GRONINGEN – De rechtbank in Groningen heeft donderdag 29 oktober een rijinstructeur veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk, voor het herhaaldelijk aanranden van een vrouwelijke leerling. De man maakte tijdens rijlessen misbruik van zijn gezagspositie en betastte het slachtoffer tegen haar wil op verschillende intieme plekken. De proeftijd bedraagt drie jaar.
De aanrandingen vonden plaats tussen 1 januari en 3 april 2024. Volgens de rechtbank begon de rijinstructeur met het aanraken van het bovenbeen van zijn leerlinge, waarna zijn handelingen steeds verder gingen. Uiteindelijk betastte hij ook haar lies, borst en vagina.
Slachtoffer kon zich niet verweren
De seksuele handelingen vonden plaats terwijl de vrouw achter het stuur van een rijdende lesauto zat. Daardoor kon zij zich nauwelijks verweren of aan de situatie ontsnappen.
De rechtbank stelt vast dat de verdachte bewust gebruikmaakte van het grote leeftijdsverschil en zijn overwicht als rijinstructeur. De leerlinge bevond zich in een afhankelijke positie en werd geconfronteerd met plotselinge, ongewenste aanrakingen.
Snapchatberichten ondersteunen aangifte
De rijinstructeur ontkende zowel bij de politie als tijdens de rechtszaak dat hij zijn leerlinge had aangerand. Zijn advocaat vroeg om vrijspraak omdat er volgens de verdediging onvoldoende bewijs was.
De rechtbank oordeelt anders. De verklaringen van het slachtoffer zijn volgens de rechters gedetailleerd, consistent en betrouwbaar. Bovendien worden deze ondersteund door verklaringen van een vriendin en Snapchatberichten.
De vriendin verklaarde dat het slachtoffer haar op 3 april 2024 overstuur had gebeld. Zij hoorde dat de vrouw huilde en kreeg de volgende ochtend opnieuw te horen wat er tijdens de rijles was gebeurd.
In Snapchatberichten bood de rijinstructeur excuses aan nadat hij haar pijn had gedaan. De man erkende tijdens de rechtszaak dat het betreffende Snapchataccount van hem was.
Rechtbank rekent misbruik zwaar aan
Volgens de rechtbank heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn leerlinge. Daarbij hield hij geen rekening met de gevolgen voor het slachtoffer en liet hij zich uitsluitend leiden door zijn eigen seksuele behoeften.
Ook weegt mee dat de man geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag en geen inzicht toont in zijn eigen handelen.
Hogere straf dan geëist
Het Openbaar Ministerie had een taakstraf van 100 uur en één maand voorwaardelijke gevangenisstraf geëist. De rechtbank vindt dat onvoldoende vanwege de ernst van de feiten en de afhankelijke positie van het slachtoffer.
De rechters leggen daarom drie maanden gevangenisstraf op, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Dat betekent dat de man in beginsel één maand daadwerkelijk moet uitzitten, met aftrek van eventueel voorarrest.
Bij de strafbepaling is rekening gehouden met het tijdsverloop sinds de aanrandingen. Gedurende de proeftijd van drie jaar mag de veroordeelde zich niet opnieuw schuldig maken aan een strafbaar feit.



