ZEVENAAR โ De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur moet de proceskosten vergoeden die slachterij Compaxo Vlees Zevenaar heeft gemaakt in een procedure over een last onder dwangsom. Dat heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven dinsdag bepaald.
De slachterij ontvangt 934 euro voor de gemaakte proceskosten. Daarnaast moet de staatssecretaris het betaalde griffierecht van 371 euro terugbetalen. Het College deed uitspraak nadat Compaxo het beroep tegen de opgelegde dwangsom had ingetrokken.
Dwangsom voor mengen van varkens
De toenmalige minister legde Compaxo op 17 maart 2023 een last onder dwangsom op. De slachterij moest het mengen van varkens uit verschillende sociale groepen staken en gestaakt houden.
De begunstigingstermijn liep tot 15 augustus 2024. Wanneer het bedrijf daarna opnieuw een overtreding zou begaan, kon per geconstateerd geval een dwangsom van 10.000 euro worden opgelegd. Het maximale bedrag bedroeg 50.000 euro.
Aan de last onder dwangsom was geen einddatum verbonden. De maatregel bleef daardoor gelden zolang deze niet door de overheid werd ingetrokken of opgeheven.
Compaxo maakte bezwaar tegen het besluit. De staatssecretaris verklaarde dat bezwaar op 11 december 2023 ongegrond, waarna de slachterij beroep instelde bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Maatregelen tegen nieuwe overtredingen
De staatssecretaris besloot de last onder dwangsom op 9 februari 2026 alsnog op te heffen. Sinds het verstrijken van de begunstigingstermijn waren op dat moment ongeveer anderhalf jaar voorbijgegaan.
Compaxo had volgens de staatssecretaris maatregelen genomen om herhaling van de overtreding te voorkomen. Ook waren na afloop van de begunstigingstermijn geen nieuwe overtredingen vastgesteld.
Door het opheffen van de maatregel had de slachterij geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Compaxo trok de procedure daarom in, maar vroeg het College wel om vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Staatssecretaris verzette zich tegen vergoeding
De staatssecretaris vond dat geen proceskostenvergoeding hoefde te worden betaald. Volgens de overheid was de last onder dwangsom niet ingetrokken, maar alleen voor de toekomst opgeheven.
Het oorspronkelijke dwangsombesluit was volgens de staatssecretaris nog altijd rechtmatig. Alleen het voortzetten van de last werd door het tijdsverloop en het gedrag van de slachterij niet langer redelijk gevonden.
Daarnaast stelde de staatssecretaris dat het opheffingsbesluit niet was genomen vanwege de argumenten die Compaxo in de beroepsprocedure had aangevoerd. Daarom zou geen sprake zijn van tegemoetkomen aan de slachterij zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht.
College ziet gedeeltelijke tegemoetkoming
Het College volgt die redenering niet. Door de last onder dwangsom op te heffen, heeft de staatssecretaris de werking van het besluit voor de toekomst beรซindigd. Daarmee is de overheid volgens de bestuursrechter gedeeltelijk aan Compaxo tegemoetgekomen.
Dat de opheffing volgde nadat geruime tijd geen overtredingen waren vastgesteld, verandert dat oordeel niet. Het College merkt daarbij op dat van een slachterij mag worden verwacht dat zij zich aan een opgelegde last houdt.
Ook is volgens het College niet doorslaggevend of de overheid de maatregel heeft opgeheven op basis van dezelfde argumenten die in het beroepschrift stonden. Het feit dat de gevolgen van het besluit voor de toekomst zijn weggenomen, is voldoende om van gedeeltelijke tegemoetkoming te spreken.
Vergoeding van 934 euro
Het College heeft de proceskosten vastgesteld volgens de vaste bedragen uit het Besluit proceskosten bestuursrecht. Voor het indienen van het beroepschrift krijgt Compaxo รฉรฉn punt toegekend met een waarde van 934 euro.
De staatssecretaris moet daarnaast het griffierecht van 371 euro vergoeden. Die verplichting volgt rechtstreeks uit de Algemene wet bestuursrecht.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



