AMSTERDAM, 4 augustus 2026 – De verhoging van de btw op een groot deel van de Nederlandse logiessector van 9 naar 21 procent zet sinds 1 januari 2026 de prijsstelling en marges van accommodaties onder druk. Hotels, pensions, bed & breakfasts, vakantiehuizen, stacaravans die als verblijf worden verhuurd en groepsaccommodaties vallen onder het hoge tarief.
Het aanbieden van een kampeerplaats voor een tent of caravan blijft in beginsel onder het tarief van 9 procent vallen. Daardoor ontstaat binnen dezelfde toeristische markt een belangrijk fiscaal verschil tussen verblijfsvormen.
De verhoging bedraagt twaalf procentpunten, maar dat betekent niet automatisch dat de consumentenprijs met 12 procent stijgt. Bij een netto overnachtingsprijs van 100 euro kostte een verblijf onder het oude tarief 109 euro. Bij volledige doorberekening kost hetzelfde verblijf onder 21 procent btw 121 euro. De stijging voor de gast bedraagt dan 12 euro, of ongeveer 11 procent ten opzichte van de oude totaalprijs.
Een ondernemer die de consumentenprijs op 109 euro houdt, ontvangt na afdracht van 21 procent btw nog ongeveer 90,08 euro exclusief btw. Dat is bijna 10 procent minder omzet voordat lonen, energie, onderhoud, boekingscommissies en andere kosten zijn betaald.
Accommodaties staan daardoor voor drie keuzes: het tarief volledig doorberekenen, een deel van de verhoging uit de marge betalen of het product aanpassen met kortingen en afzonderlijk geprijsde diensten.
Niet iedere toeristische overnachting wordt gelijk belast
De afbakening is vooral voor vakantieparken en gemengde recreatiebedrijven complex. De verhuur van een vakantiewoning, ingerichte stacaravan of andere zelfstandige accommodatie valt sinds 2026 onder 21 procent. Een losse kampeerplaats blijft doorgaans belast tegen 9 procent.
Ook toegang tot veel culturele en recreatieve voorzieningen blijft onder het lage tarief vallen. Ontbijt of een andere afzonderlijk verkochte prestatie kan eveneens onder een ander tarief blijven. Bij arrangementen moet de ondernemer de prijs op basis van de marktwaarde over de verschillende onderdelen verdelen.
Dat prijsverschil kan het gedrag van gasten beรฏnvloeden. Een gezin dat vooral naar de totaalprijs kijkt, kan een hotel of vakantiehuis vergelijken met een kampeerplaats die fiscaal minder zwaar wordt belast. De mate waarin zoโn verschuiving werkelijk optreedt, hangt ook af van comfort, seizoen, weersomstandigheden en de beschikbaarheid van alternatieven.
Toeristische markt groeide vรณรณr de verhoging
De Nederlandse logiesmarkt ging de tariefswijziging in na meerdere groeijaren. In 2025 verbleven volgens het CBS ongeveer 52,2 miljoen gasten in Nederlandse logiesaccommodaties. Dat was bijna 2 procent meer dan in 2024.
De groei kwam volledig van buitenlandse bezoekers. Het aantal buitenlandse gasten steeg met 5 procent naar 22,3 miljoen. Het aantal binnenlandse gasten daalde licht naar 29,9 miljoen.
Die ontwikkeling is relevant omdat buitenlandse bezoekers mogelijk minder gevoelig zijn voor een Nederlandse btw-verhoging dan Nederlanders die eenvoudig kunnen uitwijken naar Belgiรซ, Duitsland, Frankrijk of andere vakantielanden.
Voor hotels in grote steden kan een sterke internationale vraag een deel van de prijsstijging opvangen. Regionale hotels, B&Bโs, groepsverblijven en vakantieparken zijn vaak sterker afhankelijk van Nederlandse gezinnen, verenigingen, scholen en bedrijven.
Btw-verhoging logiessector: het effect in cijfers
Van 9 naar 21 procent per 1 januari 2026 — impact op prijs, marge en gasten
| Verblijfsvorm | Btw-tarief |
|---|---|
| Hotel / pension | 21% |
| Bed & breakfast | 21% |
| Vakantiehuis / bungalow | 21% |
| Ingerichte stacaravan (verhuurd) | 21% |
| Groepsaccommodatie | 21% |
| Kale kampeerplaats (tent/caravan) | 9% |
| Losse toegang cultuur/recreatie | 9% |
Eerste maanden van 2026 geven nog geen hard oordeel
De nieuwste CBS-reeks bevat bij publicatie maandcijfers tot en met mei 2026. De gegevens over 2026 zijn voorlopig. Daarmee is het nog te vroeg om een afzonderlijk en betrouwbaar causaal effect van de btw-verhoging vast te stellen.
Een verandering in het aantal gasten kan ook worden veroorzaakt door de ligging van Pasen, schoolvakanties, extreem weer, consumentenvertrouwen, evenementen, beschikbare capaciteit, gemeentelijke toeristenbelasting of internationale economische ontwikkelingen.
Een zuivere evaluatie vraagt daarom meer dan een vergelijking met dezelfde maand van een jaar eerder. Onderzoekers kunnen getroffen verblijfsvormen vergelijken met kampeerplaatsen, waar het lage tarief voor de standplaats bleef gelden.
Ook zijn cijfers nodig over binnenlandse en buitenlandse gasten, gemiddelde kamerprijzen, bezettingsgraden, verblijfsduur, annuleringen en omzet per beschikbare kamer. Pas na ten minste een volledig kalenderjaar kunnen seizoenseffecten beter worden onderscheiden van belastingeffecten.
Hotels en B&Bโs voelen directe prijsdruk
Hotels beschikken doorgaans over systemen waarmee prijzen dagelijks kunnen worden aangepast. Daardoor kan een deel van de belasting worden verwerkt in dynamische tarieven. Die mogelijkheid voorkomt echter niet dat de gast uiteindelijk een hogere prijs betaalt of dat de marge van de ondernemer daalt.
Vooral kleinschalige hotels en B&Bโs hebben minder schaalvoordeel bij energie, personeel, administratie, onderhoud en marketing. Zij beschikken bovendien vaak over minder kamers, waardoor een klein aantal geannuleerde boekingen al een relatief groot financieel effect heeft.
B&Bโs zijn in de landelijke maandcijfers van het CBS niet als afzonderlijke sector zichtbaar. Zij vallen samen met hotels, motels, pensions, appartementen met hoteldienstverlening en jeugdaccommodaties. Een aparte landelijke maandreeks voor uitsluitend B&Bโs kan daarom niet verantwoord uit deze statistiek worden samengesteld.
Vakantieparken krijgen met twee tarieven te maken
Op vakantieparken kunnen binnen รฉรฉn onderneming verschillende btw-regimes gelden. Een toeristische standplaats kan onder 9 procent vallen, terwijl een verhuurde bungalow, vakantiewoning of ingerichte stacaravan onder 21 procent valt.
Dat maakt prijscommunicatie, arrangementen en administratie ingewikkelder. Parken met veel eigen verhuuraccommodaties worden fiscaal zwaarder geraakt dan bedrijven die vooral grond of standplaatsen aanbieden.
De CBS-categorie huisjesterreinen omvat onder meer complexen met zomerhuizen, bungalows, appartementen en vergelijkbare verhuureenheden. Deze categorie sluit het beste aan bij vakantieparken en vakantiehuisjes, maar is niet volledig gelijk aan de commerciรซle benamingen die recreatiebedrijven gebruiken.
Vakantieparken kunnen proberen de belastingdruk gedeeltelijk op te vangen met vroegboekkortingen, loyaliteitsprogrammaโs of goedkopere periodes. Daarmee verschuift een deel van het probleem echter van de gast naar de marge van de ondernemer.
Groepsaccommodaties lopen extra risico
Groepsaccommodaties werken vaak met รฉรฉn totaalbedrag voor scholen, sportclubs, families, zorginstellingen en verenigingen. De prijs per persoon is bij deze groepen een belangrijk onderdeel van de boekingsbeslissing.
Een flinke stijging van het totaalbedrag kan ertoe leiden dat groepen hun verblijf inkorten, minder vaak boeken, minder deelnemers meenemen of uitwijken naar een goedkopere accommodatie over de grens.
HISWA-RECRON meldde in juli 2026 op basis van een ledenonderzoek dat de btw-verhoging merkbaar begint door te werken bij groepsaccommodaties. Omdat het om een brancheonderzoek onder aangesloten ondernemers gaat, moeten deze signalen uiteindelijk worden getoetst aan onafhankelijke bezoekers- en omzetcijfers.
Campings vormen een belangrijke vergelijkingsgroep
Campings worden niet volledig buiten de maatregel gehouden. Een kale standplaats voor een tent of caravan blijft onder 9 procent vallen, maar de verhuur van een ingerichte accommodatie op hetzelfde terrein kan onder het hoge logiestarief vallen.
Toch biedt de campingsector de beste vergelijkingsmogelijkheid om te onderzoeken of gasten reageren op het fiscale prijsverschil. Wanneer kampeerterreinen na correctie voor weersomstandigheden en capaciteit sterker groeien dan hotels, huisjesterreinen en groepsaccommodaties, kan dat een aanwijzing zijn voor verschuiving van de vraag.
Het is nog geen sluitend bewijs. Warme en droge zomers kunnen bijvoorbeeld zelfstandig zorgen voor meer campingbezoek, terwijl slecht weer juist leidt tot extra belangstelling voor hotels, vakantiewoningen en andere overdekte accommodaties.
Regionale economie merkt effecten buiten accommodatie
Minder boekingen raken niet alleen de logiesverstrekker. Bezoekers besteden ook geld bij restaurants, cafรฉs, winkels, musea, attracties, fietsverhuurders, rondvaartbedrijven en het openbaar vervoer.
Een daling van het aantal overnachtingen of de gemiddelde verblijfsduur kan daardoor een groter regionaal effect hebben dan de gemiste kameromzet alleen. Vooral gemeenten die sterk afhankelijk zijn van seizoentoerisme kunnen dit merken.
Tegelijk kan een sterke buitenlandse vraag de schade in Amsterdam, andere grote steden en populaire kustgebieden beperken. Landelijke gebieden, kleinere vakantieparken en groepsaccommodaties die vooral Nederlandse gasten ontvangen, blijven waarschijnlijk kwetsbaarder.
Twintigjarige cijfers kennen trendbreuk in 2012
Voor een overzicht over twintig jaar moeten twee CBS-reeksen worden gecombineerd. De historische tabellen bevatten cijfers van 1998 tot en met 2012. De actuele statistiek begint in januari 2012.
De oude reeks omvatte verblijfsrecreatieve accommodaties met ten minste twintig slaapplaatsen. In de nieuwe reeks gelden onder meer grenzen van minimaal vier toeristische standplaatsen voor campings en tien slaapplaatsen voor huisjes- en groepsaccommodaties. Het CBS waarschuwt daarom dat cijfers vรณรณr en vanaf 2012 niet volledig vergelijkbaar zijn.
De grafiek kan de seizoenspatronen, de coronadaling en veranderingen in de markt zichtbaar maken. De lijn rond 2012 moet echter worden gelezen als een overgang tussen twee statistische meetmethoden.
Het CBS telt bovendien gasten en geen unieke personen. Iemand die in dezelfde maand meerdere verblijven boekt, kan meer dan eenmaal in de cijfers voorkomen. Het gaat dus om geregistreerde aankomsten bij logiesaccommodaties.
Conclusie: rekening stijgt, effect moet nog worden gemeten
De btw-verhoging maakt getroffen Nederlandse logies bij volledige doorberekening ongeveer 11 procent duurder dan onder het oude tarief. Wanneer ondernemers de totaalprijs gelijk houden, daalt hun netto-opbrengst met bijna 10 procent.
De economische druk is daarmee direct zichtbaar in de prijs of marge. Het uiteindelijke effect op bezoekersaantallen, werkgelegenheid en regionale bestedingen is in augustus 2026 echter nog niet betrouwbaar vast te stellen.
Bronnen:
- Belastingdienst โ btw-tarief logies
- Belastingdienst โ kampeergelegenheid bieden
- CBS StatLine 82058NED โ actuele maandreeks vanaf 2012
- CBS StatLine 70651NED โ historische logiesreeks 1998โ2012
- CBS StatLine 70666NED โ historische verblijfsrecreatie 1998โ2012
- CBS โ onderzoeksbeschrijving en methodebreuk
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



