DEN HAAG, 8 juli 2026 – Nederlandse studenten in het hoger onderwijs ronden hun opleiding opvallend vaak niet binnen de officiรซle studieduur af. Uit onderzoek van de OECD uit 2025 blijkt dat slechts 30 procent van de studenten in Nederland de studie binnen de daarvoor gestelde tijd afrondt. Daarmee staat Nederland op plaats 26 van 32 onderzochte landen.
Het gemiddelde in de OECD-landen ligt met 43 procent aanzienlijk hoger. Koplopers zijn Ierland en Engeland, waar bijna 70 procent van de studenten de opleiding binnen de geplande studieduur succesvol afrondt. Nederland bungelt daarmee onderaan de internationale ranglijst.
Professor Jos Claessen van de Open Universiteit onderzocht de cijfers en zoekt in zijn rapport Nominaal rendement hoger onderwijs Nederland onder de maat naar verklaringen en mogelijke oplossingen. Volgens Claessen is de lage score geen nieuw verschijnsel. De problemen keren al sinds ten minste 2010 jaarlijks terug.
Eerste studiejaar blijkt grootste struikelblok
De belangrijkste oorzaak ligt volgens Claessen in het eerste studiejaar. Ruim een op de vier studenten stopt tijdens of aan het einde van het eerste jaar met de gekozen opleiding. Het gaat jaarlijks om ongeveer 40.000 tot 42.500 studenten.
Binnen die groep blijft een deel wel in het hoger onderwijs. Ongeveer 18 procent van de eerstejaars stapt over naar een andere opleiding. Deze studenten worden aangeduid als switchers. Daarnaast stopt ongeveer 12 procent volledig met studeren in het hoger onderwijs.
Die vroege uitval heeft grote invloed op het zogeheten nominale rendement: het percentage studenten dat een opleiding binnen de officiรซle studieduur afrondt. Volgens Claessen zou Nederland al veel kunnen winnen wanneer 10.000 eerstejaarsstudenten extra behouden blijven voor hun opleiding. Dat zou direct effect hebben op de internationale positie van Nederland en op de maatschappelijke kosten van studievertraging en uitval.
Meer studenten halen diploma na extra jaren
Hoewel Nederland laag scoort bij afronding binnen de nominale studieduur, verandert het beeld wanneer studenten meer tijd krijgen. Als drie extra jaren worden meegerekend, heeft ruim 70 procent van de starters alsnog een opleiding in het hoger onderwijs afgerond.
Dat lijkt op het eerste gezicht positief, maar volgens Claessen is dat geen reden om de situatie te relativeren. De langere studieduur en hoge uitval brengen aanzienlijke kosten met zich mee. De overheid betaalt langer mee aan onderwijs, studenten verliezen tijd en lopen meer risico op onzekerheid, mentale druk en stress.
De problemen raken daarmee niet alleen de onderwijsstatistieken, maar ook studenten zelf, instellingen en de arbeidsmarkt. Studenten komen later beschikbaar voor werk en instellingen moeten meer inspanningen leveren om studenten opnieuw te begeleiden, op te vangen of te laten overstappen.
Verkeerde studiekeuze blijft belangrijke oorzaak
Volgens Claessen ligt een deel van de verklaring bij de studiekeuze. Bij studenten die switchen of uitvallen, komen vaak dezelfde redenen terug: een verkeerde studiekeuze of verwachtingen die niet uitkomen.
Daarom wijst Claessen op het belang van betere begeleiding in het voortgezet onderwijs. Leerlingen kiezen daar hun profiel en bereiden zich voor op een vervolgstudie. Het systeem van examenprofielen stamt echter uit het einde van de vorige eeuw. Volgens Claessen is het de vraag of die opzet nog voldoende aansluit bij de huidige overgang naar het hoger onderwijs.
Er liggen volgens hem meerdere recente proefschriften met aanbevelingen over betere studiekeuzebegeleiding. Die inzichten zouden meer moeten worden benut. Scholen kunnen leerlingen beter helpen bij het maken van realistische keuzes, terwijl hogescholen en universiteiten duidelijker kunnen maken wat opleidingen daadwerkelijk vragen.
Overgang tussen voortgezet en hoger onderwijs moet beter
Claessen ziet vooral kansen in de overgang van voortgezet onderwijs naar hoger onderwijs. Nu ligt de verantwoordelijkheid voor profiel- en studiekeuze vooral bij het voortgezet onderwijs. Het hoger onderwijs is daarna verantwoordelijk voor de start en studievoortgang.
Volgens Claessen zou Nederland moeten toewerken naar meer gedeelde verantwoordelijkheid. Dat betekent dat scholen, hogescholen en universiteiten nauwer samenwerken om de overgang minder risicovol te maken.
Denk daarbij aan inhoudelijke samenwerking rond profielwerkstukken, snuffelstages, oriรซntatieprogrammaโs en betere informatie over opleidingen. Ook meer contact tussen docenten in het voortgezet onderwijs en het hoger onderwijs kan helpen om de kloof tussen beide sectoren te verkleinen.
Flexibeler eerste studiejaar kan uitval verminderen
Een andere oplossingsrichting is meer flexibiliteit in het eerste studiejaar. Studenten zouden bijvoorbeeld in het eerste half jaar meer inhoudelijke keuzeruimte kunnen krijgen. Ook een brede propedeuse kan helpen, zodat studenten niet direct vastzitten aan รฉรฉn smalle opleidingsrichting.
Daarnaast pleit Claessen voor mogelijkheden om al halverwege het eerste jaar over te stappen naar een andere opleiding. Daardoor kunnen studenten die verkeerd hebben gekozen sneller worden geholpen, zonder dat zij een volledig studiejaar verliezen.
Volgens Claessen zijn geen grote radicale hervormingen nodig. Nederland heeft volgens hem al genoeg ingrijpende onderwijsveranderingen gehad. Gerichte maatregelen kunnen volgens hem meer effect hebben, vooral als die worden genomen op basis van goed onderzoek naar verschillen tussen landen.
Gerichte actie nodig om studenten te behouden
Het rapport wijst op drie hoofdrichtingen: onderzoek naar internationale verschillen, verbetering van studiekeuzebegeleiding en een betere overgang tussen voortgezet en hoger onderwijs. Daarbovenop kan flexibilisering binnen het eerste studiejaar helpen om uitval en vertraging te verminderen.
Volgens Claessen is het behouden van 10.000 extra eerstejaarsstudenten een haalbaar doel. Dat vraagt wel om gerichte actie van het ministerie, hogescholen, universiteiten en scholen in het voortgezet onderwijs.
De koers van het hoger onderwijs verandert niet vanzelf. Maar als Nederland de hoge uitval in het eerste jaar weet terug te dringen, kan het nominale rendement aanzienlijk verbeteren. Daarmee worden kosten beperkt, studenten beter begeleid en opleidingen sneller succesvol afgerond.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


