DEN HAAG, 28 maart 2026 – De rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat gedupeerden van de toeslagenaffaire voor hun schadevergoeding de bestuursrechtelijke route moeten volgen. Een gang naar de burgerlijke rechter als ‘restrechter’ is niet mogelijk zolang er een gespecialiseerde rechtsgang openstaat.
Bestuursrechtelijke weg biedt voldoende waarborgen
De eisers in deze zaak zijn een erkend gedupeerde ouder en diens partner. Zij vorderden een volledige schadevergoeding wegens stopzetting van kinderopvangtoeslag in 2008 en 2013. Volgens de rechtbank biedt de bestuursrechtelijke rechtsgang echter al voldoende rechtsbescherming. Gedupeerden kunnen bezwaar en beroep aantekenen tegen besluiten van de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT). De burgerlijke rechter verklaarde de gedupeerde ouder daarom niet-ontvankelijk in deze procedure.
Vordering toeslagpartner afgewezen
De vordering van de toeslagpartner werd wel inhoudelijk behandeld door de rechtbank. De partner stelde schade te hebben geleden door het stopzetten van de toeslagen. De rechtbank oordeelde echter dat er geen direct causaal verband is aangetoond. Er is geen bewijs dat de gestelde schade direct voortvloeit uit onrechtmatig handelen. Hierdoor is er geen grondslag voor een aanvullende schadevergoeding via deze weg.
Onjuiste mededeling over FSV-lijst
Eisers stelden ook schade te hebben geleden door een onjuiste mededeling over de FSV-lijst. Een medewerker zou hebben bevestigd dat de ouder op de lijst stond vanwege afkomst. Dit bleek achteraf onjuist, wat leidde tot psychische schade en arbeidsongeschiktheid. De rechtbank oordeelde dat deze enkele onjuiste mededeling geen onrechtmatige daad oplevert. De Staat hoeft hiervoor dus geen schadevergoeding te betalen aan de betrokkenen.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
