HAARLEM – De Rechtbank Noord-Holland heeft twee verdachten veroordeeld tot taakstraffen van elk 180 uur wegens het medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving van twee jongens van destijds 13 en 14 jaar oud in Hoofddorp. Volgens de rechtbank maakten de verdachten gebruik van verbale druk, bedreigingen en geweld om de minderjarigen tegen hun wil vast te houden.
De zaak draait om een incident op 26 maart 2022 waarbij de jongens werden aangezien voor betrokkenen bij een vernieling van een woning in Hoofddorp. De verdachten besloten daarop zelf verhaal te halen in plaats van de politie in te schakelen.
Jongens klemgereden en gedwongen mee te gaan
Volgens de rechtbank reed een van de verdachten de twee jongens klem, pakte hun telefoons af en dwong hen in een BMW te stappen. Tijdens de rit werden de minderjarigen via de telefoon bedreigd door een man die eiste dat zij de waarheid zouden vertellen over de vernieling.
Op een parkeerplaats bij een sportschool arriveerden vervolgens andere betrokkenen. Daar werden de jongens agressief benaderd, uit de auto gehaald en mishandeld. De rechtbank stelt vast dat sprake was van slaan, duwen en het geven van knietjes. Daarna werden de slachtoffers gescheiden en in verschillende auto’s vervoerd naar een andere locatie in Hoofddorp.
Slachtoffers konden geen hulp inschakelen
De rechtbank oordeelde dat de minderjarigen zich gedurende langere tijd niet aan de situatie konden onttrekken. Hun telefoons waren afgepakt en de verdachten stelden zich volgens de rechters intimiderend op. Daarnaast vergrootte het scheiden van de twee jongens het gevoel van onveiligheid en machteloosheid.
Aan de vrijheidsberoving kwam pas een einde toen de vaders van de jongens via de functie ‘Zoek mijn iPhone’ hun locatie konden achterhalen en hen wisten te bereiken.
Rechtbank rekent eigenrichting zwaar aan
Volgens de rechtbank hebben de verdachten ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke vrijheid en de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers. De rechters benadrukken dat de verdachten op volledig disproportionele wijze voor eigen rechter hebben gespeeld en geen rekening hielden met de gevolgen voor de twee minderjarigen.
Uit de uitspraken blijkt dat beide verdachten inmiddels stabiele persoonlijke omstandigheden hebben en spijt hebben betuigd voor hun aandeel in de gebeurtenissen. Ook speelde mee dat geen van beiden eerder voor vergelijkbare geweldsdelicten was veroordeeld.
Lange duur strafzaak leidt tot lagere straf
De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn in beide zaken aanzienlijk was overschreden. Daardoor achtte de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet langer passend. De forse termijnoverschrijding werd verrekend in de strafmaat.
Beide verdachten kregen uiteindelijk een taakstraf van 180 uur opgelegd. De rechtbank benadrukte daarbij dat de ernst van de vrijheidsberoving normaal gesproken een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou rechtvaardigen.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



