WASHINGTON – De Amerikaanse president Donald Trump krijgt vlak voor de tussentijdse verkiezingen van 3 november opnieuw slecht economisch nieuws te verwerken. De inflatie in de Verenigde Staten is in september gestegen naar 3,7 procent, hoger dan economen hadden verwacht. Vooral de sterk gestegen benzineprijzen drukken zwaar op de koopkracht van Amerikaanse huishoudens. De tegenvallende cijfers komen op een bijzonder ongunstig moment voor de Republikeinen, die momenteel zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat controleren. Uit verschillende peilingen blijkt dat de Democraten een duidelijke voorsprong hebben opgebouwd. Wanneer zij beide kamers van het Congres veroveren, kan dat de resterende twee jaar van Trumps presidentschap ingrijpend veranderen.
Inflatie stijgt sterker dan verwacht
Het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics maakte woensdag 14 oktober bekend dat de consumentenprijzen in september met 0,6 procent zijn gestegen ten opzichte van augustus. Op jaarbasis kwam de inflatie daarmee uit op 3,7 procent, tegenover 3,4 procent een maand eerder.
Economen hadden gerekend op een inflatie van ongeveer 3,6 procent. Ook de kerninflatie, waarbij de sterk schommelende prijzen van voedsel en energie buiten beschouwing blijven, viel hoger uit dan verwacht.
De kerninflatie steeg van 2,4 naar 2,6 procent op jaarbasis. Daarmee wordt duidelijk dat de prijsstijgingen zich niet uitsluitend beperken tot benzine en energie.
Vooral de ontwikkeling van de brandstofprijzen valt op. Benzine werd in september 9,1 procent duurder dan in augustus. Vergeleken met september vorig jaar betalen Amerikanen inmiddels 34,2 procent meer voor benzine.
Ook vliegtickets, medische diensten, kleding en verschillende andere producten werden duurder.
De prijsstijgingen vormen een probleem voor de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank. Die probeert de inflatie terug te brengen naar ongeveer 2 procent.
Oorlog met Iran en importheffingen spelen belangrijke rol
De sterk gestegen energieprijzen hangen voor een belangrijk deel samen met de oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran.
Door militaire aanvallen en verstoringen van de internationale energievoorziening zijn de olieprijzen fors opgelopen. Amerikaanse automobilisten merken dat vrijwel onmiddellijk aan de pomp.
Ook de importheffingen die Trump op buitenlandse producten heeft ingevoerd, spelen volgens economen een rol bij de hogere prijzen.
Wanneer Amerikaanse ondernemingen meer moeten betalen voor ingevoerde goederen en grondstoffen, kunnen zij deze extra kosten geheel of gedeeltelijk doorberekenen aan consumenten.
Het Witte Huis verdedigt het economische beleid. Volgens de regering zorgen belastingverlagingen en andere maatregelen voor economische groei en financiële voordelen voor Amerikaanse gezinnen.
Trump heeft herhaaldelijk benadrukt dat zijn regering de inflatie onder controle wil krijgen. De jongste cijfers laten echter zien dat de prijsdruk opnieuw is toegenomen.
78 procent houdt Trump mede verantwoordelijk
De stijgende kosten van levensonderhoud hebben inmiddels duidelijke gevolgen voor de populariteit van de Amerikaanse president.
Uit een peiling van Reuters en Ipsos, gepubliceerd op 9 oktober, blijkt dat 78 procent van de ondervraagde Amerikanen vindt dat het beleid van Trump ten minste gedeeltelijk verantwoordelijk is voor de hogere prijzen.
Opvallend is dat deze opvatting niet uitsluitend onder Democratische kiezers leeft. Ook 64 procent van de Republikeinen en 76 procent van de onafhankelijke kiezers wijst op een verantwoordelijkheid van het Witte Huis.
Bovendien zegt 57 procent van de Republikeinse ondervraagden dat de kosten van levensonderhoud sneller stijgen dan hun inkomen.
De peiling werd gehouden onder 4.506 Amerikaanse volwassenen.
De cijfers zijn politiek gevoelig omdat Trump tijdens zijn verkiezingscampagne van 2024 beloofde de inflatie terug te dringen en de kosten voor Amerikaanse gezinnen te verlagen.
De Democraten gebruiken de aanhoudend hoge prijzen om kritiek te leveren op het economische beleid van de regering.
Democraten hebben duidelijke voorsprong in peilingen
Op dinsdag 3 november kiezen de Amerikanen tijdens de zogenoemde midterms een nieuw Huis van Afgevaardigden en een deel van de Senaat.
De verkiezingen vinden plaats halverwege de vierjarige ambtstermijn van de president.
Volgens de officiële stand van 13 oktober bezitten de Republikeinen 218 zetels in het Huis van Afgevaardigden en de Democraten 214. Daarnaast is er één onafhankelijke afgevaardigde en zijn twee zetels vacant.
In de Senaat hebben de Republikeinen een meerderheid van 53 tegenover 47 zetels voor de Democraten en twee onafhankelijke senatoren die zich bij hen aansluiten.
De landelijke opiniepeilingen laten momenteel een voorsprong voor de Democraten zien.
Een onderzoek van Emerson College, uitgevoerd op 21 en 22 september, gaf de Democraten 53 procent tegenover 42 procent voor de Republikeinen.
Een recentere peiling van Rasmussen Reports laat eveneens een Democratische voorsprong zien. Daarin krijgt de partij 49 procent steun tegenover 44 procent voor de Republikeinen.
Ook de waardering voor Trump zelf staat onder druk. In het onderzoek van Emerson College keurde 39 procent van de ondervraagden zijn functioneren goed, terwijl 58 procent daarover ontevreden was.
Landelijke peilingen bepalen echter niet rechtstreeks hoeveel zetels iedere partij wint. Daarvoor zijn de afzonderlijke verkiezingen in de staten en kiesdistricten doorslaggevend.
Ook strijd om Senaat wordt steeds spannender
De Democraten richten zich niet alleen op het Huis van Afgevaardigden, maar proberen eveneens de Republikeinse meerderheid in de Senaat te doorbreken.
Van de honderd Senaatszetels staan er dit jaar 35 op het spel. De Democraten hebben een netto winst van vier zetels nodig om een meerderheid te behalen, mits zij hun bestaande zetels behouden.
Volgens recente verkiezingsanalyses zijn onder meer Maine, North Carolina, Alaska, Iowa, Kansas, Ohio en Texas belangrijke strijdtonelen.
Vooral de ontwikkelingen in traditioneel Republikeinse staten trekken de aandacht. In verschillende staten waar Trump in 2024 overtuigend won, laten peilingen inmiddels een veel kleinere voorsprong voor Republikeinse kandidaten of zelfs een achterstand zien.
Daar staat tegenover dat de Democraten ook eigen zetels moeten verdedigen, onder meer in Michigan en Georgia.
De strijd om de Senaat blijft daardoor aanzienlijk ingewikkelder dan de landelijke peilingen doen vermoeden.
Eerdere Amerikaanse verkiezingen hebben bovendien aangetoond dat peilingen de steun voor Republikeinse kandidaten soms onderschatten. Een Democratische meerderheid in beide kamers staat daarom nog niet vast.
Wat gebeurt er als Trump beide meerderheden verliest?
Wanneer de Democraten zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat veroveren, verandert de politieke machtsverhouding in Washington ingrijpend.
Trump blijft in dat geval gewoon president. Zijn ambtstermijn loopt tot 20 januari 2029, ongeacht de uitslag van de tussentijdse verkiezingen.
Wel wordt het voor de president aanzienlijk moeilijker om zijn politieke plannen door het Congres te krijgen.
Voor nieuwe wetgeving is in veel gevallen medewerking van beide kamers noodzakelijk. Een Democratische meerderheid kan voorstellen van Trump tegenhouden, wijzigen of koppelen aan eigen politieke eisen.
Dat geldt onder meer voor belastingmaatregelen, uitgaven aan defensie, immigratiebeleid en andere grote onderdelen van de federale begroting.
Ook kan een Democratisch Congres proberen bestaande maatregelen terug te draaien. Daarvoor is doorgaans echter eveneens instemming van de president nodig.
Trump behoudt namelijk zijn vetorecht. Alleen wanneer in beide kamers een meerderheid van twee derde wordt bereikt, kan het Congres een presidentieel veto terzijde schuiven.
Democraten kunnen onderzoeken naar Trump beginnen
Een ander belangrijk gevolg is dat Democratische parlementariërs meer mogelijkheden krijgen om onderzoek te doen naar het handelen van de president en zijn regering.
De commissies van het Congres beschikken over uitgebreide onderzoeksbevoegdheden. Zij kunnen documenten opvragen, getuigen oproepen en openbare hoorzittingen organiseren.
Daarbij kunnen onderwerpen aan bod komen als de oorlog met Iran, overheidsuitgaven, mogelijke belangenverstrengeling, het immigratiebeleid en de wijze waarop de regering haar bevoegdheden gebruikt.
Een Democratische meerderheid kan bovendien de politieke controle op ministers en andere hoge functionarissen aanzienlijk opvoeren.
Voor Trump kan dit betekenen dat zijn regering gedurende de laatste twee jaar van zijn presidentschap veel vaker verantwoording moet afleggen aan een kritisch Congres.
Nieuwe impeachmentprocedure mogelijk
Ook de mogelijkheid van een nieuwe impeachmentprocedure komt in beeld wanneer de Democraten de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden krijgen.
Het Huis kan met een gewone meerderheid besluiten een president formeel in staat van beschuldiging te stellen wanneer daarvoor volgens het Huis voldoende grond bestaat.
Vervolgens beslist de Senaat of de president daadwerkelijk wordt veroordeeld en uit zijn functie wordt verwijderd.
Daarvoor is een meerderheid van twee derde van de aanwezige senatoren vereist. Wanneer alle honderd senatoren aanwezig zijn, betekent dit dat minimaal 67 stemmen nodig zijn.
Een gewone Democratische meerderheid in de Senaat zou dus niet voldoende zijn om Trump uit zijn ambt te zetten.
Daarvoor zou ook een aanzienlijk aantal Republikeinse senatoren moeten instemmen.
Trump werd tijdens zijn eerste presidentschap tweemaal door het Huis van Afgevaardigden in staat van beschuldiging gesteld. In beide gevallen sprak de Senaat hem uiteindelijk vrij.
Of de Democraten opnieuw een impeachmentprocedure zouden beginnen, hangt af van eventuele onderzoeksresultaten, juridische gronden en politieke besluiten.
Ook benoemingen van rechters kunnen worden geblokkeerd
Een Democratische meerderheid in de Senaat zou voor Trump nog een ander belangrijk gevolg hebben.
De Senaat moet namelijk instemmen met de benoeming van federale rechters, ministers en verschillende andere hoge functionarissen.
Wanneer de Democraten de meerderheid krijgen, kunnen zij kandidaten van Trump afwijzen of de behandeling van benoemingen vertragen.
Dat is vooral van belang bij eventuele nieuwe vacatures bij het Amerikaanse Hooggerechtshof.
Tijdens zijn eerste presidentschap benoemde Trump drie rechters voor het Hooggerechtshof. Een Democratische Senaat zou hem aanzienlijk minder ruimte geven om opnieuw zijn stempel op de rechterlijke macht te drukken.
Ook benoemingen bij lagere federale rechtbanken kunnen hierdoor worden beïnvloed.
Begrotingsconflicten en politieke stilstand dreigen
Wanneer de president en beide kamers van het Congres door verschillende partijen worden gecontroleerd, neemt de noodzaak om politieke compromissen te sluiten toe.
Dat kan leiden tot langdurige onderhandelingen over de federale begroting, belastingmaatregelen en uitgaven aan overheidsprogramma's.
Als het Congres en het Witte Huis niet tot overeenstemming komen over de financiering van overheidsdiensten, kan opnieuw een gedeeltelijke sluiting van de federale overheid ontstaan.
Een dergelijke government shutdown heeft gevolgen voor ambtenaren, overheidsdiensten en burgers die afhankelijk zijn van federale dienstverlening.
Trump kan daarnaast blijven proberen zijn beleid uit te voeren via presidentiële besluiten. Ook die bevoegdheden kennen echter wettelijke en constitutionele grenzen.
Inflatiecijfers kunnen verkiezingscampagne beïnvloeden
Met nog minder dan drie weken tot de verkiezingen komt de nieuwe inflatiestijging op een gevoelig moment.
De kosten van boodschappen, brandstof, wonen en gezondheidszorg behoren tot de belangrijkste zorgen van Amerikaanse kiezers.
De Democraten leggen in hun campagne een rechtstreeks verband tussen de hogere kosten en het beleid van de regering-Trump.
De Republikeinen wijzen op internationale ontwikkelingen, de oorlog met Iran en de economische problemen die volgens hen al vóór Trumps terugkeer naar het Witte Huis bestonden.
Daarbij benadrukken zij de belastingverlagingen, economische investeringen en andere maatregelen die volgens de partij op langere termijn gunstig zijn voor huishoudens en bedrijven.
De nieuwe inflatiecijfers kunnen de economische discussie tijdens de laatste weken van de campagne verder versterken. Hoe zwaar kiezers deze ontwikkeling laten meewegen, moet op 3 november blijken.
Laatste twee jaar presidentschap op het spel
De inzet van de tussentijdse verkiezingen is voor Trump bijzonder groot.
Met Republikeinse meerderheden in beide kamers kan hij doorgaans rekenen op politieke steun voor belangrijke onderdelen van zijn agenda, al bestaat ook binnen zijn eigen partij weerstand tegen bepaalde plannen.
Wanneer de Democraten beide meerderheden veroveren, ontstaat een geheel andere situatie.
Nieuwe wetgeving kan worden tegengehouden, benoemingen kunnen worden geblokkeerd en het Congres krijgt meer mogelijkheden om de regering intensief te controleren.
Daarmee gaat het op 3 november niet alleen om de samenstelling van het Amerikaanse parlement, maar ook om de politieke bewegingsruimte van Donald Trump gedurende de resterende twee jaar van zijn presidentschap.
De peilingen tonen een duidelijke Democratische voorsprong op landelijk niveau, terwijl ook verschillende Senaatsverkiezingen steeds competitiever zijn geworden.
De werkelijke machtsverhoudingen worden echter pas door de kiezers bepaald. De uitslag zal duidelijk maken hoeveel ruimte Trump vanaf januari 2027 nog heeft om zijn politieke plannen uit te voeren.




