UTRECHT, 8 mei 2026 โ De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (Uwv) terecht de WIA-uitkering van een man heeft ingetrokken en teruggevorderd. De man bleek tijdens zijn arbeidsongeschiktheid intensief betrokken bij de exploitatie van een coffeeshop.
De hoogste rechter in socialezekerheidszaken stelde vast dat de man tussen december 2016 en juni 2019 op geld waardeerbare arbeid heeft verricht. Omdat hij hiervan geen melding maakte bij het Uwv, heeft hij zijn inlichtingenplicht geschonden.
Intensieve betrokkenheid bij bedrijfsvoering
Uit onderzoek van de politie en de belastingdienst bleek dat de man zich bezighield met de dagelijkse gang van zaken in de coffeeshop. Hoewel hij zelf ontkende werkzaamheden te hebben verricht, bevat het dossier aanwijzingen dat hij zich intensief bemoeide met de bedrijfsvoering.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de omvang van deze werkzaamheden aanzienlijk was. Hierdoor kon het recht op uitkering over de betreffende periode niet langer worden vastgesteld.
Gedeeltelijke vernietiging terugvordering
Toch kreeg de man op รฉรฉn punt gelijk van de rechter. Het Uwv had de uitkering ook ingetrokken over de periode vรณรณr de officiรซle opening van de coffeeshop op 1 december 2016. Volgens de Raad kon op basis van het strafdossier echter niet worden aangetoond dat hij in die aanloopfase al werkzaamheden verrichtte.
De uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland is daarom gedeeltelijk vernietigd. Het Uwv moet een nieuw besluit nemen over de exacte hoogte van het terug te vorderen bedrag, waarbij de periode vรณรณr december 2016 buiten beschouwing blijft.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.







