AMSTERDAM, 4 augustus 2026 – De beslissing om de productie van het Canadese blusvliegtuig CL-415 in 2015 stil te leggen, veroorzaakt ruim tien jaar later grote problemen bij de bestrijding van natuurbranden. Verschillende landen beschikken over verouderde toestellen, terwijl nieuwe vliegtuigen voorlopig nauwelijks beschikbaar zijn.
Bombardier beรซindigde de productie van de CL-415 in oktober 2015. De fabrikant kampte destijds met een teruglopende vraag naar het gespecialiseerde toestel. Bij het sluiten van de productielijn waren ongeveer 95 exemplaren van de CL-415 gebouwd. Een deel daarvan ging later verloren door ongevallen of werd buiten gebruik gesteld.
De CL-415 werd speciaal ontwikkeld voor het bestrijden van natuurbranden. Het amfibische toestel kan tijdens een korte vlucht over een meer, rivier of kustwater duizenden liters water innemen. Daardoor hoeft het vliegtuig niet na iedere waterlozing naar een vliegveld terug te keren.
Vraag naar bluscapaciteit sterk toegenomen
De marktsituatie is sinds 2015 ingrijpend veranderd. Veel landen werden de afgelopen jaren geconfronteerd met grotere, intensievere en langer aanhoudende natuurbranden. Vooral in Europa, Canada en de Verenigde Staten zijn de brandseizoenen langer geworden.
Onderzoek naar wereldwijde bosbranden laat zien dat tegenwoordig ruim twee keer zoveel boombedekking door brand verloren gaat als ongeveer twintig jaar geleden. Klimaatverandering draagt bij aan hogere temperaturen, langere droogteperioden en weersomstandigheden waarin vuur zich sneller kan verspreiden.
Dat betekent niet dat ieder jaar overal ter wereld meer grond door brand wordt getroffen. Wereldwijde cijfers kunnen sterk worden beรฏnvloed door landbouwbranden en savannebranden in Afrika en Aziรซ. In dichtbeboste gebieden en delen van Europa en Noord-Amerika neemt het risico op extreme en moeilijk beheersbare branden echter duidelijk toe.
In het Europese brandseizoen van 2026 was begin augustus in Frankrijk al meer dan 90.000 hectare afgebrand. Dat was bijna twee keer zoveel als het eerdere record voor dezelfde periode. In Spanje ging meer dan 200.000 hectare verloren.
Verouderde vliegtuigen vallen vaker uit
Het tekort wordt versterkt doordat bestaande blusvliegtuigen steeds ouder worden. Frankrijk bezit twaalf Canadair-toestellen, maar tijdens zware branden waren soms slechts vijf tot acht vliegtuigen beschikbaar. De toestellen zijn gemiddeld ongeveer dertig jaar oud en hebben steeds vaker onderhoud nodig.
Ook Spanje beschikt over veertien zware amfibische blusvliegtuigen, waarvan tijdens recente branden ongeveer acht toestellen operationeel waren. Ouderdom, technische storingen en een tekort aan reserveonderdelen beperken de inzetbaarheid van de vloot.
De belasting van de vliegtuigen is bovendien zwaar. Tijdens grote natuurbranden worden dagelijks tientallen starts, waterinnames en lozingen uitgevoerd. De toestellen vliegen op geringe hoogte, in turbulente lucht en bij hoge temperaturen. Daardoor is intensief technisch onderhoud noodzakelijk.
Wanneer verschillende landen tegelijkertijd met grote branden kampen, zijn nauwelijks vliegtuigen beschikbaar om uit te lenen. Europese landen ondersteunen elkaar via het EU-mechanisme voor civiele bescherming, maar die gezamenlijke capaciteit komt onder druk te staan zodra meerdere brandhaarden gelijktijdig ontstaan.
Traditionele verdeling over seizoenen werkt niet meer
Blusvliegtuigen en gespecialiseerde bemanningen werden vroeger geregeld tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond uitgewisseld. Materieel kon na het Europese of Noord-Amerikaanse brandseizoen bijvoorbeeld worden ingezet in Australiรซ of Zuid-Amerika.
Langere brandseizoenen maken die verdeling steeds moeilijker. Vliegtuigen zijn soms vrijwel het hele jaar nodig, waardoor minder ruimte ontstaat voor onderhoud en internationale verhuur. Luchtvaartbedrijf Avincis meldde dat zijn toestellen in Spanje en Portugal in 2026 al meer dan 5.000 brandbestrijdingsuren hadden gevlogen. Dat was twee keer zoveel als een jaar eerder.
Naast vliegtuigen dreigt een tekort aan ervaren piloten. Het besturen van een blusvliegtuig vereist speciale training. Piloten moeten laag kunnen vliegen boven bergachtig terrein, rookgebieden en snel veranderende vuurfronten. Nieuwe bemanningen kunnen daardoor niet op korte termijn worden opgeleid.
Productie in 2022 opnieuw opgestart
De rechten op het Canadair-programma werden in 2016 overgenomen door Viking Air, dat later onderdeel werd van De Havilland Aircraft of Canada. De Canadese fabrikant kondigde in maart 2022 aan dat een vernieuwde versie van het blusvliegtuig in productie zou worden genomen.
Deze opvolger kreeg aanvankelijk de naam CL-515 en wordt inmiddels aangeboden als de De Havilland Canadair 515, oftewel DHC-515. Het toestel is gebaseerd op de CL-415, maar krijgt moderne cockpitapparatuur, verbeterde materialen en technische aanpassingen.
Europese landen hebben gezamenlijk 22 nieuwe toestellen besteld. Het gaat om vliegtuigen voor Frankrijk, Spanje, Italiรซ, Griekenland, Portugal en Kroatiรซ. Ook de Canadese provincies Alberta, Manitoba en Ontario hebben bestellingen of toezeggingen gedaan.
Eerste nieuwe toestellen pas in 2028
Hoewel de productielijn is heropend, duurt het nog jaren voordat de nieuwe vliegtuigen daadwerkelijk kunnen worden ingezet. De eerste DHC-515 moet volgens de huidige planning in 2028 worden geleverd. De productie van gespecialiseerde vliegtuigen vraagt om nieuwe fabrieksvoorzieningen, gecertificeerde onderdelen, technisch personeel en uitgebreide testprogrammaโs.
De Europese leveringen lopen naar verwachting door tot in het begin van het volgende decennium. Dat betekent dat landen voorlopig afhankelijk blijven van hun bestaande Canadairs, omgebouwde verkeersvliegtuigen, kleinere watervliegtuigen en helikopters.
Sommige landen onderzoeken alternatieven. Frankrijk zet onder meer Dash 8-vliegtuigen in die brandvertragende vloeistof kunnen afwerpen. Spanje bekijkt mogelijkheden om militaire A400M-transportvliegtuigen voor brandbestrijding geschikt te maken. Zulke vliegtuigen kunnen grote hoeveelheden vloeistof vervoeren, maar kunnen tijdens de vlucht geen water uit meren of zeeรซn scheppen.
Vliegtuigen zijn slechts een deel van de aanpak
Meer blusvliegtuigen kunnen voorkomen dat kleine branden snel uitgroeien tot onbeheersbare vuurzeeรซn. Vanuit de lucht kunnen water en brandvertragende middelen worden ingezet om de verspreiding af te remmen en grondteams te ondersteunen.
Luchtbrandbestrijding kan grondpersoneel echter niet vervangen. Brandgangen, gecontroleerde vegetatieverwijdering, snelle detectie, evacuatieplannen en voldoende lokale brandweercapaciteit blijven noodzakelijk. Vliegtuigen kunnen een natuurbrand meestal niet zelfstandig doven.
De productiestop van 2015 laat vooral zien hoe kwetsbaar de markt voor gespecialiseerde blusvliegtuigen is. Toen de vraag gering was, verdween vrijwel de volledige nieuwe productiecapaciteit. Nu de behoefte sterk is gestegen, kan de industrie die achterstand niet snel inhalen. Tot de eerste nieuwe DHC-515-toestellen worden geleverd, blijft de beschikbare internationale vloot daardoor zwaar belast.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



