AMSTERDAM, 12 augustus 2026 – De aanleiding voor de schietpartij op 13 oktober 2025 lijkt triviaal, maar de gevolgen waren enorm. Het conflict draaide om een financieel geschil. De verdachte was na een gezamenlijke vakantie naar Marokko nog een geldbedrag verschuldigd aan een van de slachtoffers. Omdat de verdachte het niet eens was met de berekening, weigerde hij te betalen.
Wat begon als een gesprek op een parkeerplaats aan de Oderweg, waarbij later nog twee personen zich voegden, liep volledig uit de hand. De verdachte trok een vuurwapen uit zijn broeksband en de situatie escaleerde in een levensgevaarlijk schietincident.
Poging tot Doodslag en Bedreiging: Wat Gebeurde Er?
De rechtbank acht de volgende feiten bewezen ten aanzien van het handelen van de jonge verdachte:
1. Poging tot Doodslag
De verdachte schoot van zeer korte afstand op het primaire slachtoffer en raakte hem in zijn schouder. Toen het slachtoffer probeerde weg te rennen, vuurde de verdachte nogmaals en raakte hem in de zij. Tot slot achtervolgde de verdachte het slachtoffer met zijn auto en vuurde hij al rijdend nog meerdere schoten af. De rechtbank oordeelt dat dit een aanmerkelijke kans op de dood opleverde en beschouwt dit als een poging tot doodslag.
2. Ernstige Bedreigingen
Twee vrienden van het hoofdslachtoffer waren bij het incident aanwezig. Een van hen rende voor zijn leven toen de schoten vielen, de ander kreeg het wapen rechtstreeks op zich gericht. Hoewel de rechtbank oordeelde dat er voor hen geen sprake was van een poging tot doodslag (omdat onduidelijk was waar zij precies stonden toen de schoten vielen), is de verdachte wel veroordeeld voor de bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht van deze twee personen.
Waarom geen ‘Voorbedachte Raad’?
De officier van justitie en de advocaat van de verdachte waren het erover eens: de ten laste gelegde ‘poging tot moord’ kon niet worden bewezen. Hoewel de verdachte een wapen had meegenomen, was er een gesprek van bijna dertig minuten voorafgaand aan het schieten. Dit duidt niet op een vooraf beraamd, koelbloedig plan om te doden. Vandaar de veroordeling voor poging tot doodslag, niet voor moord.
De Uitspraak: Zes Jaar Gevangenisstraf en Contactverbod
Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechter rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van de verdachte (die als ‘first offender’ op het gebied van geweld gold) en de conclusie van deskundigen dat hij licht verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege trauma-gerelateerde problematiek. Desondanks paste de rechter het volwassenenstrafrecht toe.
De straf bestaat uit:
- Zes jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf (met aftrek van voorarrest).
- Een contactverbod van vijf jaar met alle drie de slachtoffers. Overtreding levert direct een week hechtenis op.
Schadevergoedingen voor de Slachtoffers
De impact op de slachtoffers is gigantisch. Alle drie kampen met de diagnose PTSS (Posttraumatische Stressstoornis). Er is sprake van studievertragingen, voortijdig afgebroken opleidingen, fysiek letsel en ernstige mentale klachten (waaronder een psychose bij een van de slachtoffers).
De rechtbank heeft substantiรซle schadevergoedingen (zowel materieel als immaterieel/smartengeld) toegewezen, die door de verdachte betaald moeten worden:
- Slachtoffer 1: Ruim โฌ41.600,- (waaronder โฌ28.125,- smartengeld).
- Slachtoffer 2: Ruim โฌ46.100,- (waaronder โฌ16.000,- smartengeld).
- Slachtoffer 3: Ruim โฌ49.100,- (waaronder โฌ20.000,- smartengeld).
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


