DEN HAAG, 10 juli 2026 – Het kabinet wil het stelsel van inkomensondersteuning de komende jaren eenvoudiger, begrijpelijker en beter uitvoerbaar maken. Dat staat in de voortgangsbrief over de Routekaart Hervormingsagenda inkomensondersteuning 2026, die op 9 juli aan de Tweede Kamer is gestuurd. De agenda moet richting 2035 leiden tot een zekerder stelsel waarin werken meer loont en mensen minder vaak vastlopen in ingewikkelde regels.
Volgens het kabinet is hervorming nodig omdat het huidige stelsel bestaat uit veel regelingen, ingewikkelde berekeningen en bedragen die vaak achteraf worden toegekend. Daardoor ontstaan onzekerheid, problematische terugvorderingen en niet-gebruik van regelingen. Ook zorgen toeslagen voor een hoge marginale druk, waardoor mensen soms terughoudend zijn om meer te werken. UWV, SVB en gemeenten lopen volgens het kabinet bovendien tegen de grenzen van uitvoerbaarheid aan.
Zeven sporen richting 2035
De Hervormingsagenda richt zich op sociale zekerheid, toeslagen en onderdelen van de fiscaliteit. In de voortgangsbrief ligt de nadruk op sociale zekerheid en onderwerpen die meerdere domeinen raken, zoals begrippen, betaalmomenten, kindregelingen en terugvorderingen. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister van Werk en Participatie en de staatssecretaris van Financiรซn werken op die onderwerpen samen.
De routekaart bestaat uit zeven sporen: een toegankelijk sociaal minimum, begrijpelijke regelingen bij vangnet en werkloosheid, vereenvoudiging van gegevensdeling en begrippen, arbeidsongeschiktheid, ondersteuning voor ouders, voorspelbaar inkomen en betere toeleiding naar werk.
Het kabinet benadrukt dat vereenvoudiging niet altijd gratis is. Soms worden regelingen minder gericht, wat kan leiden tot budgettaire gevolgen of negatieve inkomenseffecten voor bepaalde groepen. In de brief staat dat jaarlijks wordt bekeken welke maatregelen binnen de budgettaire kaders mogelijk zijn. Ook wil het kabinet met de Kamer spreken over financiering, bijvoorbeeld door een deel van de indexatie van een uitkeringsregeling als dekking in te zetten.
Sociaal minimum en armoederegelingen
Binnen het eerste spoor geeft het kabinet prioriteit aan vereenvoudiging van armoederegelingen en proactieve dienstverlening. Het aantal regelingen moet omlaag, regelingen moeten begrijpelijker worden en beter op elkaar aansluiten. Het kabinet wil met gemeenten werken aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen, zodat ondersteuning minder afhankelijk wordt van de woonplaats.
Ook wil het kabinet dat mensen sneller ontvangen waar zij recht op hebben. UWV, SVB en gemeenten werken aan fysieke en digitale adviesloketten en aan mogelijkheden voor vooringevulde aanvragen. Op langere termijn wordt gekeken naar automatische toekenning, onder meer bij gemeentelijke minimaregelingen, de Toeslagenwet en kwijtschelding van lokale belastingen.
WW, Participatiewet en Toeslagenwet
In het tweede spoor ligt de prioriteit bij hervorming van de WW en de Participatiewet. De WW moet begrijpelijker worden, mede op basis van eerdere knelpuntenanalyses. Samen met UWV wordt bekeken welke vereenvoudigingen kunnen meelopen met de hervormingen uit het coalitieakkoord. De Kamer wordt daarover in het najaar van 2026 verder geรฏnformeerd.
Voor de Participatiewet wil het kabinet voortbouwen op eerdere hervormingen. Meer uitgaan van vertrouwen wordt daarbij het vertrekpunt, met eenvoudiger regels en strenge handhaving als vertrouwen wordt beschaamd. Ook verkent het kabinet een andere oplossing voor mensen die door chronische ziekte of beperking structureel niet kunnen werken.
De Toeslagenwet blijft een knelpunt. De wet vult uitkeringen aan tot het sociaal minimum, maar is volgens het kabinet moeilijk te begrijpen en lastig uit te voeren. Uit onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie blijkt dat mogelijk 68 procent van de Wajongers de aanvulling uit de Toeslagenwet niet aanvraagt.
Anw en kostendelersnorm krijgen minder prioriteit
De vereenvoudiging van de Algemene nabestaandenwet krijgt minder prioriteit. Volgens het kabinet is de doelgroep relatief klein en staat de benodigde uitvoeringscapaciteit niet in verhouding tot de verwachte effecten. Voor nabestaanden met minderjarige kinderen gaat het om circa 7.100 ontvangers.
Uit de beslisnota blijkt dat ook de kostendelersnorm en het bruto terugvorderen worden gedeprioriteerd. Ambtelijk is geadviseerd deze onderwerpen minder prioriteit te geven, onder meer vanwege gebrek aan middelen. De beslisnota meldt dat bij sommige onderwerpen expliciet is opgenomen dat er geen budget beschikbaar is.
Begrippen en gegevensdeling harmoniseren
Het kabinet wil ook de gegevensdeling en veelgebruikte begrippen eenvoudiger maken. Het gaat onder meer om de begrippen inkomen, vermogen en partner. Nu verschillen definities per regeling, wat leidt tot verwarring bij mensen en extra administratieve lasten voor uitvoerders.
Er wordt gewerkt aan een wetsvoorstel Vereenvoudiging en versterking gegevensbescherming sociale zekerheid. Dat moet duidelijker maken welke organisaties persoonsgegevens verwerken en waarom. Ook moet het wetsvoorstel dienstverlening wendbaarder maken, zodat uitvoerders sneller kunnen inspelen op nieuwe situaties. De voorbereiding duurt volgens de brief zeker nog heel 2026.
Ouders moeten minder last krijgen van toeslagen
Voor ouders richt het kabinet zich op een nieuwe kindregeling en een nieuw financieringsstelsel voor kinderopvang. De kinderbijslag, het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag vormen nu samen de belangrijkste financiรซle ondersteuning voor ouders, maar vooral toeslagen zijn voor een deel van de ouders complex. Ze kunnen leiden tot hoge terugvorderingen, niet-gebruik en hoge marginale druk.
Voor kinderopvang is al een richting gekozen. In 2029 moet een nieuwe financieringssystematiek worden ingevoerd. Werkende ouders krijgen dan een inkomensonafhankelijke vergoeding die rechtstreeks naar kinderopvangorganisaties gaat. Daardoor bepaalt het inkomen niet langer de hoogte van de tegemoetkoming en worden ouders niet meer geconfronteerd met terugvorderingen binnen deze regeling.
Meer mensen naar werk begeleiden
Het zevende spoor richt zich op betere toeleiding naar werk. De bestaande maatregelen worden ondergebracht bij het actieprogramma Nederland Werkt. Het kabinet geeft prioriteit aan รฉรฉn Werkcentrum in iedere arbeidsmarktregio, het gebruik van Ontwikkelpaden, versterking van sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk, en een nieuwe banenafspraak voor mensen met een arbeidsbeperking.
Volgens de brief waren er op 22 mei 2026 47 Ontwikkelpaden erkend. Die zijn bedoeld om mensen via scholing richting werk te begeleiden in sectoren als techniek, zorg, onderwijs, groen, schoonmaak, transport en logistiek en detailhandel.
Vervolg via jaarlijkse besluitvorming
De hervormingen worden stapsgewijs uitgewerkt. Beleidsopties worden getoetst op wenselijkheid en uitvoerbaarheid en daarna politiek gewogen, inclusief financiรซle randvoorwaarden. Jaarlijks moeten voorstellen richting de voorjaarsbesluitvorming worden voorbereid.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


