ARNHEM, 20 mei 2026 – Het gerechtshof in Arnhem heeft Pegida-voorman Edwin Wagensveld veroordeeld tot een werkstraf van 20 uur voor groepsbelediging van moslims. Het hof oordeelt dat Wagensveld met een openbaar gedeelde tekst op Facebook de strafrechtelijke grens heeft overschreden.
Het arrest werd uitgesproken op 18 mei 2026. Het hof vernietigde daarmee het eerdere vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland en deed opnieuw uitspraak in de zaak. Wagensveld werd vrijgesproken van belediging van de burgemeester en van het overtreden van een noodbevel. Voor een derde onderdeel, waarbij het ging om uitdagend gedrag rond een Koran aan een hondenriem, werd wel vastgesteld dat dit was bewezen, maar niet strafbaar verklaard.
Bericht op Facebook centraal in zaak
De zaak draaide onder meer om een bericht dat op 21 december 2023 werd gedeeld via een openbaar Facebook-account. In dat bericht werden moslims in verband gebracht met ernstige strafbare feiten en werd de islam in bredere context vergeleken met het nazisme.
Volgens het hof ging de tekst niet alleen over kritiek op een godsdienst of op maatschappelijke invloed van religie, maar over mensen die de islam aanhangen. Het hof oordeelde dat moslims in de tekst over één kam werden geschoren en werden beschuldigd van het bijna dagelijks plegen van ernstige misdrijven.
Wagensveld stelde dat hij het bericht niet zelf had geplaatst. Het hof vond daarvoor ook geen bewijs. Wel werd vastgesteld dat hij beheerder was van het Facebook-account, achter de inhoud stond en de tekst niet verwijderde. Daardoor heeft hij de tekst volgens het hof gedeeld.
Vrijheid van meningsuiting niet onbeperkt
Het hof benadrukte dat in een democratische samenleving ruimte moet bestaan voor scherpe meningen, ook als die kunnen shockeren, kwetsen of verontrusten. Volgens het hof valt ook kritiek op religie of op de invloed van een geloof op de samenleving onder de vrijheid van meningsuiting.
Die vrijheid kent volgens het hof echter grenzen. Uitlatingen die onnodig grievend zijn, kunnen strafbaar zijn. In dit geval vond het hof dat daarvan sprake was. De tekst leverde volgens het hof geen toelaatbare bijdrage meer aan het maatschappelijk debat, maar ging over in strafbare groepsbelediging.
Het hof verklaarde bewezen dat Wagensveld zich in het openbaar opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over moslims wegens hun godsdienst.
Vrijspraak voor belediging burgemeester
Wagensveld werd ook vervolgd voor een uitlating over de burgemeester. Hij had de burgemeester in een filmpje op X aangeduid als “islamist”. Volgens het Openbaar Ministerie was die term, gezien de context, beledigend.
Het hof kwam tot een ander oordeel. De term “islamist” is volgens het hof op zichzelf geen scheldwoord en houdt ook geen concrete beschuldiging van strafbaar gedrag in. De uitlating werd geplaatst in de context van kritiek op bestuurlijk optreden rond een aangekondigde demonstratie.
Volgens het hof kon niet worden vastgesteld dat de uitlating de eer en goede naam van de burgemeester strafrechtelijk aantastte. Wagensveld werd daarom van dit onderdeel vrijgesproken.
Geen overtreding van noodbevel
Ook van het overtreden van een noodbevel werd Wagensveld vrijgesproken. Het noodbevel hield in dat hij zich niet op het grondgebied van de betrokken gemeente mocht bevinden, behalve voor zover dat noodzakelijk was om een zitting bij een rechterlijke instantie bij te wonen.
Wagensveld kwam op 27 maart 2024 naar de rechtbank in verband met een kort geding over datzelfde gebiedsverbod. Volgens het hof bleef hij daarmee binnen de uitzondering die in het noodbevel was opgenomen. Dat hij onderweg naar de rechtbank een Koran aan een hondenriem over de grond sleepte en rondzwaaide, maakte dat volgens het hof niet anders.
Het noodbevel bevatte geen bepaling over de manier waarop Wagensveld zich tijdens die uitzondering moest gedragen. Daarom kon niet worden vastgesteld dat hij het noodbevel had overtreden.
Gedrag rond Koran wel bewezen, maar niet strafbaar
Het hof achtte wel bewezen dat Wagensveld door zijn actie met de Koran aan een hondenriem aanleiding gaf tot wanordelijkheden. Het hof noemde het gedrag provocerend en uitdagend. Volgens het hof was er een verband tussen de actie en de onrust die daarna ontstond.
Toch leidde dit niet tot straf. Het hof oordeelde dat de gedraging moest worden gezien als een uiting van zijn mening en daarmee als een vorm van betoging. Beperkingen op het demonstratierecht moeten volgens het hof berusten op een specifieke wettelijke grondslag.
De bepaling uit de Algemene Plaatselijke Verordening waarop de vervolging was gebaseerd, bood daarvoor volgens het hof onvoldoende basis. Daarom werd het bewezen verklaarde onderdeel niet strafbaar geacht en volgde ontslag van alle rechtsvervolging.
Werkstraf van 20 uur
Bij het bepalen van de straf woog het hof mee dat Wagensveld al eerder was veroordeeld voor groepsbelediging. Het gerechtshof Den Haag legde hem in juli 2024 een voorwaardelijke taakstraf op voor groepsbelediging die in januari 2023 was gepleegd.
Het hof Arnhem-Leeuwarden stelde dat Wagensveld al jaren het maatschappelijk debat op het scherpst van de snede voert. Volgens het hof brengt dat het risico mee dat strafrechtelijke grenzen worden overschreden. In deze zaak gebeurde dat bij de groepsbelediging van moslims.
Wagensveld kreeg een taakstraf van 20 uur opgelegd. Als hij die niet naar behoren uitvoert, kan deze worden vervangen door 10 dagen hechtenis.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



















