DEN HAAG, 9 juli 2026 – Nederland gaat de komende jaren miljarden investeren in nieuwe defensieprojecten met Europese bondgenoten. Het gaat onder meer om de gezamenlijke bouw van amfibische transportschepen met het Verenigd Koninkrijk, uitbreiding van drone- en luchtafweer met België en nauwere samenwerking met Duitsland bij raketten en ander militair materieel.
De afspraken zijn gemaakt rond de NAVO-top in Ankara. Volgens het ministerie van Defensie wil Nederland met de nieuwe overeenkomsten versnippering voorkomen, de productiecapaciteit vergroten en de samenwerking binnen de NAVO versterken. Nederland en het Verenigd Koninkrijk gaan gezamenlijk nieuwe amfibische transportschepen verwerven. Voor het Nederlandse aandeel is 1 tot 2,5 miljard euro gereserveerd. In internationale berichtgeving wordt de gezamenlijke projectomvang op meerdere miljarden euro’s geraamd.
Nieuwe schepen voor operaties op zee en land
De amfibische transportschepen zijn bedoeld voor operaties op het water en aan land. Ze kunnen militairen, voertuigen en materieel vervoeren en ondersteunen bij inzet aan kusten, in havengebieden en bij internationale missies. Daarmee krijgt de marine een belangrijke rol in de verdere modernisering van de krijgsmacht.
De samenwerking met het Verenigd Koninkrijk ligt voor de hand. Beide landen werken al langer samen binnen de maritieme krijgsmacht en beschikken over ervaring met expeditionaire operaties. Door gezamenlijk op te trekken bij ontwerp, bouw en aanschaf kunnen kosten worden gedeeld en systemen beter op elkaar worden afgestemd.
Voor Nederland is de investering onderdeel van een bredere omslag. Defensie wil niet alleen meer materieel kopen, maar ook zorgen dat productie, onderhoud en bevoorrading minder afhankelijk worden van afzonderlijke nationale trajecten.
België en Nederland richten zich op lucht- en droneafweer
Naast de maritieme samenwerking trekt Nederland ook op met België. De Belgische regering heeft een gezamenlijke aankoop met Nederland bevestigd voor gelaagde luchtverdediging, waaronder NASAMS-systemen, SkyRanger 30-systemen, radars en commandovoertuigen. Het Belgische pakket heeft volgens Belgische berichtgeving een omvang van 3,1 miljard euro. De SkyRanger-systemen zijn onder meer bedoeld om laagvliegende dreigingen, zoals drones, te bestrijden.
De keuze voor lucht- en droneafweer sluit aan bij de veranderde veiligheidssituatie in Europa. De oorlog in Oekraïne heeft laten zien dat drones op grote schaal worden ingezet voor verkenning, aanvallen en verstoring van militaire logistiek. De NAVO-landen willen daarom de komende vijf jaar meer dan 40 miljard dollar investeren in dronebestrijding en training van drone-operators.
Nederland speelt binnen Europa ook een rol in de zogenoemde dronecoalitie. Volgens Defensie geeft Nederland mede leiding aan de Europese samenwerking op het gebied van drones, counterdrone-systemen en militaire mobiliteit. Daarmee moet de Europese industrie sneller kunnen leveren en moeten landen voorkomen dat ieder afzonderlijk eigen systemen ontwikkelt.
Samenwerking met Duitsland bij raketten
Met Duitsland werkt Nederland aan de Europese productie van Stinger-luchtdoelraketten. Ook wordt onderzocht of de productie van AMRAAM-munitie gezamenlijk kan worden opgezet. Daarnaast neemt Nederland samen met Duitsland, Polen en Zweden het voortouw bij een Europese onderhoudsfaciliteit voor PAC-3-raketten. Die raketten worden gebruikt in het Patriot-luchtverdedigingssysteem.
De samenwerking moet de afhankelijkheid van productie buiten Europa verkleinen. Vooral munitie, raketten en luchtverdedigingssystemen zijn schaars geworden door de oorlog in Oekraïne en de grotere vraag binnen de NAVO. Door productie en onderhoud dichter bij huis te organiseren, moeten leveringen sneller en betrouwbaarder worden.
NAVO wil sneller opschalen
De nieuwe contracten passen in de bredere koers van de NAVO. Europese landen moeten meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen veiligheid en tegelijk beter samenwerken bij aanschaf en onderhoud. Volgens Defensie zijn de overeenkomsten gericht op gezamenlijke inkoop, schaalvoordelen en betere uitwisselbaarheid van materieel tussen bondgenoten.
Daarmee verschuift de nadruk van losse nationale aankopen naar grotere internationale programma’s. Nederland kiest daarbij voor samenwerking met landen die op hetzelfde terrein vergelijkbare behoeften hebben: maritiem met het Verenigd Koninkrijk, luchtafweer met België en raketproductie met Duitsland.
Voor de Nederlandse krijgsmacht betekent dit dat de modernisering niet beperkt blijft tot één onderdeel. De investeringen raken de marine, landmacht, luchtverdediging, munitievoorziening en digitale ondersteuning. De komende jaren moet blijken hoe snel de afspraken worden omgezet in concrete leveringen.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



