Verzoek horen deskundigen over COVID-19 injecties niet-ontvankelijk

Hof Amsterdam verklaart verzoekers COVID-19 injecties niet-ontvankelijk. Geen inhoudelijke behandeling deskundigen.

Lees dit ook...

HBP Media
HBP Mediahttps://hbpmedia.nl
Ik schrijf mijn berichten op persoonlijke titel, mijn columns kun je ook op andere websites tegenkomen. Je kunt mij bereiken op info@hbpmedia.nl .. Whatsappen kan ook maar dan moet je wel mijn mobiele nummer weten.

AMSTERDAM, 9 april 2026 – Het gerechtshof Amsterdam heeft donderdag geoordeeld dat het verzoek van drie particulieren om deskundigen te horen over COVID-19 injecties niet-ontvankelijk is. Door deze uitspraak komt er geen inhoudelijke behandeling van het verzoek in hoger beroep en blijft de eerdere beslissing van de rechtbank in stand.

De zaak trok veel aandacht omdat de verzoekers stelden dat de COVID-19-vaccins gekwalificeerd zouden moeten worden als ‘biowapen’. Zij hadden een verzoekschrift ingediend tegen de Nederlandse Staat en een aantal specifiek genoemde personen. Met het horen van getuigen en partijdeskundigen hoopten de indieners bewijs te verzamelen voor hun stellingen. Het hof heeft echter beslist dat de procedurele weg die de verzoekers hebben bewandeld niet voldoet aan de wettelijke eisen voor een dergelijk verzoek.

Geen inhoudelijke beoordeling door het hof

Met de uitspraak van donderdag volgt het gerechtshof Amsterdam de lijn van de lagere rechter. De niet-ontvankelijkverklaring betekent dat de rechter niet toekomt aan de vraag of de argumenten van de verzoekers over de aard van de injecties hout snijden. Juridisch gezien is er geen sprake van een zaak die op deze wijze bij het hof behandeld kan worden.

Het verzoek richtte zich niet alleen tegen de Staat, maar ook tegen diverse individuen die betrokken waren bij het coronabeleid. De verzoekers wilden deze personen onder ede laten horen. Het hof stelt nu vast dat de procedure hiermee definitief ten einde komt, aangezien er geen ruimte is voor een verdere inhoudelijke discussie binnen deze specifieke juridische context.

Achtergrond van de procedure

De zitting in deze zaak vond plaats op 9 maart 2026 en werd via een livestream uitgezonden vanwege de grote maatschappelijke belangstelling. Tijdens de behandeling bleek al dat de ontvankelijkheid van het hoger beroep een cruciaal struikelblok vormde. De verzoekers voerden aan dat de rechtbank eerder ten onrechte hun vorderingen had afgewezen, maar het hof ziet geen reden om die beslissing te herzien.

In de kern draaide de procedure om een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor en het benoemen van deskundigen. In het civiele recht is een dergelijk verzoek bedoeld om bewijs veilig te stellen voor een eventuele toekomstige bodemprocedure. Het hof is echter van oordeel dat in deze specifieke casus niet is voldaan aan de voorwaarden die de wet stelt om een dergelijk verzoek in behandeling te nemen.

Gevolgen van de uitspraak

De uitspraak markeert een belangrijk punt in de reeks juridische procedures die zijn aangespannen tegen het overheidsbeleid tijdens de pandemie. Voor de verzoekers betekent het dat hun poging om via de weg van het deskundigenbericht de veiligheid en classificatie van COVID-19 injecties aan de orde te stellen, is gestrand.

Door de niet-ontvankelijkheid is de Staat niet langer verplicht om op de inhoudelijke stellingen van de verzoekers te reageren in dit dossier. De proceskosten voor de procedure in hoger beroep komen eveneens voor rekening van de verzoekende partijen. Hiermee bevestigt het hof dat procedures over het coronabeleid moeten voldoen aan strikte formele vereisten voordat een rechter overgaat tot het horen van deskundigen of getuigen.

Publieke belangstelling en livestream

Gezien de aard van de beschuldigingen en de maatschappelijke onrust rondom het onderwerp, koos het hof Amsterdam er bewust voor om de behandeling openbaar toegankelijk te maken via digitale kanalen. Dit gebeurt vaker bij zaken waarbij een grote groep burgers zich betrokken voelt. Hoewel de zitting uitvoerig is besproken op sociale media en binnen diverse belangengroepen, heeft de juridische beoordeling door de raadsheren zich strikt beperkt tot de wettelijke kaders.

Met deze einduitspraak is de weg naar een inhoudelijk oordeel over de gepresenteerde theorieën binnen deze procedure afgesloten. Het hof heeft de uitspraak direct gepubliceerd om volledige transparantie te bieden over de motivering van de niet-ontvankelijkverklaring. De betrokkenen hebben nu enkel nog de mogelijkheid om in cassatie te gaan bij de Hoge Raad, mits daar juridische gronden voor zijn.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Meer van dit..

Geef een reactie

- Advertisement -

Nieuw binnen