DEN HAAG – De Rechtbank Den Haag heeft een man veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor het medeplegen van genocide en twee oorlogsmisdrijven tijdens de genocide in Rwanda in 1994. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte betrokken was bij plunderingen, vernielingen en grootschalig geweld tegen de Tutsi-bevolking in de regio Mbazi.
De rechters spraken de verdachte vrij van een afzonderlijke aanklacht wegens opruiing tot genocide. Volgens de rechtbank was daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs beschikbaar.
Rol bij aanvallen op Tutsi-gemeenschappen
Volgens de rechtbank nam de verdachte op 22 april 1994 deel aan een aanval op Tutsi-gemeenschappen in de cellules Kanyaruhinda en Gatobotobo in de Rwandese regio Mbazi. Tijdens die acties werden woningen geplunderd, eigendommen meegenomen en huizen en omheiningen in brand gestoken
De rechtbank oordeelde dat de verdachte als lokale bestuurder een leidinggevende rol vervulde en daarmee een wezenlijke bijdrage leverde aan de plunderingen en vernielingen. De feiten werden aangemerkt als oorlogsmisdrijven die plaatsvonden in het kader van het gewapende conflict tussen het Rwandese regeringsleger en het Rwandees Patriottisch Front (RPF).
Geweld in stadion Byiza
Daarnaast achtte de rechtbank bewezen dat de verdachte op 25 april 1994 betrokken was bij een aanval op duizenden Tutsi-vluchtelingen in en rond het stadion van Byiza in Mbazi. Volgens het vonnis werden de aanwezigen omsingeld, beschoten en aangevallen met handgranaten, stenen en traditionele wapens. Veel slachtoffers kwamen daarbij om het leven.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte aanwezig was tijdens het geweld, aanwezige aanvallers aanstuurde en zelf een handgranaat naar het stadion gooide. Daarmee leverde hij volgens de rechters een significante bijdrage aan de aanval op de Tutsi-bevolking.
Genocidaal oogmerk bewezen
Bij de beoordeling speelde mee dat de aanvallen volgens de rechtbank onderdeel waren van de georganiseerde genocide op de Tutsi-bevolking die tussen april en juli 1994 in Rwanda plaatsvond. De rechters concludeerden dat het handelen van de verdachte uitsluitend kon worden verklaard vanuit het oogmerk om de Tutsi-groep geheel of gedeeltelijk te vernietigen.
Volgens de rechtbank was de verdachte bekend met de anti-Tutsi-propaganda van de toenmalige machthebbers en nam hij actief deel aan de geweldscampagne die daarop volgde
Schadeclaims niet behandeld
Negen benadeelde partijen hadden schadevergoedingen gevorderd. De rechtbank verklaarde deze vorderingen niet-ontvankelijk. Volgens de rechters zou behandeling van de omvangrijke schadeclaims en de toepassing van het Rwandese burgerlijk recht een te zware belasting vormen voor het strafproce
De benadeelden kunnen hun claims nog wel voorleggen aan de burgerlijke rechter
Rechtbank noemt feiten uitzonderlijk ernstig
De rechtbank benadrukte dat genocide en oorlogsmisdrijven tot de zwaarste misdrijven binnen het nationale en internationale strafrecht behoren. Gezien de ernst van de feiten, de rol van de verdachte en het enorme leed dat slachtoffers en nabestaanden is aangedaan, achtte de rechtbank alleen een levenslange gevangenisstraf passend.



