BRUSSEL – Wie regelmatig goedkope producten bestelt bij webwinkels buiten de Europese Unie, kan vanaf zondag 1 november opnieuw met hogere kosten te maken krijgen. De EU voert een extra afhandelingsvergoeding van 2 euro per productcategorie in. Deze komt boven op de invoerheffing van 3 euro die sinds 1 juli 2026 geldt voor bestellingen met een waarde tot en met 150 euro. Daarmee kunnen de gezamenlijke heffingen oplopen tot 5 euro per productcategorie.

De nieuwe regeling geldt voor online bestellingen die rechtstreeks van buiten de EU naar Europese consumenten worden verzonden. Het gaat onder meer om aankopen bij Chinese webwinkels zoals Temu, AliExpress en Shein, maar ook om bestellingen uit andere landen buiten de Europese Unie.

Niet per pakket, maar per productcategorie

De toeslagen worden niet automatisch per afzonderlijk pakket berekend, maar per productcategorie. Wie bijvoorbeeld een broek, een trui en een paar schoenen bestelt, heeft te maken met drie verschillende categorieën. Voor een bestelling met een waarde onder de 150 euro bedragen de gezamenlijke heffingen dan 15 euro.

Bevat een pakket meerdere identieke producten uit dezelfde categorie, dan wordt daarvoor in beginsel slechts eenmaal de gecombineerde heffing berekend.

De nieuwe vergoeding van 2 euro geldt bovendien voor bestellingen boven de 150 euro. Voor deze duurdere zendingen gelden de reguliere invoerrechten in plaats van de vaste heffing van 3 euro.

Consument kan rekening krijgen

Formeel worden de invoerrechten en afhandelingsvergoedingen betaald door bedrijven die de douaneaangifte verzorgen. Dat kunnen webwinkels, handelsplatforms of logistieke dienstverleners zijn.

Deze bedrijven mogen de kosten echter doorberekenen aan hun klanten. Daardoor kunnen vooral goedkope aankopen aanzienlijk duurder worden. Daarnaast blijft btw verschuldigd en kunnen pakketbezorgers eigen inklaringskosten rekenen.

EU wil miljoenen pakketjes beter controleren

De Europese Commissie wil met de maatregelen meer grip krijgen op de enorme hoeveelheid goedkope producten die dagelijks vanuit landen buiten de EU binnenkomen. Volgens de Europese autoriteiten voldoen veel van deze artikelen niet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.

De opbrengsten van de nieuwe vergoeding worden gebruikt om extra douanepersoneel aan te nemen en te investeren in controlesystemen, waaronder nieuwe scantechnieken en kunstmatige intelligentie.

Ook wil Brussel de concurrentiepositie van Europese bedrijven verbeteren. Fabrikanten en winkels binnen de EU moeten aan strengere regels voldoen en maken volgens de Europese Commissie hogere kosten dan sommige buitenlandse aanbieders.

Extra controle vanaf 1 november

Naast de nieuwe vergoeding moeten importeurs vanaf 1 november uitgebreidere productgegevens aanleveren. Daarmee kan de Douane gevaarlijke of niet-toegestane artikelen sneller herkennen en onderscheppen.

De eerder ingevoerde heffing van 3 euro blijft naar verwachting gelden tot 1 juli 2028. Daarna wordt deze vervangen door de reguliere Europese invoertarieven.

Voor consumenten betekent de nieuwe regeling dat vooral kleine bestellingen vanuit landen buiten de EU financieel minder aantrekkelijk kunnen worden.