DEN HAAG – De Rechtbank Den Haag heeft een verzoek van M.C.L. Netherlands B.V. (MCLN) afgewezen om te voorkomen dat het Openbaar Ministerie een geanonimiseerd afschrift van een eerder opgelegde strafbeschikking verstrekt aan het Financieele Dagblad (FD). Volgens de voorzieningenrechter weegt het belang van openbaarheid van de strafrechtspleging zwaarder dan de gevreesde reputatieschade voor het bedrijf.
Journalist vroeg inzage in strafbeschikking
Het geschil ontstond nadat een journalist van het FD het Openbaar Ministerie had gevraagd om een afschrift van een strafbeschikking die in februari 2024 aan MCLN was opgelegd. Het bedrijf verzette zich tegen die openbaarmaking en stapte naar de rechter om verstrekking van het document tegen te houden.
MCLN stelde onder meer dat publicatie van informatie uit de strafbeschikking schade zou kunnen toebrengen aan de reputatie van het bedrijf. Ook voerde het bedrijf aan dat eerdere berichtgeving volgens haar in een onjuiste of suggestieve context was geplaatst.
Openbaarheid is uitgangspunt
De voorzieningenrechter benadrukte dat de wet uitgaat van verstrekking van strafbeschikkingen wanneer daarom wordt gevraagd. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan openbaarmaking worden geweigerd, bijvoorbeeld wanneer veiligheidsbelangen of zwaarwegende belangen van minderjarigen in het geding zijn.
Volgens de rechtbank behoort mogelijke negatieve media-aandacht niet tot die uitzonderingen. Openbaarheid van strafbeschikkingen draagt volgens de rechter bij aan de controleerbaarheid van de strafrechtspleging.
Geen garantie op geheimhouding
MCLN verwees tijdens de procedure naar een passage in de strafbeschikking waarin het Openbaar Ministerie had toegezegd geen persberichten over de zaak te verspreiden. De rechtbank oordeelde echter dat daaruit niet kan worden afgeleid dat het OM zich heeft verplicht de strafbeschikking geheim te houden of niet aan derden te verstrekken.
Volgens de voorzieningenrechter ziet die afspraak uitsluitend op actieve communicatie door het OM en niet op wettelijke verzoeken om inzage.
Belang FD bij document blijft bestaan
Ook een verzoek van het FD om zich in de procedure aan de zijde van het OM te voegen, werd afgewezen. De rechter wees erop dat voor een verzoeker van een strafbeschikking een afzonderlijke wettelijke procedure bestaat wanneer inzage wordt geweigerd.
Bedrijf moet proceskosten betalen
De rechtbank wees alle vorderingen van MCLN af. Daardoor blijft de weg vrij voor het Openbaar Ministerie om een geanonimiseerde versie van de strafbeschikking aan het FD te verstrekken. Daarnaast werd MCLN veroordeeld tot betaling van ruim 2.100 euro aan proceskosten.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


