DEN HAAG – Het kabinet verwacht pas voor de zomer van 2027 met een overkoepelende landelijke aanpak tegen discriminatie en racisme te komen. Ook de volledige reactie op de aanbevelingen van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme laat nog maanden op zich wachten. Dat schrijft minister Pieter Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties woensdag 14 oktober in een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer.

Volgens de minister vraagt de aanpak van discriminatie om een grondige herziening van bestaande werkwijzen binnen de overheid. De aanbevelingen van de staatscommissie zijn volgens hem omvangrijk, fundamenteel en ambitieus. Verschillende ministeries moeten daarom gezamenlijk bepalen welke maatregelen nodig zijn en hoe deze worden uitgevoerd.

Het eindrapport van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme verscheen op 8 juni 2026. Daarin staan aanbevelingen om discriminatie binnen de overheid en de samenleving structureel tegen te gaan.

Landelijke aanpak laat op zich wachten

De voorbereidingen voor een kabinetsreactie begonnen afgelopen zomer. Inmiddels is een projectleider aangesteld om het proces tussen de betrokken ministeries te coördineren.

De minister wil de aanbevelingen niet afzonderlijk behandelen, maar gezamenlijk beoordelen. Daarbij worden ook de adviezen van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) betrokken.

Het kabinet werkt aan een gezamenlijke visie met concrete doelstellingen, beleidskeuzes en een uitvoeringsagenda. Die moet voorkomen dat ministeries los van elkaar maatregelen ontwikkelen zonder voldoende onderlinge samenhang.

Volgens Heerma lopen verschillende bestaande maatregelen ondertussen gewoon door.

Een overzicht van lopende trajecten bij de verschillende ministeries is als bijlage bij de voortgangsbrief gevoegd.

Nederland aangesproken door Europese Commissie

Een belangrijk onderdeel van de brief gaat over Europese regelgeving voor gelijke behandeling. Nederland heeft nog niet alle verplichtingen uit een Europese richtlijn volledig uitgevoerd.

De Europese Commissie stelde Nederland op 14 juli 2026 in gebreke omdat bepaalde bevoegdheden van nationale gelijkebehandelingsorganen nog onvoldoende wettelijk zijn geregeld.

Het gaat specifiek om klachten over discriminatie op grond van geslacht binnen wettelijke socialezekerheidsregelingen.

Daarbij kan worden gedacht aan wettelijke regelingen rond ziekte, arbeidsongeschiktheid, ouderdom, arbeidsongevallen en werkloosheid.

Nederland beschikt al over het College voor de Rechten van de Mens en gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. Deze organisaties hebben echter nog niet alle bevoegdheden om klachten op dit specifieke terrein te behandelen.

De minister wil daarom voor het einde van 2026 een wetsvoorstel indienen waarmee dit tekort wordt hersteld. De behandeling moet volgens hem met de hoogst mogelijke spoed plaatsvinden.

Een andere Europese richtlijn op dit terrein is inmiddels wel volledig ingevoerd.

Nieuwe campagne tegen discriminatie in februari

Het kabinet werkt daarnaast aan een landelijke campagne om het melden van discriminatie toegankelijker te maken.

De campagne hangt samen met een wetsvoorstel dat moet leiden tot één landelijke antidiscriminatievoorziening met fysieke loketten.

Het doel is dat inwoners van Nederland bij één organisatie terechtkunnen voor onafhankelijk advies en ondersteuning wanneer zij discriminatie ervaren.

De verplichte toets voor de publiekscampagne is inmiddels succesvol afgerond. Het ministerie werkt samen met een campagnebureau aan de verdere uitwerking.

Daarbij worden ook vertegenwoordigers van de doelgroep en maatschappelijke organisaties betrokken.

De campagne moet in februari 2027 van start gaan. Volgens de minister is een eerdere lancering niet haalbaar vanwege het grote aantal betrokken partijen.

Een deel van de financiering komt uit het fonds slavernijverleden.

Overheidsorganisaties moeten zichzelf onderzoeken

Een ander belangrijk onderdeel van de aanpak is het onderzoeken van discriminatierisico's binnen de overheid zelf.

Daarvoor zijn instrumenten ontwikkeld waarmee uitvoeringsorganisaties en beleidsmakers kunnen onderzoeken of hun werkwijzen onbedoeld tot ongelijke behandeling leiden.

De Discriminatietoets Publieke Dienstverlening helpt organisaties om mogelijke institutionele discriminatie binnen werkprocessen op te sporen.

Ook gemeenten kunnen daarbij ondersteuning krijgen via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Sinds 1 september 2026 is daarnaast een Discriminatietoets Beleidsprocessen beschikbaar.

Deze is bedoeld voor ministeries en beleidsafdelingen die willen onderzoeken of hun manier van werken risico's op discriminatie met zich meebrengt.

Organisaties kunnen vervolgens een actieplan opstellen om vastgestelde risico's te verminderen.

De eerste voortgangsrapportage over deze discriminatietoetsen wordt in het voorjaar van 2027 verwacht.

Meer aandacht voor discriminatie in nieuwe wetgeving

Sinds september maakt ook een nieuwe handreiking Inclusief Beleid onderdeel uit van het Beleidskompas van de rijksoverheid.

Dit instrument moet ambtenaren helpen bij het ontwikkelen van wetten en beleidsmaatregelen.

Bij nieuwe voorstellen moet nadrukkelijk worden gekeken of bepaalde groepen mogelijk direct of indirect worden benadeeld.

Wanneer sprake kan zijn van verboden onderscheid, biedt de handreiking een stappenplan om te beoordelen of dat onderscheid gerechtvaardigd is of dat minder discriminerende alternatieven beschikbaar zijn.

Volgens het kabinet moet hierdoor eerder in het beleidsproces aandacht ontstaan voor mogelijke negatieve gevolgen voor verschillende bevolkingsgroepen.

Daarnaast werkt het kabinet aan een wetswijziging waarmee de term seksuele gerichtheid in de Algemene wet gelijke behandeling wordt opgenomen en discriminatiegronden zoals genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken explicieter in het Wetboek van Strafrecht worden vastgelegd.

De Tweede Kamer ontvangt hierover dit najaar verdere informatie.

Ook aanpak racisme in voetbalstadions

In de voortgangsbrief wordt eveneens aandacht besteed aan racisme en discriminatie in het Nederlandse voetbal.

Op 24 september vond hierover een gesprek plaats tussen vertegenwoordigers van de rijksoverheid, de KNVB en de Commissie Mijnals. Deze commissie nam namens de Vereniging van Contractspelers deel.

Tijdens het overleg kwamen onder meer discriminerende spreekkoren, online racisme, meldprocedures en mogelijke sancties aan bod.

Het kabinet wil discriminerende en antisemitische spreekkoren effectiever aanpakken.

Daarbij wordt gekeken naar de verdere ontwikkeling en structurele borging van het programma Ons Voetbal Is Voor Iedereen.

Volgens de minister blijft discriminatie binnen de sport een hardnekkig probleem dat langdurige aandacht vraagt.

Miljoen euro voor onderzoek naar emancipatie

Het ministerie heeft daarnaast ruim één miljoen euro subsidie toegekend aan de Universiteit van Amsterdam voor onderzoek naar de emancipatiegeschiedenis van lhbti+ personen in Nederland.

Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met COC Nederland, IHLIA LGBTI Heritage en het IISG-KNAW.

De subsidie wordt door het kabinet beschouwd als een vorm van collectieve genoegdoening voor de jarenlange uitsluiting van lhbti+ personen, waarbij ook de overheid een rol heeft gespeeld.

Onderzoekers gaan onder meer bekijken welke ontwikkelingen sinds de jaren zestig aan emancipatie hebben bijgedragen en welke lessen daaruit voor het heden kunnen worden getrokken.

Het project heeft een looptijd van bijna drie jaar.

Internationale conferentie in Den Haag

Nederland organiseert op 29 en 30 oktober samen met UNESCO het vijfde Global Forum against Racism and Discrimination.

De bijeenkomst vindt plaats in het World Forum in Den Haag. Vertegenwoordigers uit meer dan tachtig landen worden verwacht.

Onder de deelnemers bevinden zich beleidsmakers, wetenschappers, maatschappelijke organisaties, jongeren en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven.

Ook koning Willem-Alexander en de minister-president worden bij de opening verwacht.

De conferentie richt zich op concrete en meetbare maatregelen tegen discriminatie en racisme.

Nieuwe kabinetsreactie voor zomer 2027

Hoewel verschillende maatregelen inmiddels in uitvoering zijn, ontbreekt voorlopig nog een definitieve gezamenlijke beleidsagenda van het kabinet.

Minister Heerma verwacht dat zowel de reactie op de aanbevelingen van de staatscommissie als de nieuwe landelijke aanpak voor de zomer van 2027 kunnen worden gepresenteerd.

Daarmee moet duidelijk worden welke structurele veranderingen het kabinet wil doorvoeren en hoe de verschillende ministeries de aanpak van discriminatie en racisme gezamenlijk gaan uitvoeren.