ROTTERDAM, 21 mei 2026 – De rechtbank Rotterdam heeft voormalig advocaat Inez Weski veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 dagen wegens deelname aan een criminele organisatie. Omdat deze straf exact gelijkstaat aan de tijd die zij reeds in voorarrest heeft doorgebracht, hoeft Weski niet terug naar de gevangenis. De rechtbank stelt onomstotelijk vast dat de ex-raadsvrouw fungeerde als doorgeefluik voor haar gedetineerde cliënt Ridouan Taghi en diens criminele netwerk.

Door het bewust doorspelen en omleiden van berichten faciliteerde Inez Weski een criminele organisatie die als oogmerk de internationale handel in verdovende middelen en het witwassen van criminele opbrengsten had. Uit het omvangrijke strafdossier blijkt dat Weski direct of kort na de arrestatie van Taghi de beschikking kreeg over een PGP-telefoon. Met dit toestel werden versleutelde berichten uitgewisseld tussen haar, Taghi en externe partijen. In een latere fase werd er daarnaast cruciale informatie via USB-sticks gedeeld. Op deze wijze gaf Weski opdrachten en operationele instructies door die er rechtstreeks op waren gericht om de criminele activiteiten van haar cliënt buiten de muren van de penitentiaire inrichting voort te zetten.

Ernstige inbreuken in de voorfase

Tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak is door de verdediging uitvoerig stilgestaan bij de detentieomstandigheden tijdens het voorarrest. De rechtbank oordeelt echter dat de feitelijke omstandigheden waaronder Inez Weski gedetineerd is geweest geen vormverzuimen opleveren. Er is dan ook geen sprake van dat het Openbaar Ministerie om die reden niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden.

Wel stelt de rechtbank vast dat er in de voorfase van deze strafzaak twee ernstige inbreuken zijn gemaakt op de fundamentele rechten van de verdachte. Ten eerste is een uitvoerige klachtbrief van Weski over haar detentiemilieu door het personeel van de inrichting in ontvangst genomen en doorgeleid naar de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Deze brief is vervolgens door de DJI bewust achtergehouden en niet voorgelegd aan de Commissie van Toezicht, wat een directe schending van haar klachtrecht in detentie betekent.

Ten tweede zijn er op het advocatenkantoor van Inez Weski grote hoeveelheden documenten in beslag genomen. Dit leidde tot een scherpe juridische discussie over het verschoningsrecht en de geheimhoudingsplicht. De rechtbank stelt vast dat tijdens de geheimhoudersprocedure de geheimhoudersofficier van justitie tegen de uitdrukkelijke instructies van de rechter-commissaris in heeft gehandeld door een vertrouwelijk stuk te verspreiden. Hoewel deze onzorgvuldigheid niet leidt tot de uitsluiting van bewijs, wordt dit door de magistraten aangemerkt als een ernstige inbreuk op de geheimhoudingsplicht van de voormalig advocate.

Geen psychische overmacht aangetoond

De verdediging van Inez Weski opperde tijdens het proces dat er bij de verdachte sprake zou zijn geweest van psychische overmacht. Hiervan kan in juridische zin sprake zijn indien een verdachte onder zodanige extreme externe druk komt te staan dat er redelijkerwijs geen weerstand aan geboden kan worden, waardoor anders handelen onmogelijk was.

De rechtbank heeft dit verweer echter gepasseerd. Weski heeft zelf tijdens de inhoudelijke behandeling geen enkele feitelijke verklaring afgelegd over eventuele druk of bedreiging. Zonder een concrete, op feiten gebaseerde onderbouwing door de verdachte zelf kan de rechtbank een situatie van psychische overmacht niet aannemen. Om die reden wordt de verdachte volledig strafbaar geacht voor haar handelen.

Bijzondere omstandigheden beïnvloeden strafmaat

De bewezenverklaarde feiten zijn volgens de rechtbank van een dusdanig zware categorie dat deze in beginsel vragen om een langdurige, onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de uiteindelijke strafmaat is echter nadrukkelijk gekeken naar de specifieke strafdoelen en de bijzondere persoonlijke omstandigheden in deze zaak.

De twee vastgestelde ernstige inbreuken op de rechten van Inez Weski wegen zwaar mee in het vonnis en leveren een substantiële strafvermindering op. Hoewel ook de redelijke termijn waarbinnen de strafzaak afgerond had moeten zijn is overschreden, is dit met name in de onderzoeksfase door toedoen van de verdediging zelf veroorzaakt. Dit onderdeel leidt derhalve niet tot een verdere vermindering van de straf.

De maatschappelijke en persoonlijke impact op de verdachte is eveneens meegewogen. De langdurige carrière van Inez Weski binnen de advocatuur is door deze affaire definitief tot een ontluisterend einde gekomen. Daarnaast kampte zij reeds voor de start van deze strafzaak met ernstige gezondheidsproblemen, waaronder diabetes en hartproblematiek. Sinds haar arrestatie heeft zij bovendien een posttraumatische stressstoornis (PTSS) opgelopen, waardoor haar algehele fysieke en geestelijke gezondheidstoestand als uiterst broos wordt gekwalificeerd. Het feit dat de verdachte niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld, spreekt eveneens in haar voordeel. Daar staat tegenover dat zij zich als zeer ervaren strafrechtadvocaat te allen tijde bewust moet zijn geweest van de ernst van het faciliteren van een crimineel netwerk.

Doelen van strafoplegging

Bij de weging van de strafdoelen concludeert de rechtbank dat vanuit het oogpunt van vergelding een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf op haar plaats zou zijn. De rechtbank compenseert dit echter met de verstrekkende negatieve gevolgen die de verdachte al heeft ondervonden. De veroordeling impliceert het totale verlies van haar reputatie, haar maatschappelijke positie en een onomkeerbare achteruitgang van haar gezondheid.

Het strafdoel van speciale preventie — het voorkomen dat een verdachte opnieuw soortgelijke strafbare feiten pleegt — speelt in deze casus geen rol. Weski heeft haar praktijk definitief beëindigd en is officieel uitgeschreven als advocaat. De kans dat zij in de toekomst haar werkzaamheden in de advocatuur zal hervatten, wordt door de rechtbank als verwaarloosbaar ingeschat.

Tot slot draagt een hernieuwde celstraf volgens het vonnis niet bij aan de algemene preventie. Voor de samenleving en de juridische beroepsgroep is reeds volledig zichtbaar geworden welke ingrijpende consequenties aan dit type wetsovertredingen zijn verbonden. Dat de verdachte, ondanks haar gevorderde leeftijd en het beëindigen van haar loopbaan, alsnog strafrechtelijk is vervolgd en veroordeeld, onderstreept dat de geldende normen onverkort worden gehandhaafd. De rechtbank acht een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf daarom niet noodzakelijk om anderen van soortgelijk handelen te weerhouden.

Gelet op al deze factoren ziet de rechtbank geen enkele toegevoegde waarde in het terugsturen van Inez Weski naar de gevangenis. De opgelegde straf van 42 dagen is gelijk aan het reeds ondergane voorarrest, waarmee de zaak in eerste aanleg is afgedaan.

Het Openbaar Ministerie heeft twee weken om in hoger beroep te gaan


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie