DEN HAAG – De ministerraad heeft ingestemd met een nieuw wetsvoorstel van staatssecretaris Claudia van Bruggen (Justitie en Veiligheid) om de rechtsbescherming van kinderen en ouders bij kinderbeschermingsmaatregelen te vergroten. Het voorstel wordt voor advies naar de Raad van State gestuurd. Vanaf 2027 stelt het kabinet hier structureel 22 miljoen euro per jaar voor beschikbaar.
Een maatregel zoals een uithuisplaatsing of ondertoezichtstelling grijpt diep in op het recht op gezinsleven. Het wetsvoorstel is bedoeld om de positie van de betrokkenen te versterken. Volgens het ministerie vraagt een dergelijke ingreep om grote zorgvuldigheid en is het essentieel dat zowel ouders als kinderen goed worden gezien, gehoord en ondersteund.
Gratis rechtsbijstand voor ouders
Om de juridische positie van ouders te versterken, krijgen zij in de toekomst recht op gratis rechtsbijstand bij een eerste uithuisplaatsing of wanneer het ouderlijk gezag wordt beëindigd. De bijstand van een advocaat moet ervoor zorgen dat ouders beter zijn geïnformeerd over wat hen te wachten staat. Dit creëert een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van instanties zoals de jeugdbescherming en de Raad voor de Kinderbescherming. Een huidige pilot voor kosteloze rechtsbijstand blijft doorlopen tot de nieuwe wet officieel van kracht is.
Bevorderen van terugplaatsing en contact
Het primaire doel na een uithuisplaatsing blijft dat een kind, waar mogelijk, snel en veilig kan terugkeren naar de thuissituatie. Om dit proces te bewaken, worden jeugdbeschermingsorganisaties verplicht om binnen zes weken na de uithuisplaatsing samen met de ouders een omgangsplan op te stellen. Daarin wordt ook specifiek gekeken naar de band met eventuele broers en zussen. Het uitgangspunt van de nieuwe wet is dat broers en zussen zoveel mogelijk samen op een nieuwe plek worden ondergebracht.
Het opvoedperspectief bij de kinderrechter
Om vanaf het begin duidelijkheid te scheppen over een eventuele terugkeer naar huis, wordt het zogeheten ‘opvoedperspectief’ direct vastgelegd. De beslissing over waar het kind in de toekomst opgroeit, wordt expliciet bij de kinderrechter neergelegd. Dit geeft de rechter de mogelijkheid om vroegtijdig in te grijpen en bij te sturen wanneer blijkt dat de opties voor een veilige terugplaatsing naar de ouders onvoldoende zijn onderzocht door de betrokken instanties.
Beter toezicht buiten de thuissituatie
Tot slot regelt de wet strenger toezicht op kinderen die niet thuis opgroeien, zoals kinderen in een pleeggezin of gezinshuis die onder voogdij staan of langdurig uit huis zijn geplaatst. In de huidige praktijk is het toezicht op deze groep beperkt, waardoor veiligheidsproblemen buiten beeld kunnen blijven. De Raad voor de Kinderbescherming krijgt de formele taak om het welzijn en de veiligheid van deze kinderen structureel te gaan evalueren.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



