BOEDAPEST, 22 juli 2026 – De voormalige Hongaarse premier Viktor Orbán heeft zijn achterban woensdag opgeroepen om in verzet te komen tegen de regering van de huidige premier Péter Magyar. In zijn eerste grote politieke verklaring sinds zijn verkiezeningsnederlaag beschuldigde de oud-regeringsleider de nieuwe politieke leiding van tirannie en machtsmisbruik. Volgens Orbán is de rechtsstaat in het land ontmanteld en heeft Hongarije opgehouden een democratische staat te zijn. De felle uitlatingen volgen direct op een omstreden inval van justitie bij het datacentrum van oppositiepartij Fidesz.
Orbán liet tijdens een persconferentie weten dat het wegnemen van deze infrastructuur het logistiek en juridisch vrijwel onmogelijk maakt voor Fidesz om als oppositiepartij te blijven functioneren. Volgens de oud-premier is de inval puur politiek gemotiveerd en ontworpen om zijn beweging monddood te maken. Het openbaar ministerie gaf in een schriftelijke reactie aan Reuters een andere verklaring voor de actie. Volgens de aanklagers maakt het onderzoek deel uit van een strafzaak naar verduistering en financieel wanbeheer bij het Nationaal Cultuurfonds (NKA) gedurende de regeerperiode van Orbán, waarbij een bedrag van ruim 17 miljard forint (ongeveer 43 miljoen euro) gemoeid zou zijn.
Tegelijkertijd onderstreepte de oud-premier dat Fidesz uitsluitend vreedzame middelen zal inzetten in de strijd tegen de huidige machthebbers. Dit verzet zal zowel binnen als buiten het parlement plaatsvinden. De verklaring wordt door politieke analisten in Boedapest gezien als een dringende poging van Orbán om de gelederen binnen zijn eigen partij te sluiten. Fidesz verkeert in zwaar weer sinds het verlies van de macht in april en kampte recent nog met het opstappen van de eigen parlementaire fractievoorzitter.
Nu de Fidesz-partij naar de oppositiebanken is verwezen, gebruikt zij vrijwel dezelfde argumenten tegen de regerende Tisza-partij. Premier Magyar en zijn kabinet wijzen de beschuldigingen van tirannie echter beslist van de hand. Zij stellen dat de genomen maatregelen niet bedoeld zijn om de oppositie te dwarsbomen, maar noodzakelijk zijn om corruptie te bestrijden, onafhankelijke instituties te herstellen en het land te zuiveren van de netwerken die onder zestien jaar Fidesz-bestuur zijn opgebouwd.
Bij de parlementsverkiezingen in april 2026 boekte Tisza een historische overwinning, waarmee aan zestien jaar ononderbroken Fidesz-heerschappij een einde kwam. Uit recente peilingen van onderzoeksinstituut Medián blijkt dat het draagvlak voor Magyar nog altijd solide is. Tisza kan rekenen op de steun van zo’n 60 procent van de kiezers, terwijl de aanhang van Fidesz is gekrompen tot circa 18 procent.
Volgens de Tisza-regering was deze stap essentieel om de neutraliteit van de staatsorganen te garanderen, aangezien deze sleutelposities bezet werden door Fidesz-loyalisten. Orbán en andere oppositieleden noemen de maatregel daarentegen een directe aanval op de grondwettelijke orde. Ook vanuit juridische hoek wordt gewaarschuwd dat het op deze manier vervangen van institutionele leiders gevaarlijke precedenten kan scheppen voor de stabiliteit van de Hongaarse democratie.
Ondertussen houden rechts-nationalistische bondgenoten van Orbán in Europa de situatie nauwlettend in de gaten. Verschillende Europese politici uit het conservatieve blok hebben hun zorgen uitgesproken over de invallen bij Fidesz en roepen op tot respect voor oppositierechten. De strijd tussen de hervormingsagenda van de nieuwe regering en het fel agerende verzet van Orbán geeft aan dat de politieke spanningen in Hongarije de komende tijd hoog zullen blijven.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



