Bulgaarse stad Burgas, met halve finales op 11 en 13 mei en de finale op 15 mei.

NPO zoekt onafhankelijk team

Omdat AVROTROS niet langer verantwoordelijk wil zijn voor de Nederlandse inzending en andere omroepen deze taak evenmin willen overnemen, kiest de NPO voor een andere constructie.

Een onafhankelijk team van deskundigen moet de Nederlandse artiest selecteren en begeleiden. Daarbij wordt ook gekeken naar externe professionals en freelancers.

De NOS krijgt de verantwoordelijkheid voor de voorbeschouwingen, de uitzendingen en het commentaar. De selectie en begeleiding van de artiest worden daarvan gescheiden om de journalistieke onafhankelijkheid van de NOS te waarborgen.

De NPO stelt dat het Songfestival juist in een periode van internationale spanningen een verbindende functie kan vervullen. Volgens bestuursvoorzitter Jet de Ranitz moet het oorspronkelijke uitgangspunt van het festival, het samenbrengen van mensen door muziek, weer centraal komen te staan.

Acties en mogelijk werkonderbrekingen

De ondertekenaars sluiten verdere acties niet uit wanneer de NPO vasthoudt aan deelname. Initiatiefnemer Mandy Emadi, werkzaam bij de publieke omroep, heeft onder meer gesproken over protesten en het tijdelijk neerleggen van werkzaamheden.

Van een aangekondigd massaal ontslag onder de vierhonderd ondertekenaars is vooralsnog geen sprake. Hoe ver de medewerkers daadwerkelijk bereid zijn te gaan om hun standpunt kracht bij te zetten, moet nog blijken.

De NPO liet woensdag 14 oktober weten met alle betrokken partijen in gesprek te zijn en te blijven. Een inhoudelijke reactie op de eisen uit de brandbrief bleef vooralsnog uit.

Voorlopig houdt de publieke omroep vast aan het besluit om in mei 2027 weer een Nederlandse artiest naar het Eurovisie Songfestival te sturen. Wie Nederland gaat vertegenwoordigen, wordt later bekendgemaakt.