AMSTERDAM – De rechtbank Amsterdam heeft een verdachte volledig vrijgesproken van betrokkenheid bij een ernstige ontploffing bij een woning in Lelystad op 20 februari 2026. Het Openbaar Ministerie had een gevangenisstraf van dertig maanden geรซist, waarvan zes maanden voorwaardelijk, op basis van de verdenking dat de man als medepleger of medeplichtige zou hebben gehandeld. Volgens de rechtbank kon echter niet worden vastgesteld dat de verdachte opzet had op het misdrijf.
De rol van de verdachte bij het transport
Uit het onderzoek van de rechtbank bleek dat de verdachte op de dag van de explosie samen met twee medeverdachten naar Lelystad is gereden. De verdachte bestuurde het voertuig, terwijl een medeverdachte als bijrijder fungeerde en een derde persoon in de omgeving van de plaats delict werd afgezet. Deze afgezette medeverdachte plaatste vervolgens het explosief bij een woning aan de [adres] en liet dit afgaan, waarna hij op heterdaad werd aangehouden.
Tijdens de verhoren wezen de medeverdachten naar elkaar en naar de verdachte. Zo verklaarde de uitvoerende medeverdachte dat hij via Snapchat was benaderd en door twee jongens uit Huizen werd opgehaald, waarbij de bestuurder de gebruiker zou zijn van het betreffende account. De bijrijder gaf echter toe dat hij de eigenaar van het Snapchataccount was, al zouden ook anderen daarop kunnen inloggen. De verdachte zelf verklaarde dat hij van niets wist, geen idee had wat er in de meegenomen tas zat en geen gesprekken over een explosief heeft gevoerd.
Geen vol opzet of voorwaardelijk opzet bewezen
De juridische kern van de zaak draaide om de vraag of de bestuurder wist van het plan of bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er een explosief zou afgaan. De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende overtuigend bewijs oplevert voor dit opzet. De verklaring van de medeverdachte die het explosief plaatste werd door de rechters als onvoldoende betrouwbaar en gewichtig beschouwd, te meer omdat deze verklaring op punten over het Snapchataccount feitelijk onjuist bleek te zijn.
Wat feitelijk overbleef, was de vaststelling dat de verdachte tegen een vergoeding een voor hem onbekende persoon op en neer heeft gereden naar Lelystad en dat er op enig moment een tas in de auto is gekomen. Volgens de rechtbank is dit onvoldoende om aan te nemen dat de bestuurder zich bewust was van de aanwezigheid van een explosief of de intentie had om bij te dragen aan een aanslag. Omdat zowel vol opzet als voorwaardelijk opzet ontbreekt, kon het primair tenlastegelegde medeplegen en de subsidiaire medeplichtigheid niet wettig en overtuigend worden bewezen.
Vrijspraak en opheffing van de voorlopige hechtenis
Door het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs volgt een volledige vrijspraak voor de verdachte. Naar aanleiding van dit eerdere oordeel in raadkamer is de voorlopige hechtenis van de man al eerder opgeheven. Daarnaast heeft de rechtbank de onmiddellijke teruggave gelast van een onder de verdachte in beslag genomen telefoontoestel
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


