DEN HAAG – Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft uitspraak gedaan in een geschil over de subsidiemodule voor de vestiging van jonge landbouwers. Een agrariรซr die op 23 februari 2022 het landbouwbedrijf van zijn vader had overgenomen, vroeg in juni 2024 tevergeefs om deze stimuleringssubsidie. De minister wees de aanvraag af op grond van artikel 5.9.5, eerste lid, aanhef en onder f, van de Regeling, omdat de overname heeft plaatsgevonden vรณรณr de verplichte datum van 1 januari 2023.
Systematiek van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
De landbouwer voerde aan dat het vasthouden aan deze harde datum in zijn situatie onevenredig hard uitpakte. Hij besloot de overname wegens de hoge leeftijd van zijn vader en de coronapandemie te vervroegen, in de veronderstelling dat hij later alsnog aanspraak zou kunnen maken op de regeling. Het CBb oordeelt echter dat de datum van 1 januari 2023 dwingend voortvloeit uit de Europese Verordening (EU) 2021/2115 rond het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Uitgaven en verrichtingen mogen pas ingaan binnen de programmaperiode 2023-2027.
Geen ruimte voor evenredigheidsbeginsel door staatssteunregels
Daarnaast oordeelde de rechter dat er binnen het Europees staatssteunkader geen ruimte bestaat om via het evenredigheidsbeginsel van de vestigingseis af te wijken. Het verstrekken van subsidie buiten de gestelde voorwaarden zou namelijk leiden tot ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 107 van het VWEU. Omdat de overname feitelijk van vรณรณr 1 januari 2023 dateert, is de afwijzing van de subsidieaanvraag door de minister terecht gebleven. Het beroep van de landbouwer is door het CBb ongegrond verklaard.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



