HELLEVOETSLUIS – De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft uitspraak gedaan in een langlopend conflict over de landelijke Sinterklaasintocht. Het hoger beroep dat was ingesteld door de Stichting Uitbanning Genocide en een appellant is gegrond verklaard wat betreft een procedurefout van de rechtbank, maar het daadwerkelijke beroep is alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor komt er een definitief einde aan de juridische procedure rondom de evenementenvergunning die in 2022 werd verleend door de voormalige gemeente Hellevoetsluis, inmiddels onderdeel van de gemeente Voorne aan Zee.
Procesfout bij de rechtbank
De kern van het hoger beroep betrof de vraag of de rechtbank Rotterdam in April 2024 correct heeft gehandeld. Volgens de stichting en appellant hadden zij nooit een uitnodiging ontvangen voor de eerdere zitting, waardoor zij niet in de gelegenheid zijn gesteld om hun zaak toe te lichten. Uit het dossier van de rechtbank bleek inderdaad dat er geen bewijs was dat de uitnodiging per brief was verstuurd of dat de partijen op een andere wijze correct waren opgeroepen. Omdat niet was voldaan aan de regels van artikel 8:56 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), heeft de rechtbank ten onrechte uitspraak gedaan. Om verdere vertraging te voorkomen en met het oog op een finale geschilbeslechting, heeft de Raad van State ervoor gekozen om de zaak niet terug te verwijzen naar de rechtbank, maar het beroep direct zelf te behandelen.
Geen belanghebbende in de zin van de Awb
Bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep oordeelde de bestuursrechter dat zowel de appellant als de stichting geen belanghebbende zijn bij de verleende evenementenvergunning. De appellant vond dat Zwarte Piet verplicht deel had moeten nemen aan de intocht en stelde dat het ontbreken hiervan gelijkstaat aan genocide. De Raad van State stelt echter vast dat de appellant zich niet onderscheidt van willekeurige anderen en geen persoonlijk, onderscheidend belang heeft.
Ook de stichting werd niet ontvankelijk verklaard. De statutaire doelstelling van de stichting richt zich in algemene zin op het tegengaan van genocide tegen nationale, etnische, raciale en godsdienstige groepen. Volgens de uitspraak is deze doelstelling te ruim omschreven en richt de stichting zich niet specifiek op de bescherming van culturele evenementen zoals de intocht van Sinterklaas. Ook de feitelijke werkzaamheden van de stichting, die bestonden uit juridische en financiรซle bijstand en het verspreiden van stickers, hebben geen direct raakvlak met de verleende vergunning.
Genocideverdrag en verzoeken afgewezen
De stichting en appellant betoogden tevergeefs dat artikel 1 van het Genocideverdrag het nationaalrechtelijke criterium voor belanghebbendheid opzij zou moeten zetten. De Afdeling herhaalde dat deze verdragsbepaling niet onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is om zomaar als objectief recht in de Nederlandse rechtsorde te worden toegepast. Omdat beide partijen geen belanghebbenden zijn, konden hun ingediende verzoeken niet worden aangemerkt als officiรซle aanvragen.
Tot slot wees de Raad de verzoeken om schadevergoeding af. De redelijke termijn van vier jaar voor een complete procedure was met een totale duur van drie jaar en tien maanden nog niet overschreden. Wel is de burgemeester van Voorne aan Zee veroordeeld tot het vergoeden van het betaalde griffierecht voor het hoger beroep
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



