WASHINGTON – Bijna twee jaar nadat Joe Biden het Witte Huis heeft verlaten, blijft de Amerikaanse vicepresident JD Vance zijn voorganger verantwoordelijk houden voor de economische problemen in de Verenigde Staten. Tijdens een televisie-interview op CBS News wees Vance opnieuw naar Biden als belangrijke oorzaak van de hoge benzineprijzen. Presentator Tony Dokoupil onderbrak hem en herinnerde de vicepresident eraan dat Donald Trump inmiddels al bijna twee jaar regeert.

De confrontatie vond zaterdagavond 17 oktober plaats tijdens het programma 'Things That Matter: A Town Hall With Vice President JD Vance'. In Michigan kreeg Vance vragen van Amerikaanse kiezers over de economie, de oorlog met Iran, immigratie en het beleid van de regering-Trump.

Vooral de hoge kosten van levensonderhoud bleken een gevoelig onderwerp.

Trump is al bijna twee jaar president

Een 43-jarige kapper uit Detroit, die bij de presidentsverkiezingen van 2020 en 2024 op Trump stemde, wilde weten waarom de benzineprijzen inmiddels boven de vier dollar per gallon liggen.

Tijdens Trumps eerste presidentschap waren die prijzen volgens de vragensteller aanzienlijk lager. Hij wilde van Vance weten wanneer Amerikaanse automobilisten eindelijk verbetering kunnen verwachten.

De vicepresident erkende dat de brandstofprijzen te hoog zijn, maar wees vervolgens naar de regering van voormalig president Joe Biden.

Volgens Vance zou onder Biden ongeveer 20 procent van de Amerikaanse raffinagecapaciteit zijn verdwenen. Daardoor zouden de Verenigde Staten onvoldoende mogelijkheden hebben om olie te verwerken tot benzine en diesel.

Presentator Tony Dokoupil accepteerde die verklaring niet zonder meer.

"Het is bijna twee jaar. Op een gegeven moment is het jullie economie, niet langer die van Joe Biden", reageerde Dokoupil.

De presentator herinnerde Vance er bovendien aan dat hij de hoge benzineprijzen in maart nog had omschreven als een tijdelijk probleem.

Hoelang dat tijdelijke probleem volgens de regering zou blijven bestaan, wilde Dokoupil weten.

Officiële cijfers spreken Vance tegen

De beschuldiging van Vance over de verdwenen raffinagecapaciteit wordt niet ondersteund door cijfers van de Amerikaanse Energy Information Administration (EIA).

Volgens deze officiële statistische instantie beschikten de Verenigde Staten begin 2021, bij het aantreden van Biden, over ongeveer 18,1 miljoen vaten raffinagecapaciteit per dag.

Begin 2025, toen Biden het presidentschap overdroeg aan Trump, was die capaciteit juist licht gestegen tot ongeveer 18,4 miljoen vaten per dag.

Van een daling met 20 procent tijdens Bidens presidentschap blijkt uit die cijfers dus niets.

Op 1 januari 2026 bedroeg de Amerikaanse raffinagecapaciteit ongeveer 18,2 miljoen vaten per dag. Dat betekende een afname van ongeveer 1 procent gedurende het eerste jaar van Trumps tweede ambtstermijn.

De ontwikkeling van de raffinagecapaciteit is bovendien afhankelijk van investeringen van oliemaatschappijen, sluitingen van verouderde installaties en internationale marktomstandigheden.

Oorlog met Iran drijft prijzen verder op

Een belangrijke oorzaak van de huidige hoge brandstofprijzen is de oorlog met Iran, die op 28 februari begon met Amerikaanse en Israëlische aanvallen.

Het conflict heeft grote gevolgen voor de internationale oliehandel. Vooral de verstoringen rond de Straat van Hormuz zorgen voor onzekerheid over de beschikbaarheid van olie en brandstoffen.

Volgens de Amerikaanse automobilistenorganisatie AAA bedroeg de gemiddelde benzineprijs medio oktober ongeveer 4,33 dollar per gallon.

Vance erkende tijdens het interview dat de oorlog invloed heeft op de prijzen. Hij verwacht dat benzine goedkoper wordt zodra het conflict voorbij is.

Daarmee legt de vicepresident de nadruk op internationale omstandigheden, terwijl het besluit om samen met Israël de oorlog tegen Iran te beginnen onder het presidentschap van Trump werd genomen.

Amerikanen verliezen geduld met economische beloften

Ook andere aanwezigen confronteerden Vance met de economische werkelijkheid.

Een vrouwelijke ondernemer vertelde dat haar familiebedrijf nauwelijks het hoofd boven water kan houden. Zij wilde weten wanneer gewone Amerikanen weer voldoende geld overhouden om bij kleine bedrijven geld uit te geven.

Vance antwoordde dat het herstel van de Amerikaanse economie tijd nodig heeft.

Volgens de vicepresident zijn de problemen niet uitsluitend veroorzaakt door Biden. Hij sprak ook over een jarenlang gebrek aan investeringen in Amerikaanse werknemers en industrie, waarvoor volgens hem zowel Republikeinen als Democraten verantwoordelijkheid dragen.

"Net zoals dit land niet in één presidentiële termijn kapot is gegaan, kost het meer dan achttien maanden om alles weer op orde te krijgen", verklaarde Vance.

Daarmee erkende hij dat de economische problemen verder teruggaan dan alleen het presidentschap van Biden.

Belofte van Trump botst met werkelijkheid

Tijdens de verkiezingscampagne van 2024 beloofde Trump de prijzen voor Amerikaanse consumenten snel te verlagen.

Hij presenteerde zichzelf als de kandidaat die de inflatie zou bestrijden, energie goedkoper zou maken en de koopkracht zou herstellen.

Bijna 21 maanden na zijn terugkeer in het Witte Huis ervaren veel Amerikanen echter nog altijd hoge kosten voor brandstof, boodschappen en andere dagelijkse uitgaven.

De inflatie bedroeg in september 3,7 procent op jaarbasis. Vooral energieprijzen hebben bijgedragen aan de recente stijging.

Daartegenover staat dat de werkloosheid relatief laag is gebleven. Het economische beeld is daardoor genuanceerder dan alleen de hoge prijzen doen vermoeden.

Politieke verantwoordelijkheid centraal

Het interview vond plaats in aanloop naar de tussentijdse verkiezingen van 3 november, waarbij de Republikeinen hun meerderheden in het Congres verdedigen.

Voor veel kiezers zijn de kosten van levensonderhoud een belangrijk onderwerp.

De confrontatie tussen Vance en Dokoupil laat zien hoe moeilijk het voor de regering-Trump wordt om economische tegenvallers uitsluitend aan de vorige president toe te schrijven.

Biden verliet het Witte Huis op 20 januari 2025. Trump en Vance hebben sindsdien zelf de verantwoordelijkheid gedragen voor het federale regeringsbeleid.

Hoewel economische ontwikkelingen vaak jarenlang doorwerken en niet volledig door één regering worden bepaald, zijn de huidige beleidskeuzes eveneens van invloed op de situatie.

De centrale vraag van Dokoupil bleef daardoor boven het interview hangen: wanneer houdt het verwijzen naar Joe Biden op en begint de regering-Trump zelf de volledige politieke verantwoordelijkheid te nemen voor de Amerikaanse economie?