DEN HAAG โ Het landelijke publieke omroepbestel moet vanaf 2029 ingrijpend worden hervormd. Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert heeft vrijdag een wetsvoorstel voor internetconsultatie gepubliceerd. Het nieuwe bestel moet volgens de plannen beter aansluiten bij het veranderende medialandschap en de digitalisering.
De belangrijkste verandering is de komst van vier omroephuizen. Daarnaast ontstaat รฉรฉn omroeporganisatie waarin de NOS en NTR samengaan. Daarmee bestaat het nieuwe bestel uit vijf omroepen. De omroephuizen krijgen een vaste plaats en hoeven geen verenigingen te zijn.
Minder concurrentie tussen omroepen
In het voorgestelde systeem staat de gezamenlijke uitvoering van de publieke mediaopdracht centraal. Samenwerking moet daarbij belangrijker worden dan concurrentie tussen omroepen.
Ook wil het kabinet de aanbod-, programmeer- en distributiestrategie meer gezamenlijk organiseren. Tegelijkertijd moet de journalistieke functie worden versterkt en worden de eisen voor bestuur en toezicht aangescherpt. De verantwoordings- en beoordelingscyclus wordt eveneens aangepast en transparanter gemaakt.
Meer aandacht voor digitale platforms
De hervorming moet de publieke omroep bovendien beter voorbereiden op veranderend mediagebruik. Het wetsvoorstel legt daarom vast dat de landelijke publieke omroep over een on-demandplatform beschikt.
De NPO krijgt daarnaast expliciet de taak om gebruiksvriendelijke digitale platforms te ontwikkelen. Volgens het kabinet is een slagvaardiger bestel noodzakelijk om de digitale transitie van de publieke omroep verder vorm te geven.
Strenger toezicht op journalistieke kwaliteit
Ook het toezicht verandert. Het Commissariaat voor de Media krijgt duidelijker omschreven bevoegdheden en een steviger mandaat. Overlap tussen de NPO en het Commissariaat moet worden verminderd.
Voor de journalistieke kwaliteit blijft zelfregulering het uitgangspunt. Bij structurele tekortkomingen moeten omroepen eerst zelf maatregelen nemen. Als dat onvoldoende effect heeft, kan het Commissariaat ingrijpen met een aanwijzing. Het niet opvolgen daarvan kan leiden tot een boete of een last onder dwangsom.
Parlementair toezicht naar Spaans model afgewezen
Het kabinet heeft ook gekeken naar het Spaanse model, waarbij het parlement een directe en structurele rol heeft bij het toezicht op de publieke omroep.
Dat model wordt niet overgenomen. Volgens de minister is de onafhankelijkheid van de publieke omroep beter gewaarborgd wanneer toezicht wordt uitgevoerd door een professionele toezichthouder die onafhankelijk van politiek en ministerie opereert.
Ledenaantal niet langer bepalend
Een belangrijke wijziging is het verdwijnen van het ledenaantal als voorwaarde voor deelname aan het publieke bestel. In het nieuwe systeem krijgen de omroephuizen een vaste plek.
Maatschappelijke verankering blijft wel belangrijk. Omroephuizen moeten aantonen dat zij verbonden zijn met delen van de samenleving. Dat kan onder meer via ledenverenigingen, maar ook via andere vormen.
Strengere regels voor bestuurders
Het wetsvoorstel stelt ook strengere eisen aan bestuur en toezicht. Dubbele functies binnen het publieke bestel worden uitgesloten. Bestuurders en toezichthouders krijgen een maximale zittingstermijn van vier jaar, met eenmaal de mogelijkheid tot herbenoeming.
Daarnaast wordt een afkoeltermijn van twee jaar ingevoerd. Voor nieuwe bestuurders en toezichthouders geldt bovendien dat zij in de twee jaar voorafgaand aan hun benoeming geen bestuurs- of toezichtsfunctie bij een landelijke publieke media-instelling, de NPO of de STER mogen hebben gehad.
Nieuwe structuur moet in 2029 starten
De vier omroephuizen moeten in de komende periode worden gevormd. Het wetsvoorstel voorziet in een procedure waarbij omroepen gezamenlijk voorstellen kunnen indienen. Als een gezamenlijk voorstel niet aan de voorwaarden voldoet, kan de minister zelf combinaties van omroepen voorstellen.
De inwerkingtreding van de nieuwe wet is voorzien op 1 januari 2028. Het nieuwe publieke omroepbestel moet vervolgens op 1 januari 2029 van start gaan.
Ledentelling blijft voorlopig noodzakelijk
Hoewel het nieuwe wetsvoorstel het ledencriterium wil afschaffen, moeten omroepen voorlopig nog rekening houden met de huidige wet. Daarom wordt een peildatum voor de ledentelling vastgesteld op 31 december 2027.
Als het nieuwe wetsvoorstel tijdig wordt behandeld en in werking treedt, kan de minister de peildatum later nog intrekken. De planning voorziet in behandeling door de Tweede Kamer in het voorjaar van 2027 en door de Eerste Kamer in het najaar van dat jaar.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


