DEN HAAG – Het kabinet-Jetten wil in 2027 investeren in veiligheid, woningbouw, infrastructuur, economie en de aanpak van stikstof. Tegelijkertijd wordt de overheid kleiner en goedkoper, wordt gekeken naar de toekomst van de sociale zekerheid en blijven verschillende fiscale lasten op burgers en bedrijven drukken.
De Troonrede van koning Willem-Alexander vormde dinsdag de politieke aftrap van het nieuwe parlementaire jaar. De boodschap was dat Nederland grote problemen niet langer voor zich uit kan schuiven, maar ook dat financieel niet alles tegelijk kan. Het kabinet wil voorkomen dat de rekening wordt doorgeschoven naar toekomstige generaties.
Stikstof en boeren worden een van de grootste dossiers
Voor boeren is de stikstofaanpak een van de belangrijkste onderdelen van de kabinetsplannen. Het kabinet wil de vergunningverlening weer op gang brengen en tegelijkertijd de natuur herstellen.
In juni presenteerde het kabinet al een omvangrijk stikstofpakket. De bijbehorende voorstellen worden vanaf dit najaar aan de Tweede Kamer aangeboden. Industrie, verkeer en vervoer en de veehouderij moeten allemaal bijdragen aan de vermindering van de uitstoot.
Voor boeren betekent dit dat de komende jaren grote veranderingen op het boerenerf worden verwacht. Rond kwetsbare natuurgebieden kunnen boeren te maken krijgen met strengere voorwaarden, aanpassingen van hun bedrijfsvoering en investeringen om de uitstoot terug te dringen.
Daar staat volgens het kabinet financiรซle ondersteuning tegenover. In de Troonrede wordt nadrukkelijk gesteld dat boeren duidelijkheid en toekomstperspectief moeten krijgen. Het kabinet zegt bovendien bij de verdere uitwerking met boerenorganisaties en provincies te willen blijven overleggen.
Voor de stikstofaanpak is de komende jaren ongeveer 20 miljard euro beschikbaar. Het geld is bedoeld voor onder meer natuurherstel, gebiedsontwikkeling en de landbouwtransitie.
Tekst gaat verder onder de grafiek
Prinsjesdag 2026
Belastingen, bezuinigingen, boeren en investeringen richting 2027
Woningbouw moet sneller
De woningbouw krijgt eveneens prioriteit. Het kabinet heeft vijf nieuwe grootschalige woningbouwlocaties aangewezen en wil de bouw versnellen.
Dit najaar moet een Actieplan Versnellen Woningbouw worden gepresenteerd. Daarin staan vijftig acties die de bouw van woningen sneller van de grond moeten krijgen.
Het kabinet wil daarbij onder meer meer industrieel en met prefab onderdelen bouwen. Ook moet beter worden gekeken naar de beschikbaarheid van stroom, drinkwater, infrastructuur en stikstofruimte voordat nieuwe locaties worden aangewezen.
Sociale zekerheid wordt hervormd
Een belangrijk onderdeel voor werknemers is de aangekondigde hervorming van de sociale zekerheid. Het kabinet wil voorkomen dat mensen langdurig afhankelijk blijven van een uitkering en wil meer mensen naar werk begeleiden.
De eerder genoemde langetermijnopgave om ongeveer 6,5 miljard euro op de sociale zekerheid te besparen blijft daarbij een belangrijk politiek discussiepunt. Het kabinet heeft aangegeven niet blind aan een vooraf vastgesteld bedrag vast te willen houden, maar eerst afspraken te willen maken over de gewenste hervormingen.
Voor werknemers betekent dit dat vooral de WW, WIA en andere werknemersverzekeringen de komende jaren kunnen veranderen. De Troonrede kondigt bovendien een sociaal akkoord met werkgevers en vakbonden aan.
Wat betekent dit voor de werkende Nederlander?
Voor werkenden is het beeld gemengd. Het kabinet wil de koopkracht van huishoudens ondersteunen en heeft maatregelen genomen om werken aantrekkelijker te maken. Tegelijkertijd wordt via het belastingstelsel een deel van de stijging van de lonen en inkomens weer afgeroomd.
Een eerder aangekondigde zogenoemde vrijheidsbijdrage van 1,5 miljard euro, bedoeld om hogere defensie-uitgaven mede te financieren, is volgens recente berichtgeving geschrapt. Het beschikbare geld is onder meer gebruikt voor koopkrachtmaatregelen. Werkenden krijgen daardoor een hogere arbeidskorting, maar volgens gelekte koopkrachtberekeningen komt de groep werkenden gemiddeld toch rond 0,2 procent lager uit.
Daarbij moet worden benadrukt dat koopkrachtcijfers gemiddelden zijn. De gevolgen verschillen per inkomen, gezinssamenstelling, woning, energiegebruik en arbeidspositie.
Belastingen: welke lasten gaan omhoog?
Het belastingpakket voor 2027 bevat verschillende maatregelen die de belastingdruk voor bepaalde groepen verhogen. Niet iedere maatregel is echter een directe verhoging van een belastingtarief.
Een belangrijk voorbeeld is de inkomstenbelasting. De schijfgrenzen worden in 2027 en 2028 niet volledig voor inflatie gecorrigeerd. Daardoor komt een groter deel van het inkomen bij loonstijgingen sneller in een hogere belastingschijf terecht. Dit wordt ook wel een gedeeltelijke fiscale drukverhoging door het achterblijven van de indexatie genoemd.
Voor zelfstandigen wordt de zelfstandigenaftrek verder afgebouwd. Die daalt in 2027 naar 900 euro, tegenover 1.200 euro in 2026. Voor ondernemers met dezelfde winst betekent dit een hogere belastbare winst en daardoor een hogere belastingdruk.
Ook in box 3 blijven wijzigingen spelen. De invoering van een belastingstelsel op basis van werkelijk rendement staat gepland voor 2028. Tot die tijd blijft het huidige systeem van toepassing, met verdere aanpassingen in de heffing. De vrijstelling voor groene beleggingen wordt bovendien verder afgebouwd.
Zonnepanelen leveren financieel voordeel in
Voor huishoudens met zonnepanelen verandert er in 2027 veel. De salderingsregeling stopt per 1 januari 2027. Eigenaren kunnen de opgewekte elektriciteit daardoor niet langer volledig wegstrepen tegen hun eigen verbruik.
Dat is geen nieuwe belastingverhoging in klassieke zin, maar heeft wel een financieel effect voor huishoudens met zonnepanelen. De waarde van teruggeleverde elektriciteit wordt lager doordat de volledige saldering verdwijnt.
Vliegen wordt duurder voor langere afstanden
De vliegbelasting wordt vanaf 2027 afhankelijk van de afstand. Voor korte vluchten geldt een lager tarief dan voor middellange en lange vluchten.
De eerder vastgelegde tarieven bedragen 29,40 euro voor korte vluchten, 47,24 euro voor middellange vluchten en 70,86 euro voor lange vluchten, voordat inflatiecorrecties worden toegepast.
Voor vakantiegangers die langeafstandsvluchten maken, betekent dit dus een hogere belasting dan bij korte vluchten.
Auto’s en werkgevers
Ook automobilisten en werkgevers krijgen met fiscale wijzigingen te maken. Voor nieuwe zakelijke auto’s op benzine, diesel of hybride is een extra werkgeversheffing aangekondigd. Daar staat tegenover dat de tijdelijke verlaging van de brandstofaccijns wordt verlengd.
Voor werknemers blijft daarnaast de verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding naar 25 cent per kilometer relevant.
Overdrachtsbelasting voor beleggers daalt
Niet iedere fiscale maatregel betekent een hogere rekening. Voor woningen die niet door de koper zelf worden bewoond, zoals verhuurwoningen en vakantiewoningen, wordt het algemene tarief van de overdrachtsbelasting volgens de aangekondigde plannen verlaagd van 8 naar 7 procent.
Daarmee probeert het kabinet onder meer de woningmarkt en het investeringsklimaat voor vastgoed te beรฏnvloeden.
Meer geld naar defensie
Defensie krijgt opnieuw aanzienlijk meer geld. De regering ziet de internationale veiligheidssituatie als een van de belangrijkste redenen om de krijgsmacht te versterken.
Nederland wil meer wapens en militaire capaciteit beschikbaar maken en blijft Oekraรฏne ondersteunen. Ook cyberveiligheid en de aanpak van georganiseerde criminaliteit krijgen extra aandacht.
De hogere defensie-uitgaven vormen tegelijkertijd een van de redenen waarom het kabinet op andere terreinen scherpe keuzes moet maken.
Waar wordt op bezuinigd?
De bezuinigingen zitten niet in รฉรฉn grote maatregel, maar verspreid over verschillende beleidsterreinen.
De sociale zekerheid is een belangrijk onderdeel van de langetermijnbezuinigingen. Daarnaast wil het kabinet de overheid zelf kleiner en goedkoper maken. Het aantal regels moet worden teruggebracht en jaarlijks moeten minimaal vijfhonderd regels verdwijnen of eenvoudiger worden.
Ook binnen infrastructuur worden keuzes gemaakt. Hoewel extra geld beschikbaar komt voor wegen, bruggen en spoorwegen, is het budget niet onbeperkt. Het kabinet kondigt daarom een herprioritering van projecten aan.
De Troonrede spreekt verder over het betaalbaar houden van de zorg, het tegengaan van zorgfraude en meer nadruk op preventie. Dat wijst erop dat niet alleen naar inkomsten, maar ook naar de groei van de zorguitgaven wordt gekeken.
Ontwikkelingssamenwerking en infrastructuur
In de onderhandelingen over de begroting zijn ook grote bedragen verschoven. Voor infrastructuur wordt onder meer 1,5 miljard euro eenmalig beschikbaar gesteld, naast structureel extra geld.
Daarnaast is ruim 940 miljoen euro gereserveerd voor grote woningbouwlocaties en meer dan 630 miljoen euro voor ouderenwoningen. Ook gaat meer dan 1 miljard euro naar ontwikkelingssamenwerking.
Deze bedragen laten zien dat het kabinet niet alleen bezuinigt. Het geld wordt tegelijkertijd op andere plaatsen ingezet.
Energie blijft een belangrijk risico voor huishoudens
De energievoorziening vormt eveneens een belangrijk onderdeel van het beleid. Het kabinet wil investeren in kernenergie, wind op zee, waterstof, CO2-opslag en uitbreiding van het elektriciteitsnet.
Voor huishoudens blijft energie echter een financieel aandachtspunt. De salderingsregeling verdwijnt en de energiebelasting blijft onderdeel van het jaarlijkse belastingpakket. De exacte tarieven voor 2027 moeten worden onderscheiden van maatregelen die al eerder wettelijk zijn vastgelegd.
Niet alle plannen zijn al definitief
Een belangrijk punt bij de berichtgeving over Prinsjesdag is dat kabinetsplannen nog geen definitieve wetten zijn. De Tweede Kamer en vervolgens de Eerste Kamer moeten de begrotingen en belastingwetten goedkeuren.
Dat is extra belangrijk omdat het kabinet-Jetten geen meerderheid heeft. Het kabinet heeft de afgelopen maanden daarom met oppositiepartijen onderhandeld over de begroting. Premier Jetten heeft benadrukt dat de Tweede Kamer uiteindelijk het budgetrecht heeft en dat voorstellen tijdens de begrotingsbehandeling nog kunnen veranderen.
De grote rekening van Prinsjesdag
Het totaalbeeld van Prinsjesdag 2026 is daarmee niet eenvoudig samen te vatten als alleen bezuinigen of alleen investeren.
Het kabinet trekt miljarden uit voor stikstof, woningbouw, infrastructuur, defensie en economische vernieuwing. Tegelijkertijd wordt de sociale zekerheid hervormd, wordt de overheid kleiner en worden diverse fiscale voordelen beperkt.
Voor werkenden zit de belangrijkste spanning in de combinatie van koopkrachtmaatregelen en fiscale lasten. Voor boeren ligt de nadruk op stikstofreductie, natuurherstel, investeringen en nieuwe voorwaarden voor bedrijfsvoering. Voor ondernemers wordt vooral de afbouw van fiscale voordelen en de veranderende arbeidsmarkt relevant.
De Troonrede vat de financiรซle koers samen als een beleid waarbij de rekening niet naar toekomstige generaties wordt doorgeschoven. De komende maanden moet blijken hoeveel van de plannen daadwerkelijk de eindstreep halen.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



