Sla dit artikel op

Hof legt notaris 175.000 euro ontneming op

AMSTERDAM, 1 juni 2026 – Het gerechtshof Amsterdam heeft een man die destijds notaris was een betalingsverplichting van 175.000 euro opgelegd. Het bedrag moet aan de Staat worden betaald ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Het hof stelde het voordeel vast op 190.905,34 euro. Door de lange duur van de procedure werd de uiteindelijke betalingsverplichting lager vastgesteld. De uitspraak dateert van 26 april 2022 en is op 29 mei 2026 gepubliceerd.

Zaak draait om witwassen en gift

De betrokkene was eerder onherroepelijk veroordeeld voor het medeplegen van witwassen en het aannemen van een gift als ambtenaar. Volgens het hof had hij voordeel genoten uit de bewezenverklaarde feiten.

De zaak hield verband met geldbedragen uit bouwprojecten die op een derdengeldenrekening van de notaris waren gestort. Voor het ter beschikking stellen van die rekening zou bij aanvang een vergoeding van 1 miljoen gulden zijn afgesproken. Uiteindelijk werd volgens FIOD-onderzoek voor 1,1 miljoen gulden gefactureerd.

Eerdere bedragen lagen hoger

De rechtbank Noord-Holland legde in 2014 nog een betalingsverplichting van 500.000 euro op. In hoger beroep en cassatie volgden meerdere procedures. De Hoge Raad verwees de zaak twee keer terug naar het gerechtshof Amsterdam.

De advocaat-generaal vorderde in de laatste behandeling een bedrag van 237.706,52 euro. De verdediging stelde juist dat het wederrechtelijk verkregen voordeel op nihil moest worden geschat.

Vennootschapsbelasting wel afgetrokken

Het hof hield bij de berekening rekening met de winstverdeling binnen de maatschap waarvan de betrokkene deel uitmaakte. Ook werd betaalde vennootschapsbelasting in mindering gebracht.

Een aftrek voor algemene kantoorkosten werd afgewezen. Volgens het hof was niet aannemelijk dat extra kosten waren gemaakt die rechtstreeks samenhingen met de strafbare feiten.

Geen vervolgprofijt meegerekend

Het openbaar ministerie wilde ook rentevoordeel meetellen. Het hof ging daar niet in mee. Volgens het hof was onvoldoende duidelijk dat het gestelde rentevoordeel rechtstreeks aan het wederrechtelijk verkregen voordeel kon worden gekoppeld.

Civiele vorderingen van Rabo Vastgoedgroep en Philips Pensioenfonds werden evenmin afgetrokken. Volgens het hof was niet gebleken dat deze vorderingen in rechte waren toegekend of door de betrokkene waren betaald.

Lange procedure drukt betalingsplicht

De procedure duurde bijna tien jaar vanaf het moment dat de machtiging voor het strafrechtelijk financieel onderzoek aan de betrokkene werd betekend. Het hof rekende dat tijdsverloop niet in zijn nadeel mee.

Daarom werd de betalingsverplichting vastgesteld op 175.000 euro. De maximale gijzeling die kan worden gevorderd, werd bepaald op 1095 dagen.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Meer van dit..

Luchtfoto van Eindhoven Airport met startende vliegtuigen en omliggend natuurgebied

Hoger beroep luchthavens Eindhoven, RTHA en Lelystad na rechterlijke...

Minister Van Essen stelt hoger beroep in na rechterlijke uitspraken over luchthavens Eindhoven, RTHA en Lelystad. Handhaving...
Het gebouw van de Centrale Raad van Beroep waar de uitspraak over de WIA-uitkering plaatsvond.

Rechter: UWV mocht ZW-uitkering Turkse werkneemster stopzetten

Centrale Raad van Beroep oordeelt dat UWV de ZW-uitkering van een werkneemster per februari 2023 terecht heeft...
Rechtbank veroordeelt man tot 12 jaar cel voor poging tot moord na inrijden op slachtoffer en messteekpartij.

Jeugddetentie voor afpersing en geweld in Assen

Rechtbank legt 90 dagen jeugddetentie op voor afpersing, poging afpersing en mishandeling in Assen.