HAARLEM – De rechtbank Noord-Holland heeft een 71-jarige man uit Den Helder vrijgesproken van het seksueel misbruiken van twee minderjarige meisjes. Hoewel beide slachtoffers gedetailleerde verklaringen aflegden, oordeelde de rechtbank dat er onvoldoende steunbewijs aanwezig was om tot een veroordeling te komen.
De verdachte stond terecht voor feiten die zich zouden hebben afgespeeld over een ruime periode, variërend van 2012 tot 2023. De tenlastelegging omvatte onder meer het seksueel binnendringen en ontuchtige handelingen met twee minderjarige meisjes, aangeduid als aangeefster 1 en aangeefster 2.
Gebrek aan wettig en overtuigend bewijs
Tijdens de zitting op 8 januari 2026 bleek dat zowel de officier van justitie als de raadsman van de verdachte inzetten op vrijspraak. De rechtbank volgde dit standpunt. Volgens de wet mag een veroordeling niet uitsluitend gebaseerd worden op de verklaring van één getuige. In deze zaak ontbrak het aan direct steunbewijs dat de verklaringen van de meisjes onafhankelijk kon bevestigen.
De verklaringen die door de moeder van de meisjes en een vriendin waren afgelegd, konden niet als steunbewijs dienen. De rechtbank stelde vast dat deze getuigenissen allemaal herleidbaar waren naar dezelfde bron: de verhalen van de aangeefsters zelf.
Geen sprake van herkenbaar patroon
De rechtbank onderzocht daarnaast of er sprake kon zijn van zogenoemd ‘schakelbewijs’. Hierbij kan bewijs van de ene situatie worden gebruikt als steun voor de andere, mits er een duidelijk en herkenbaar patroon in het handelen van de verdachte zichtbaar is.
In deze zaak zag de meervoudige strafkamer echter te veel verschillen tussen de beide aangiften. “Niet alleen verschillen de door de aangeefsters beschreven aard van de seksuele handelingen, ook de omstandigheden waaronder en de plaats in de woning waar die handelingen zouden hebben plaatsgevonden, zijn anders,” aldus het vonnis. Hierdoor werd niet voldaan aan de strikte vereisten voor schakelbewijs.
Schadeclaims niet-ontvankelijk verklaard
De twee benadeelde partijen hadden aanzienlijke schadevergoedingen geëist. Aangeefster 1 vorderde een bedrag van 10.385 euro en aangeefster 2 diende een claim in van 10.000 euro.
Vanwege de vrijspraak voor de strafbare feiten oordeelde de rechtbank dat de meisjes niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen. Dit betekent dat de civiele claims in deze strafzaak niet inhoudelijk behandeld konden worden.