BREDA, 25 augustus 2026 – De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bepaald dat een veroordeelde man ruim 1,6 miljoen euro aan de Staat moet terugbetalen. Volgens de rechtbank heeft de man dat bedrag wederrechtelijk verkregen door onder meer bewezen verklaarde witwasconstructies en andere strafbare feiten.
Voordeel vastgesteld op ruim 1,6 miljoen euro
De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op 1.611.139,07 euro. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn werd het uiteindelijk te betalen bedrag met 5.000 euro verminderd. Daardoor bedraagt de betalingsverplichting 1.606.139,07 euro.
Veroordeling volgde al in 2018
De ontnemingszaak vloeit voort uit een eerdere strafzaak waarin de man in 2018 werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar. De veroordeling had onder meer betrekking op het witwassen van ruim 1,7 miljoen euro, valsheid in geschrifte, afpersing, bedreiging en zware mishandeling. Tegen die uitspraak loopt nog hoger beroep.
Rechtbank gebruikt uitgebreide kasopstelling
Voor de berekening van het voordeel maakte de rechtbank gebruik van een uitgebreide kasopstelling over de periode van 2007 tot en met september 2016. Daarbij werden inkomsten, uitgaven, banktransacties en ondernemingsactiviteiten met elkaar vergeleken. Volgens de rechtbank gaf de veroordeelde aanzienlijk meer geld uit dan uit legale inkomsten kon worden verklaard.
Verweer grotendeels verworpen
De verdediging stelde onder meer dat sprake was van legale inkomsten en dat bepaalde leningen een legale herkomst hadden. De rechtbank wees deze argumenten grotendeels van de hand en stelde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de betwiste geldstromen een legale oorsprong hadden.
Gijzeling mogelijk bij niet betalen
Wanneer het bedrag niet wordt betaald, kan het Openbaar Ministerie gijzeling vorderen. De rechtbank bepaalde dat die duur maximaal 1.080 dagen bedraagt. De betalingsverplichting blijft daarbij bestaan.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


